← Gidsen
Gids

Schijnzelfstandigheid België: criteria en kosten 2026

Door Gepubliceerd 9 min leestijd

Bijgewerkt en cijfers gecontroleerd op

sectorcriteria in de bouw
9
sectorcriteria in de bouw
jaar terug vordert de RSZ
3
jaar terug vordert de RSZ
jaar na de start: ruling vragen
1
jaar na de start: ruling vragen

Schijnzelfstandigheid is een samenwerking die op papier zelfstandig is, maar in de praktijk onder gezag verloopt. De RSZ beoordeelt dat met 4 algemene criteria en, in sectoren als bouw en vervoer, met een lijst van 8 of 9 sectorcriteria. Bij herkwalificatie vordert de RSZ bijdragen tot 3 jaar terug.

Schijnzelfstandigheid in België: wat de wet bedoelt

De arbeidsrelatiewet (titel XIII van de programmawet van 27 december 2006) vertrekt van vrijheid. U en uw medecontractant kiezen zelf of u samenwerkt als werkgever en werknemer of als opdrachtgever en zelfstandige. Maar de praktijk moet passen bij die keuze. Wijkt de uitvoering af van wat er op papier staat, dan geldt de praktijk en wordt de relatie geherkwalificeerd.

Een paar zaken bewijzen op zich niets, zegt de wet uitdrukkelijk:

  • de titel van de overeenkomst ("samenwerkingsovereenkomst", "onderaannemingscontract");
  • de inschrijving bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen;
  • de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  • het btw-nummer;
  • de manier waarop de inkomsten aan de belastingen worden aangegeven.

Een onderaannemer met een ondernemingsnummer en nette facturen kan dus perfect een werknemer zijn.

De criteria voor schijnzelfstandigheid: vier algemene toetsen

In elke sector kijkt de RSZ, de inspectie of de rechter naar 4 algemene criteria om te zien of er gezag is:

CriteriumWijst op werknemerWijst op zelfstandige
De wil van de partijenContract zegt "zelfstandig", maar de uitvoering volgt het nietContract en praktijk zeggen hetzelfde
Vrijheid om de werktijd te organiserenVaste uren, prikken, afwezigheid verantwoorden, verlof laten goedkeurenZelf bepalen wanneer het werk gebeurt
Vrijheid om het werk te organiserenPrecieze taken, onderrichtingen en beslissingen van een chefAfspraken over het resultaat, de weg ernaartoe kiest hij zelf
Mogelijkheid tot hiërarchische controleRapporteringsplicht, interne sancties, nadelige gevolgen bij afwijkenAlleen controle op het resultaat of op deontologische regels

Geen enkel criterium beslist alleen. Praktische afspraken over openingsuren van een werf of timesheets voor de facturatie wijzen volgens de Commissie Arbeidsrelaties op zich nog niet op gezag. Het totaalbeeld telt, en de controle hoeft niet daadwerkelijk uitgeoefend te worden: de mogelijkheid volstaat.

Het sectorvermoeden: bouw, vervoer en andere sectoren

In een aantal sectoren gaat de wet verder dan de vier criteria. Daar geldt een weerlegbaar vermoeden, op basis van een lijst socio-economische criteria. Zijn er meer dan de helft vervuld, dan wordt de relatie vermoed een arbeidsovereenkomst te zijn. Zijn er meer dan de helft niet vervuld, dan wordt ze vermoed zelfstandig te zijn.

Het vermoeden geldt voor:

  • bouw en werken in onroerende staat (ook levering en plaatsing van verwarming, sanitair, elektriciteit, keukens, vloer- en wandbekleding);
  • bewaking en toezicht voor rekening van derden;
  • vervoer van goederen en personen voor rekening van derden, behalve ambulances en vervoer van personen met een handicap;
  • schoonmaak;
  • land- en tuinbouw;
  • werk via een digitaal platform, met een eigen lijst.

Het vermoeden geldt niet voor familiale relaties: tussen bloed- en aanverwanten tot de 3de graad, tussen wettelijk samenwonenden, en voor een vennootschap waarvan zulke verwanten samen meer dan 50% van de aandelen hebben.

Het vermoeden is weerlegbaar, met alle bewijsmiddelen en in de eerste plaats met de vier algemene criteria. Maar het vermoeden verschuift wel de bewijslast, en dat maakt in de praktijk het verschil.

