Een cao 90-bonus is een collectieve loonbonus die u betaalt als een vooraf vastgelegde, onzekere groepsdoelstelling gehaald wordt. In 2026 blijft hij buiten de gewone RSZ tot € 4.255 bruto en is hij belastingvrij tot € 3.701 netto per werknemer. U betaalt 33% bijzondere bijdrage, de werknemer 13,07%.
Hoeveel mag een cao 90-bonus in 2026 maximaal bedragen?
De cao nr. 90 van de Nationale Arbeidsraad regelt de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen. In de praktijk heet dat de loonbonus of cao 90-bonus. Het voordeel zit in de bijdragen: geen gewone RSZ van werkgever en werknemer en geen bedrijfsvoorheffing, zolang u onder het plafond blijft.
| Wat | 2026 |
|---|---|
| Maximum bruto zonder gewone RSZ, per werknemer per kalenderjaar | € 4.255 |
| Belastingvrij netto bedrag, per werknemer per kalenderjaar | € 3.701 |
| Bijzondere bijdrage ten laste van de werkgever | 33% |
| Solidariteitsbijdrage ten laste van de werknemer | 13,07% |
| Ter vergelijking: maximum bruto in 2025 | € 4.164 |
Het brutoplafond bevat de solidariteitsbijdrage van de werknemer. Wie het maximum krijgt, houdt na die bijdrage net iets minder over dan het belastingvrije nettobedrag, en betaalt dus geen belasting. Het plafond geldt per werknemer, per werkgever en per kalenderjaar van betaling, niet per plan.
Betaalt u meer dan het plafond, dan is het deel erboven gewoon loon. Daarop betaalt u de normale RSZ-bijdragen en houdt u bedrijfsvoorheffing in. Een werkgever die een procedure van collectief ontslag met sluiting van de onderneming opstart, kan voor de betrokken vestiging geen cao 90-plan gebruiken.
Twijfelt u tussen een loonbonus en een winstpremie? Een winstpremie hangt aan de winst van het boekjaar en volgt andere regels. Het verschil leest u in onze blog over de winstpremie voor werknemers.
Rekenvoorbeeld: een cao 90-bonus berekenen voor een transportbedrijf
Een transportbedrijf in Oost-Vlaanderen heeft 14 werknemers: 12 voltijds en 2 die 4/5 werken. Het plan loopt over kalenderjaar 2027. De doelstelling: de totale herstelkost van schade aan vrachtwagens en opleggers blijft onder 45.000 euro. In 2026 was dat 61.000 euro, dus het resultaat is niet zeker. Wie de doelstelling mee haalt, krijgt maximaal 1.800 euro bruto, pro rata van de gewerkte dagen. Wie op 31 december 2027 minder dan 6 maanden in dienst is, valt erbuiten.
Per voltijdse werknemer
| Onderdeel | Bedrag |
|---|---|
| Brutobonus | 1.800,00 euro |
| Solidariteitsbijdrage werknemer (13,07%) | 235,26 euro |
| Netto voor de werknemer | 1.564,74 euro |
| Bijzondere bijdrage werkgever (33%) | 594,00 euro |
| Kost voor de werkgever | 2.394,00 euro |
Per werknemer die 4/5 werkt
Het bonusbedrag gaat pro rata naar 1.440 euro bruto. De werknemer betaalt 188,21 euro solidariteitsbijdrage en houdt 1.251,79 euro over. U betaalt 475,20 euro bijzondere bijdrage, samen 1.915,20 euro.
Voor het hele team
De brutobonussen samen bedragen 24.480 euro (12 x 1.800 plus 2 x 1.440). Daarop betaalt u 8.078,40 euro bijzondere bijdrage. De totale kost is 32.558,40 euro. De werknemers houden samen 21.280,46 euro netto over.
Vergelijk met een gewone premie. Betaalt u dezelfde 1.800 euro als brutopremie of loonsverhoging, dan betaalt u de gewone werkgeversbijdragen en houdt u op het saldo bedrijfsvoorheffing in. De werknemer houdt daar duidelijk minder van over en u betaalt meer. Een loonsverhoging komt elk jaar terug. Een loonbonus betaalt u alleen als het resultaat er is, en het plan kunt u per periode bijsturen.
