Seizoenarbeiders in de land- en tuinbouw zet u meestal in als gelegenheidsarbeider: zo betaalt u RSZ op een vast dagforfait, voor hoogstens 100 dagen per jaar in de tuinbouw (PC 145) en 50 dagen in de landbouw (PC 144), bij alle werkgevers samen. Kiest u dat statuut niet, dan is uw seizoenarbeider een gewone arbeider met een contract van bepaalde duur, en betaalt u de gewone bijdragen op zijn volledige loon. In beide gevallen geldt een minimumloon per uur, een Dimona voor elke dag en, voor de gelegenheidsarbeider, de plukkaart.
Seizoenarbeiders in een oogopslag
| Tuinbouw, PC 145 | Landbouw, PC 144 | |
|---|---|---|
| Maximum dagen per jaar als gelegenheidsarbeider | 100 | 50, in de veeteelt 100 halve dagen |
| Minimumuurloon gelegenheidsarbeider sinds 1 januari 2026 | € 12,51 tot € 15,66, per teelt | € 12,43, vlas en hennep € 16,94 |
| RSZ-dagforfait sinds 1 april 2026 | € 17,65 tot € 27,83, per teelt | € 13,52 |
| Eindejaars- en koopkrachtpremie via het Fonds | € 240,71, vanaf 50 dagen | € 89,38, vanaf 25 dagen |
| Plukkaart of gelegenheidsformulier | bij het Waarborg- en Sociaal Fonds voor het tuinbouwbedrijf | bij het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de landbouw |
Over alle sectoren samen mag een gelegenheidsarbeider hoogstens 100 dagen per jaar in dit statuut werken. Wie in de landbouw en de tuinbouw werkt, haalt dus geen 100 plus 50 dagen.
Seizoenarbeid: gelegenheidsarbeider of gewone seizoenarbeider?
Het woord seizoenarbeider dekt twee statuten. Het verschil zit vooral in de RSZ.
- Gelegenheidsarbeider. Een handarbeider in het systeem van artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969. U betaalt de bijdragen op een vast dagforfait, zolang hij binnen zijn dagen blijft. Hij houdt een plukkaart bij en u doet voor elke dag een Dimona voor gelegenheidsarbeid.
- Gewone seizoenarbeider. Een arbeider met een contract van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk, zoals het sorteren van fruit bij de oogst. Hij krijgt het barema van zijn categorie, valt onder de vakantieregeling en u betaalt de gewone bijdragen op zijn volledige loon.
Het systeem van gelegenheidsarbeid geldt alleen voor handarbeiders bij deze werkgevers:
- PC 145, tuinbouw, behalve de aanleg en het onderhoud van parken en tuinen. Een tijdelijke kracht in de tuinaanleg is altijd een gewone arbeider.
- PC 144, landbouw, als de werknemer alleen op de eigen gronden van de werkgever werkt. In een onderneming met als hoofdactiviteit veeteelt of een gemengd bedrijf ook voor het melken, voederen en verzorgen van de dieren en het schoonmaken van de stal.
- PC 322, uitzendarbeid, als de uitzendkracht werkt bij een gebruiker uit een van die sectoren.
Twee voorwaarden sluiten iemand uit. Wie in de 180 voorafgaande dagen in dezelfde onderneming in een ander statuut werkte, is geen gelegenheidsarbeider. Een contract van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk van hoogstens 6 opeenvolgende kalenderweken telt daarbij niet mee. De regel geldt ook niet voor wie na zijn pensioen als gelegenheidsarbeider terugkomt in dezelfde onderneming.
Kiest u voor gewone seizoenarbeid, let dan op het contract. Een contract van bepaalde duur moet schriftelijk zijn uiterlijk wanneer de werknemer begint, anders geldt het als een contract van onbepaalde duur. Sluit u elk seizoen opnieuw een contract met dezelfde arbeider, dan veronderstelt de wet een contract van onbepaalde duur, tenzij u bewijst dat de aard van het werk, zoals seizoensarbeid, de opeenvolging rechtvaardigt.
Seizoenarbeiders tuinbouw en landbouw: hoeveel dagen per jaar?
Het contingent geldt per werknemer en per kalenderjaar, bij alle werkgevers van de sector samen.
| Sector of teelt | Maximum per jaar |
|---|---|
| Tuinbouw: groenten, fruit, witloof, champignons, bloemen en boomkwekerij | 100 dagen |
| Landbouw, op de eigen gronden van de werkgever | 50 dagen |
| Veeteelt en gemengd bedrijf: melken, voederen, verzorgen, stal | 100 halve dagen |
| Alle sectoren samen | 100 dagen |
Een halve dag is een blok van 4 uur tussen middernacht en de middag, of tussen de middag en middernacht. Werkt de werknemer langer, of loopt zijn werk over beide blokken, dan telt dat als twee halve dagen. De regeling in halve dagen voor de veeteelt en het gemengd bedrijf loopt tot 31 december 2026.
Champignonteelt. Daar mag u gelegenheidsarbeiders alleen inzetten in een periode van intense activiteit van 156 dagen per kalenderjaar per werkgever. Die grens valt weg als het paritair comité uw onderneming een eigen regeling toestaat, onder meer met een tewerkstellingsnorm. U vraagt dat elk jaar opnieuw aan.