Schijnzelfstandigheid in de bouw: checklist voor de opdrachtgever

Valt de arbeidsrelatie onder het bouwbedrijf (PC 124), stoffering en houtbewerking (PC 126), metaal-, machine- en elektrische bouw (PC 111) of elektriciens (PSC 149.01), dan gebruikt u deze 9 criteria. Vink aan wat klopt voor uw onderaannemer. Vanaf 5 vinkjes wordt hij vermoed werknemer te zijn.

  1. Hij draagt geen financieel of economisch risico: geen persoonlijke, substantiële investering met eigen middelen, geen persoonlijk aandeel in winst en verlies, of geen persoonlijke aansprakelijkheid voor de werken.
  2. Hij heeft geen verantwoordelijkheid of beslissingsmacht over de financiële middelen van zijn onderneming.
  3. Hij beslist niet over aankoop en prijzen, en zoekt zelf geen klanten en onderhandelt geen contracten.
  4. Hij krijgt een vaste vergoeding, los van de resultaten of de omvang van zijn werk. Voorschotten voor materiaal tellen niet mee.
  5. Hij kan geen personeel aanwerven en zich niet laten vervangen.
  6. Hij treedt niet op als onderneming: geen logo, geen belettering op zijn bestelwagen, geen eigen uithangbord.
  7. Hij werkt hoofdzakelijk of gewoonlijk voor één opdrachtgever.
  8. Hij werkt met materiaal, voertuigen of gereedschap dat hij niet bezit of huurt, of dat u ter beschikking stelt.
  9. Hij werkt niet onafhankelijk van uw eigen werkploegen.

Voor bouwactiviteiten buiten die paritaire comités geldt een gelijkaardige lijst van 9 criteria, met onder meer het ontbreken van een resultaatsverbintenis. Meer over de sector op onze pagina personeel in de bouw.

Werkt u met onderaannemers in de bouw, controleer dan ook altijd de inhoudingsplicht voor sociale en fiscale schulden. Zie inhoudingsplicht van de aannemer controleren.

Schijnzelfstandigheid in het goederenvervoer

Voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden (PSC 140.03) telt de lijst 8 criteria. Vanaf 5 geldt het vermoeden van een arbeidsovereenkomst. Typische signalen bij een chauffeur:

  • geen eigen financiële waarborg of vakbekwaamheidsattest voor het beroep van wegvervoerder;
  • geen inspraak in de prijs, tenzij die objectief vastligt via een vrachtbeurs of aanbesteding;
  • hij kan geen personeel aanwerven;
  • hij rijdt hoofdzakelijk met een vrachtwagen die niet van hem is en die hij niet zelf least of huurt, of die u ter beschikking stelt of financiert.

Reclame van de opdrachtgever op de oplegger telt niet als bewijs dat hij geen onderneming is. Lees ook onze pagina over personeel in transport en logistiek.

Gevolgen van schijnzelfstandigheid voor de opdrachtgever

Herkwalificeert de RSZ de samenwerking, dan bent u werkgever met terugwerkende kracht. Dat betekent:

  • RSZ-bijdragen op wat u betaalde, werkgevers- en werknemersdeel, tot 3 jaar terug. Bij bedrieglijke handelingen of valse aangiften wordt dat 10 jaar.
  • De werknemersbijdrage blijft bij u. U hield ze destijds niet in, dus mag u ze niet meer op de werknemer verhalen.
  • Opslag en intrest: 10% bijdrageopslag en 7% verwijlintrest per jaar.
  • Een Dimona-boete, want de werknemer was nooit aangegeven: sanctieniveau 4, administratief € 3.000 tot € 35.000 per werknemer, strafrechtelijk € 6.000 tot € 70.000.
  • Arbeidsrechtelijke aanspraken van de werknemer: barema van uw paritair comité, vakantiegeld, eindejaarspremie en, bij een einde van de samenwerking, een opzegtermijn.
  • Geen arbeidsongevallenverzekering voor die werknemer. Gebeurt er een ongeval, dan betaalt Fedris en vordert het van u terug.

Voor arbeiders berekent de RSZ de bijdragen op 108% van het brutoloon, en komt er een bijdrage voor het vakantiegeld bij van 15,84%.