Wie het maximum krijgt
Een bonus van € 4.255 bruto levert de werknemer 3.698,87 euro netto op na 556,13 euro solidariteitsbijdrage. Dat blijft onder het belastingvrije bedrag van € 3.701. U betaalt 1.404,15 euro bijzondere bijdrage, of 5.659,15 euro in totaal.
Bij de pro-rataberekening telt u gewerkte dagen, niet volle maanden. Moederschapsrust, wettelijke vakantiedagen, feestdagen en vervangingsdagen moet u gelijkstellen met gewerkte dagen. Andere afwezigheden, zoals de eerste maand ziekte, mag u gelijkstellen als u dat in het plan zet. U mag ook een vast bedrag geven aan iedereen, los van het arbeidsregime.
Welke doelstellingen mogen? Voorbeelden per sector
De doelstelling moet een collectief resultaat zijn dat u meet in cijfers, controleert met documenten (jaarrekening, btw-aangifte, schadedossiers, klantenbevraging) en waarvan de uitkomst onzeker is. Een inspanning van de werknemers is geen resultaat. Daar gaan de meeste plannen mis.
| Sector | Doelstelling die werkt | Doelstelling die de FOD weigert |
|---|---|---|
| Transport | De herstelkost van schade aan het wagenpark blijft onder een vast bedrag in euro | Bestellingen worden gemiddeld binnen 2 dagen geleverd |
| Bouw | Maximaal 1 arbeidsongeval met werkverlet in de referteperiode | 80% van de arbeiders volgt een veiligheidsopleiding |
| Horeca | De gemiddelde klantenscore over alle bevragingen is minstens 8 op 10 | Het personeel contacteert minstens 200 klanten |
| Groothandel | De omzet of de brutomarge haalt een vast bedrag in euro | Het magazijn maakt minder fouten bij het orderpicken |
De doelstellingen rechts beschrijven wat de werknemers moeten doen, niet wat de onderneming bereikt. Een vlotte levering of een opleiding helpt om een resultaat te halen, maar is zelf geen resultaat. Zet in het plan altijd het resultaat van de vorige periode. Zo toont u dat de doelstelling onzeker is. Ligt uw doel lager dan vorig jaar, leg dan uit waarom het toch niet vanzelf gehaald wordt.
Nog vier regels:
- Collectief. Geen individuele doelen. Een aparte doelstelling per afdeling, functie of winkel mag, als er per groep minstens 2 werknemers zijn.
- Geen glijdende schaal vanaf nul. U mag een bonus geven bij gedeeltelijke realisatie, bijvoorbeeld bij 80%, op voorwaarde dat ook die drempel onzeker is. Een bonus per behaald procent mag niet.
- Geen beurskoers. Doelstellingen die aan de koers van aandelen hangen, zijn uitgesloten.
- Mobiliteit alleen met fietsvergoeding. Een doel rond mobiliteit mag alleen als u de werknemers die met de fiets komen een fietsvergoeding betaalt. Hoe die werkt, leest u in onze blog over de fietsvergoeding voor werkgevers.
Een cao 90-plan indienen zonder vakbondsafvaardiging: het stappenplan
De meeste KMO's hebben geen vakbondsafvaardiging. Dan werkt u met een toetredingsakte, die u online opstelt en indient. Heeft u wel een vakbondsafvaardiging voor de betrokken groep, dan sluit u een cao volgens het verplichte model en legt u die neer bij de griffie: digitaal via de toepassing Transfer van documenten van de FOD, met gekwalificeerde elektronische handtekeningen, of op papier per post.
- Bepaal de groep. Alle werknemers of een groep die u objectief afbakent, bijvoorbeeld alle chauffeurs en planners. Noem geen namen en sluit niemand uit op basis van contractduur of arbeidsregime.
- Leg de doelstelling en de referteperiode vast. Minstens 3 maanden. Schrijf het resultaat van de vorige periode erbij.
- Bepaal het bedrag en de berekening. Een vast bedrag of pro rata van de gewerkte dagen, met de gelijkgestelde periodes en een eventuele anciënniteitsvoorwaarde.
- Stel de toetredingsakte op via bonusplannen.be. U logt in met eID, itsme of een erkende Europese identificatie. Sinds 1 juni 2026 aanvaardt de FOD geen toetredingsakte op papier meer.