Witloof. Vroeger gold vanaf dag 66 een apart forfait. Dat is geschrapt: sinds 1 januari 2024 geeft u alle dagen aan met het gewone witloofforfait. Ook die regeling loopt tot 31 december 2026.
Een wettelijke feestdag die u na het einde van het contract nog betaalt, geeft u aan met het forfait. Die dag telt niet mee voor het contingent. Stelt de RSZ vast dat een werknemer zijn contingent overschrijdt, dan moet u kunnen aantonen dat het om niet gewerkte dagen gaat. Anders past de RSZ uw DmfA aan.
Loon seizoenarbeider 2026: het minimum per teelt
De sociale partners leggen het minimumuurloon van een gelegenheidsarbeider vast in een eigen cao per comité. De bedragen gelden sinds 1 januari 2026.
| Comité en teelt | Minimumuurloon gelegenheidsarbeider |
|---|---|
| PC 145, bloementeelt | € 13,89 |
| PC 145, bosboomkwekerij | € 15,50 |
| PC 145, boomkwekerij | € 15,66 |
| PC 145, fruitteelt | € 13,38 |
| PC 145, fruitsorteerbedrijven | € 13,28 |
| PC 145, groenteteelt | € 12,92 |
| PC 145, champignonteelt | € 12,51 |
| PC 144, landbouw zonder vlas | € 12,43 |
| PC 144, vlas- en hennepteelt (39-urenweek, sinds 1 oktober 2026) | € 16,94 |
In de tuinbouw krijgt een minderjarige gelegenheidsarbeider een deel van dat loon: 85% op 17 jaar en 70% op 15 en 16 jaar. Werkt de seizoenarbeider als gewone arbeider, dan betaalt u het barema van zijn categorie. Alle bedragen staan op onze baremapagina's voor PC 145 en PC 144, zoals de FOD Werkgelegenheid ze publiceert.
Een deel van de premies betaalt het Waarborg- en Sociaal Fonds van de sector, op basis van de dagen op de plukkaart:
| Premie | PC 145, tuinbouw | PC 144, landbouw |
|---|---|---|
| Eindejaars- en koopkrachtpremie samen | € 240,71, vanaf 50 dagen in het kalenderjaar | € 89,38, vanaf 25 dagen in het kalenderjaar |
| Getrouwheidspremie | € 0,50 per gewerkte dag, vanaf 30 dagen | € 0,50 per gewerkte dag, vanaf 15 dagen |
In de tuinbouw betaalt u sinds 1 juni 2026 ook een scheidingsvergoeding van € 2 netto per begonnen gewerkte dag. Meer over de lonen, premies en indexering in de tuinbouw leest u in onze gids over paritair comité 145.
Seizoenarbeiders en de RSZ: het dagforfait
Voor een gelegenheidsarbeider binnen het contingent rekent de RSZ niet met het echte loon. U geeft per gewerkte dag een forfait aan, hoeveel uren hij die dag ook werkt. De bedragen sinds 1 april 2026:
| Teelt | Dagforfait | Persoonlijke bijdrage per dag |
|---|---|---|
| Tuinbouw | € 27,83 | € 3,64 |
| Witloof | € 27,83 | € 3,64 |
| Champignons | € 27,83 | € 3,64 |
| Fruitteelt | € 24,54 | € 3,21 |
| Bloementeelt | € 17,65 | € 2,31 |
| Landbouw en melkvee | € 13,52 | € 1,77 |
Gelegenheidsarbeiders vallen niet onder de vakantieregeling. Daarom verhoogt u het forfait niet tot 108%, en betaalt u geen vakantiebijdrage en geen loonmatigingsbijdrage. De bijzondere bijdragen, zoals voor het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen, blijven verschuldigd. De persoonlijke bijdrage is 13,07% van het forfait. Door de werkbonus hoeft u ze in de meeste gevallen niet in te houden.
Sinds 1 januari 2026 worden de forfaits elk jaar op 1 januari geïndexeerd, op dezelfde manier als de sectorlonen, en aangepast als het GGMMI in absolute bedragen stijgt. Dat staat in het koninklijk besluit van 14 april 2026. Het vorige besluit werd op 5 januari 2026 door de Raad van State vernietigd. Het nieuwe besluit herstelde de wettelijke basis, zodat de regeling ononderbroken doorloopt.
Rekenvoorbeeld. Een plukker in de fruitteelt werkt een dag van 8 uur aan het minimum van € 13,38. Zijn brutoloon is 8 x 13,38 = € 107,04.
| Gewone arbeider | Gelegenheidsarbeider | |
|---|---|---|
| RSZ-grondslag voor die dag | € 107,04 x 1,08 = € 115,60 | € 24,54 |
| Persoonlijke bijdrage voor de werkbonus | 13,07% = € 15,11 | € 3,21, meestal nul door de werkbonus |
| RSZ-grondslag over 30 oogstdagen | € 3.468,10 | € 736,20 |
| Werkgeversbijdragen | gewone bijdragen, ook vakantie en loonmatiging | op het forfait, zonder vakantie- en loonmatigingsbijdrage |
Het loon zelf verandert niet: de plukker krijgt in beide gevallen € 107,04 bruto voor die dag. Alleen de grondslag voor de bijdragen verschilt.