Rekenvoorbeeld: wat de RSZ terugvordert

Een bouwbedrijf in PC 124 werkt twee jaar met een metselaar als zelfstandige. Hij factureert € 3.500 per maand, werkt alleen voor dit bedrijf, met diens materiaal en in diens ploegen. Zeven van de negen bouwcriteria zijn vervuld. Bij een inspectie herkwalificeert de RSZ hem als arbeider. In dit voorbeeld neemt de RSZ het gefactureerde bedrag als brutoloon.

PostBerekeningBedrag
Gefactureerd over 24 maanden€ 3.500 x 24€ 84.000,00
Berekeningsbasis arbeider€ 84.000 x 108%€ 90.720,00
Werkgeversbijdrage 25%€ 90.720 x 25%€ 22.680,00
Werknemersbijdrage 13,07%, niet te verhalen€ 90.720 x 13,07%€ 11.857,10
Vakantiebijdrage arbeiders 15,84%€ 90.720 x 15,84%€ 14.370,05
Bijdrageopslag 10% op de gewone bijdragen€ 34.537,10 x 10%€ 3.453,71
Dimona-boete aan het minimum1 x € 3.000€ 3.000,00
Totaal€ 55.360,86

Daar komen nog bij: verwijlintrest van 7% per jaar per te laat kwartaal, de sectorbijdragen van de bouw en wat de werknemer zelf kan eisen aan loon en premies.

Schijnzelfstandigheid vermijden: een ruling bij de Commissie Arbeidsrelaties

De Administratieve Commissie ter regeling van de Arbeidsrelatie beoordeelt op vraag of een samenwerking zelfstandig of loontrekkend is. U kiest tussen twee procedures:

AdviesBeslissing (ruling)
BindendNee, alleen raadgevendJa, voor RSZ, RSVZ, FOD Sociale Zekerheid, FOD Werkgelegenheid en de sociale verzekeringsfondsen
Andere partijNiet betrokken; bij een afwijkend advies verwittigt u ze binnen 30 dagenAltijd betrokken, de procedure is tegensprekelijk
BeroepNiet van toepassingBij de arbeidsrechtbank, binnen 1 maand

Zo vraagt u een ruling:

  1. Kies het moment. Voor de start van de samenwerking, of binnen 1 jaar na de start, of binnen 1 jaar na een nieuw element dat de relatie verandert.
  2. Check of het nog kan. Loopt er al een onderzoek van een sociale inspectiedienst of een procedure bij de arbeidsrechtbank, dan is uw aanvraag onontvankelijk.
  3. Vul het aanvraagformulier in, met de bijlage voor uw sector (bouw, bewaking, vervoer, schoonmaak, land- en tuinbouw of platformwerk). Voeg het contract of het ontwerp toe.
  4. Dien in per mail, aan het onthaal van de FOD Sociale Zekerheid of aangetekend.
  5. Wacht op de beslissing. De Commissie beslist binnen 3 maanden, verlengd met de tijd die u nodig heeft voor bijkomende inlichtingen.

Een beslissing blijft bindend zolang de samenwerking zo verloopt als u ze beschreef. Verandert de praktijk, of gaf u onvolledige informatie, dan vervalt ze.

Hoe u een echte zelfstandige samenwerking opzet

  • Betaal per resultaat, niet per uur of per maand ongeacht het werk.
  • Laat hem zijn eigen materiaal en voertuig gebruiken, of laat hem het huren.
  • Laat hem zijn prijs bepalen en voor andere klanten werken.
  • Geef geen hiërarchische instructies over hoe hij werkt, alleen over wat er moet opgeleverd worden.
  • Integreer hem niet in uw ploegen met dezelfde uren en dezelfde chef.
  • Laat hem zich laten vervangen of eigen personeel inzetten.

Heeft u gewoon tijdelijk extra handen nodig onder uw leiding, dan is een werknemer of een uitzendkracht de juiste vorm. Vergelijk de kosten in kosten van een interimkantoor. Werkt u zelf als zaakvoerder van uw vennootschap, dan gelden andere regels; zie de zaakvoerder.

Wat doet u als de inspectie al vragen stelt?

Zodra een sociale inspectiedienst een onderzoek naar de aard van de samenwerking opent, kunt u geen ruling meer vragen. Dan gaat het om uw dossier en uw bewijs.