- Geef het ontwerp aan elke betrokken werknemer. Gedurende 15 kalenderdagen houdt u een opmerkingenregister ter beschikking. Werknemers met een mailadres mogen het ontwerp per mail krijgen en per mail reageren.
- Verwerk de opmerkingen. Zonder opmerkingen ondertekent u het register met die verklaring. Met opmerkingen stuurt u het register naar de regionale directie van het Toezicht op de Sociale Wetten, die binnen 30 dagen een verzoening probeert.
- Onderteken en leg neer via bonusplannen.be, voordat 1/3 van de referteperiode verstreken is.
- Hang een bericht uit dat het plan neergelegd is en naar het paritair comité ging.
Wanneer moet u het cao 90-plan neerleggen? De deadline per referteperiode
De griffie kijkt naar de referteperiode zoals ze in de praktijk loopt. Legt u een jaarplan vast met doelstellingen per kwartaal, dan telt dat als vier referteperiodes van drie maanden, en geldt de deadline van het eerste kwartaal.
| Referteperiode | Uiterste neerlegging |
|---|---|
| Kalenderjaar 2027 (1 januari tot 31 december) | 30 april 2027 |
| Eerste kwartaal 2027 of een jaarplan met kwartaaldoelen | 31 januari 2027 |
| Een andere periode | Voordat 1/3 ervan verstreken is |
Reken achteruit. De opmerkingentermijn van 15 kalenderdagen moet voorbij zijn voor u neerlegt. Wilt u een plan voor 2027 op tijd klaar hebben, begin dan in december of januari met de doelstelling en de cijfers van het vorige jaar.
Wat na de neerlegging: controle, betaling en informatieblad
Controle. De griffie onderzoekt of het plan ontvankelijk is en stuurt een elektronisch ingediend plan binnen gemiddeld 14 dagen door naar het paritair comité. Het comité beslist binnen 2 maanden. Beslist het niet, dan kan de bevoegde ambtenaar dat binnen 1 maand doen. Beslist ook die niet, dan is het plan goedgekeurd. Bij een voorlopige afkeuring krijgt u 1 maand om de punten aan te passen. Daarna laat u de werknemers weten of het plan goedgekeurd, gewijzigd of afgekeurd is.
Betaling. U betaalt pas na afloop van de referteperiode, in geld, op de manier en het tijdstip die in het plan staan. Voorschotten op een cao 90-bonus zijn niet toegelaten. In de DmfA geeft uw loonadministratie de bonus aan in het kwartaal van betaling, met werknemerskengetal 888. Is de werknemer dan al uit dienst, dan komt de bonus in de aangifte van zijn laatste kwartaal.
Informatieblad. Na de referteperiode krijgt elke betrokken werknemer een individueel informatieblad met de vermeldingen uit artikel 19 van de cao nr. 90.
Fouten die een cao 90-plan ongeldig maken
- Een prestatie als doelstelling. Opleidingen volgen, klanten bellen of leveringen op tijd: de FOD keurt het af.
- Te laat neerleggen. Na 1/3 van de referteperiode is het plan niet meer geldig voor die periode.
- Maanddoelen. Een referteperiode van minder dan 3 maanden kan niet, dus ook geen bonus per maand.
- Een doelstelling die zeker is. Zonder het vorige resultaat in het plan kan het comité niet nagaan of de doelstelling onzeker is.
- Pro rata twee keer toepassen. Het maximumbedrag geldt voor iedereen. Verlaagt u het eerst voor deeltijdsen en rekent u daarna nog eens pro rata van de gewerkte dagen, dan is het plan strijdig met de cao nr. 90.
- Het plafond niet opvolgen. Twee plannen in hetzelfde jaar tellen samen. Wat boven € 4.255 uitkomt, is gewoon loon.
Wat Business Centrum hierin voor u doet
Business Centrum helpt u het plan op te stellen: we toetsen de doelstelling aan de praktijk van de FOD, berekenen vooraf wat de bonus u kost en bewaken de deadline van de neerlegging. Na de referteperiode rekent uw loonadministratie de bonussen pro rata uit, samen met Acerta, en geven we ze correct aan in de DmfA. De cijfers voor de doelstelling, zoals verzuim en ongevallen per afdeling, halen we uit onze personeelsanalyse.

