Paritair comité 145 geldt voor de tuinbouw: groenten, fruit, bloemen, boomkwekerij en tuinaanleg. Op 1 januari 2026 stegen de lonen met 2,19%. Een vaste arbeider in de groententeelt verdient nu minstens € 12,92 per uur. Voor een gelegenheidsarbeider betaalt u RSZ op een dagforfait van € 27,83, niet op zijn echte loon.
Wie valt onder paritair comité 145?
PC 145 is bevoegd voor werkgevers en hun werknemers in de tuinbouw. Het koninklijk besluit dat het comité oprichtte, somt de activiteiten op:
- groententeelt, ook witloof en paddenstoelen;
- fruitteelt, ook druiven, perziken en aardbeien;
- bloemen en sierplanten, alle specialiteiten inbegrepen;
- boomkwekerij, ook rozen en sierheesters;
- de teelt van tuinbouwzaden;
- de aanleg en het onderhoud van parken, tuinen, sportterreinen, groene zones en begraafplaatsen, ook in eigen beheer als de arbeiders hoofdzakelijk dat werk doen;
- het sorteren van tuinbouwproducten, het manueel oogsten, de productie van potgrond, het kweken van graszoden, het verhuren en onderhouden van planten bij derden en het snoeien van fruitbomen voor derden.
Sinds 1 januari 2023 is PC 145 ook bevoegd voor de bedienden van die ondernemingen. Voor die datum vielen zij onder PC 200. Ze namen hun beroepservaring mee naar het nieuwe barema. Wie nog bedienden in PC 200 aangeeft, past dus het verkeerde barema toe. Meer over het vroegere comité van uw bedienden leest u op de pagina over PC 200.
Binnen PC 145 bestaan subcomités, zoals 145.01 voor de bloementeelt, 145.03 voor de boomkwekerij, 145.04 voor parken en tuinen, 145.05 voor de fruitteelt, 145.06 voor de groententeelt en 145.07 voor de paddenstoelenteelt. Sinds dezelfde datum staan hun barema's in het hoofdcomité. U zoekt het barema van uw teelt dus op bij PC 145 zelf, ook als uw RSZ-aangifte een subcomité vermeldt.
PC 145 of PC 144: tuinbouw of landbouw?
De grens met de landbouw (PC 144) bepaalt meer dan het barema. Ze bepaalt ook hoeveel dagen u met gelegenheidsarbeiders mag werken en welk dagforfait geldt.
| PC 145 tuinbouw | PC 144 landbouw | |
|---|---|---|
| Activiteit | groenten, fruit, bloemen, boomkwekerij, tuinaanleg | akker- en weidebouw, veeteelt, gemengde bedrijven, vlas en hennep |
| Gelegenheidsarbeid per jaar | 100 dagen, alle werkgevers samen | 50 dagen, alleen op de eigen gronden van de werkgever |
| Flexi-jobs | uitgesloten, behalve tuinaanleg | uitgesloten |
| Werken voor derden met machines | PC 132 (technische land- en tuinbouwwerken) | PC 132 |
Een gemengd bedrijf volgt zijn hoofdactiviteit. Teelt u vooral aardappelen en graan en een kleiner deel aardbeien, dan blijft u in PC 144. Werkt een gelegenheidsarbeider effectief aan beide activiteiten, dan mag hij beide contingenten combineren. Wie zuiver loonwerk voor derden doet, zoals ploegen of oogsten met machines, valt onder geen van beide.
Loonbarema paritair comité 145 voor arbeiders in 2026
De barema's van PC 145 zijn uurlonen voor een arbeidsduur van 38 uur per week. Ze verschillen per teelt en per categorie van de functie. De tabel toont de minimumuurlonen voor vaste arbeiders van 18 jaar of ouder sinds 1 januari 2026, voor de teelten waar de meeste werkgevers naar zoeken.
| Categorie | Bloementeelt (145.01) | Boomkwekerij (145.03) | Fruitteelt (145.05) | Groententeelt (145.06) |
|---|---|---|---|---|
| 1 | € 13,89 | € 15,66 | € 13,38 | € 12,92 |
| 2 | € 14,21 | € 16,36 | € 14,33 | € 13,60 |
| 3 | € 14,41 | € 16,73 | € 15,47 | € 14,25 |
| 4 | € 15,13 | € 17,43 | € 16,15 | € 14,92 |
| 5 | € 15,82 |
Categorie 5 bestaat alleen in ondernemingen met meer dan 50 werknemers die deze categorie zelf hebben ingevoerd.
Anciënniteit. Bovenop het minimumuurloon betaalt u een toeslag volgens de anciënniteit in uw onderneming: 0,50% na 5 jaar, daarna een halve procent per 5 jaar extra, tot 4% na 40 jaar. De toeslag gaat in op de eerste dag van de maand nadat de werknemer de anciënniteit bereikt.
Jongeren. Een arbeider van 17 jaar krijgt 85% van het barema, een arbeider van 15 of 16 jaar 70%. In de bloementeelt is dat voor categorie 1 op 17 jaar € 11,80 per uur.
De barema's van de bosboomkwekerij, de fruitsorteerbedrijven en de champignonteelt, en de schalen voor minderjarigen per teelt, staan in de databank minimumlonen van de FOD Werkgelegenheid. In de champignonteelt begint categorie 1 op € 12,51 per uur.