  1. Verzamel wat de zelfstandigheid aantoont: offertes en facturen per project, prijsonderhandelingen, facturen aan andere klanten, eigen verzekeringen, leasing of aankoop van materiaal en voertuig.
  2. Breng de praktijk in kaart. Wie plande de werkdagen? Wie gaf instructies? Kreeg hij ooit een sanctie of een opmerking zoals een werknemer?
  3. Tel de sectorcriteria eerlijk. Zijn er 5 of meer vervuld in de bouw, dan ligt de bewijslast bij u.
  4. Beperk de schade voor de toekomst. Pas de samenwerking aan, of neem de persoon in dienst met een Dimona en een arbeidsovereenkomst. Dat stopt de teller voor de komende kwartalen.
  5. Laat de berekening van de RSZ nakijken. Klopt de basis, het percentage en de periode binnen de verjaring?

Fouten die opdrachtgevers maken

  • Denken dat een btw-nummer of een eigen vennootschap volstaat. De wet kijkt naar de praktijk.
  • Een ex-werknemer als zelfstandige terugnemen voor hetzelfde werk, met dezelfde uren en dezelfde chef.
  • Een vast maandbedrag laten factureren, los van wat er geleverd wordt.
  • Werkkledij, bestelwagen en gereedschap ter beschikking stellen zonder huur of vergoeding.
  • Te laat een ruling vragen. Meer dan 1 jaar na de start of tijdens een onderzoek kan het niet meer.

Business Centrum toetst uw samenwerkingen met zelfstandigen en onderaannemers aan de criteria van uw sector, helpt u bij een aanvraag voor de Commissie en zet de samenwerking om naar een correct contract als dat de juiste vorm is. Moet iemand alsnog werknemer worden, dan regelen wij de Dimona en de loonadministratie, samen met Acerta.

Schijnzelfstandigheid België: veelgestelde vragen

Wanneer is iemand een schijnzelfstandige?

Als hij op papier zelfstandig is, maar in de praktijk onder uw gezag werkt. De rechter en de RSZ kijken naar vier algemene criteria: wat partijen afspraken, wie de werktijd bepaalt, wie het werk organiseert en of u hiërarchische controle kunt uitoefenen. In bouw, vervoer, bewaking, schoonmaak en land- en tuinbouw geldt ook een vermoeden op basis van een lijst sectorcriteria.

Wat kost schijnzelfstandigheid de opdrachtgever?

De RSZ vordert werkgevers- en werknemersbijdragen terug op wat u betaalde, tot drie jaar terug en tot tien jaar bij fraude, met 10 procent opslag en 7 procent intrest per jaar. De werknemersbijdrage kunt u niet meer op de werknemer verhalen. Daarbovenop komt een boete voor de ontbrekende Dimona van 3.000 tot 35.000 euro per werknemer.

Beschermt een eigen vennootschap tegen schijnzelfstandigheid?

Nee. Een ondernemingsnummer, btw-nummer of aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds bewijst op zich niets. De wet kijkt naar hoe de samenwerking echt verloopt. Werkt iemand via zijn vennootschap enkel voor u, met uw materiaal en onder uw leiding, dan blijft het risico bestaan.

Kan ik vooraf zekerheid krijgen over het statuut?

Ja, bij de Administratieve Commissie ter regeling van de Arbeidsrelatie. U vraagt een advies of een bindende beslissing, voor de start of binnen een jaar na de start. Een beslissing bindt de RSZ en het RSVZ. De Commissie beslist binnen drie maanden, en een herkwalificatie door de Commissie geldt alleen voor de toekomst.

Geldt het vermoeden ook als ik met een familielid werk?

Nee. Het sectorvermoeden geldt niet tussen bloed- en aanverwanten tot de derde graad, tussen wettelijk samenwonenden, en voor een vennootschap waarvan zulke verwanten, alleen of samen, meer dan de helft van de aandelen hebben. De vier algemene criteria blijven wel gelden.

Lees ook

Bronnen

Elk bedrag en elke termijn op deze pagina is getoetst aan deze officiële bronnen, laatst geraadpleegd op .

Schijnzelfstandigheid België

Liever dat iemand het voor u nakijkt?

Uw vast aanspreekpunt bij Business Centrum bekijkt het voor uw situatie, samen met Acerta.