Dimona voor seizoenarbeiders
Voor een gelegenheidsarbeider doet u een Dimona voor gelegenheidsarbeid, van het type EXT, voor elke dag apart. U meldt het beginuur en het verwachte einduur. Omdat u telkens begin- en einduur meldt, kunt u voor een kalenderdag meerdere Dimona's doen. In de DmfA blijft het een dagforfait.
Voor wijzigingen gelden dezelfde termijnen als bij de andere gelegenheidswerknemers. Een gewijzigd beginuur past u aan uiterlijk wanneer de werknemer begint. Een vroeger einde meldt u tot middernacht na het voorziene einduur, een later einde binnen 8 uur. Komt de werknemer niet, dan annuleert u de Dimona uiterlijk om middernacht van die dag.
De Dimona is een absolute voorwaarde. Doet u ze niet, dan mag u het forfait in geen geval gebruiken, ook niet achteraf. De werknemer is dan voor het volledige kalenderjaar een gewone werknemer, en u betaalt alle bijdragen op zijn volledige loon aan 108%, ook de vakantie- en loonmatigingsbijdrage.
Werkgevers en uitzendkantoren in PC 144 en PC 145 kunnen via Multi-Dimona nagaan of een werknemer dit kalenderjaar al als gelegenheidsarbeider werkte. Wilt u de Dimona's niet zelf doen, lees dan wat Dimona-beheer voor u inhoudt. De basis staat in wat is Dimona.
De plukkaart in 2026: bestaat ze nog?
Ja. De plukkaart heet officieel het gelegenheidsformulier en is in 2026 nog altijd verplicht voor een gelegenheidsarbeider in de land- en tuinbouw. De sociale inspectie beschrijft de werkwijze in haar checklist voor de groene sectoren van 30 juni 2026:
- De eerste werkgever koopt de plukkaart bij het Waarborg- en Sociaal Fonds van zijn sector: het Fonds voor het tuinbouwbedrijf of het Fonds voor de landbouw.
- De werkgever vult zijn gegevens en die van de werknemer in, uiterlijk wanneer de tewerkstelling begint.
- De werknemer vult de plukkaart in voor hij begint en moet ze altijd kunnen tonen.
- De werkgever kijkt ze bij voorkeur elke dag na en parafeert ze minstens een keer per week.
Niets vervangt de plukkaart. In de tuinbouw ziet u met de toestemming van de werknemer in de onlinedienst Green@work hoeveel van zijn 100 dagen al gereserveerd zijn. Multi-Dimona toont of hij dit jaar al als gelegenheidsarbeider werkte. De RSZ zegt uitdrukkelijk dat dat geen vervanging van het gelegenheidsformulier is. De cao's van 2026 tellen de dagen voor de premies nog altijd op de plukkaart of het gelegenheidsformulier.
Het systeem zelf bestaat al lang: in de tuinbouw sinds 1 juli 1994, in de landbouw sinds 1 april 2000.
Valkuilen bij seizoenarbeiders
- Geen Dimona voor de eerste dag. Dan is de werknemer het hele kalenderjaar een gewone werknemer, niet alleen die dag.
- Het contingent niet nagekeken. De dagen gelden bij alle werkgevers samen. Een plukker die al bij een andere teler werkte, kan zijn dagen deels opgebruikt hebben.
- De 180-dagenregel vergeten. Wie onlangs in een ander statuut bij u werkte, kan geen gelegenheidsarbeider zijn.
- Parken en tuinen. In de tuinaanleg bestaat geen gelegenheidsarbeid met dagforfait.
- Landbouw buiten de eigen gronden. Werkt de werknemer niet op de eigen gronden van de werkgever, dan valt hij buiten de regeling, behalve voor de taken in de veeteelt.
- Champignonteelt zonder eigen regeling. Buiten de 156 dagen intense activiteit is gelegenheidsarbeid daar niet mogelijk.
- Een plukkaart die niet geparafeerd is. Bij een controle vraagt de inspecteur ernaar.
Wat u nu controleert
- Leg voor elke seizoenarbeider vast of hij gelegenheidsarbeider of gewone arbeider is, en waarom.
- Kijk na of u voor elke gewerkte dag een Dimona voor gelegenheidsarbeid deed, met begin- en einduur.
- Tel de dagen per werknemer en kijk ze na in Green@work of Multi-Dimona.
- Vergelijk elk uurloon met het minimum van de teelt en het barema van het comité.
- Controleer of elke plukkaart volledig is ingevuld en minstens wekelijks geparafeerd.
Wat Business Centrum hierin voor u doet
Business Centrum verwerkt uw lonen samen met Acerta, ook die van uw seizoenarbeiders. U hebt een vast aanspreekpunt in Gent dat uw dossier kent. Wilt u dat we uw seizoen samen bekijken? Laat u terugbellen.