PC 145.04: loon in de tuinaanleg en het groenonderhoud
Voor de aanleg en het onderhoud van parken en tuinen geldt een eigen barema. Het hangt af van de arbeidsduur die de onderneming koos.
| Categorie | 38 uur zonder compensatiedagen, of met onbetaalde dagen | 39 uur met 6 betaalde compensatiedagen |
|---|---|---|
| 1 | € 16,37 | € 16 |
| 2 | € 16,88 | € 16,48 |
| 3 | € 17,92 | € 17,49 |
| 4 | € 18,36 | € 17,92 |
| 5 | € 19,34 | € 18,87 |
De eerste kolom geldt ook voor een week van 39 uur met 6 onbetaalde compensatiedagen, of van 40 uur met 12 onbetaalde dagen. Het lagere uurloon van de tweede kolom geldt alleen als u de compensatiedagen doorbetaalt.
Drie dingen zijn eigen aan de tuinaanleg:
- Geen gelegenheidsarbeid met dagforfait. De regeling voor gelegenheidsarbeiders geldt in de tuinbouw, maar niet in de aanleg en het onderhoud van parken en tuinen. Een tijdelijke kracht is daar een gewone arbeider.
- Mobiliteits-, maaltijd- en scheidingsvergoeding. Een cao van 24 mei 2023 regelt een vergoeding voor de verplaatsing naar de werven, een maaltijdvergoeding en een vergoeding als de werknemer door het werk elders moet overnachten.
- Getrouwheidspremie via het Sociaal Fonds. Een arbeider met minstens 6 maanden anciënniteit in de sector krijgt 6% van zijn brutoloon over het refertejaar, 7% na 5 jaar en 8,50% na 15 jaar ononderbroken dienst. Het refertejaar loopt van juli tot juni.
Seizoen- en gelegenheidsarbeid in paritair comité 145
Voor de oogst en het plantseizoen kiest u tussen twee statuten. Het verschil zit vooral in de RSZ.
- Seizoenarbeider. Een gewone arbeider met een contract van bepaalde duur. Hij krijgt het barema van zijn categorie, valt onder de vakantieregeling en u betaalt de gewone RSZ op zijn volledige loon.
- Gelegenheidsarbeider. Een arbeider in het systeem van artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969. Hij werkt hoogstens 100 dagen per jaar in de tuinbouw, bij alle werkgevers samen. U betaalt RSZ op een vast dagforfait.
Het minimumuurloon van een gelegenheidsarbeider staat in een eigen cao en is gelijk aan categorie 1 van de vaste arbeiders:
| Teelt | Vaste arbeider, categorie 1 | Gelegenheidsarbeider |
|---|---|---|
| Bloementeelt | € 13,89 | € 13,89 |
| Boomkwekerij | € 15,66 | € 15,66 |
| Fruitteelt | € 13,38 | € 13,38 |
| Groententeelt | € 12,92 | € 12,92 |
Een minderjarige gelegenheidsarbeider verdient niet minder dan een minderjarige vaste arbeider van dezelfde leeftijd, en niet meer dan een meerderjarige gelegenheidsarbeider.
De premies van gelegenheidsarbeiders lopen grotendeels via het Waarborg- en Sociaal Fonds:
- Eindejaars- en koopkrachtpremie: samen € 240,71, voor wie in het kalenderjaar minstens 50 dagen op de plukkaart heeft staan.
- Getrouwheidspremie: € 0,50 per gewerkte dag, vanaf 30 dagen op de plukkaart.
- Scheidingsvergoeding: sinds 1 juni 2026 betaalt u € 2 netto per begonnen gewerkte dag. Ze geldt ook voor wie naast het gelegenheidswerk een contract van hoogstens 6 weken krijgt.
Maaltijdcheques krijgen gelegenheidsarbeiders niet: de cao over de maaltijdcheques sluit hen uitdrukkelijk uit.
Gelegenheidsarbeid in de land- en tuinbouw: de RSZ-regeling
Voor een gelegenheidsarbeider die binnen het contingent blijft, rekent de RSZ niet met het echte loon. U geeft per gewerkte dag een forfait aan, hoeveel uren hij die dag ook werkt. De bedragen sinds 1 april 2026:
| Sector | Dagforfait | Persoonlijke bijdrage per dag |
|---|---|---|
| Tuinbouw, ook witloof en champignons | € 27,83 | € 3,64 |
| Fruitteelt | € 24,54 | € 3,21 |
| Bloementeelt | € 17,65 | € 2,31 |
Het forfait wordt niet verhoogd tot 108%, want gelegenheidsarbeiders vallen niet onder de vakantieregeling. U betaalt ook geen vakantiebijdrage en geen loonmatigingsbijdrage. De bijzondere bijdragen, zoals voor het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen, blijven verschuldigd. De persoonlijke bijdrage is 13,07% van het forfait, maar door de werkbonus hoeft u ze meestal niet in te houden.
Rekenvoorbeeld. Een plukker in de fruitteelt werkt een dag van 8 uur aan € 13,38, dus 8 x 13,38 = € 107,04 bruto.
| Gewone arbeider | Gelegenheidsarbeider | |
|---|---|---|
| RSZ-grondslag | 107,04 x 1,08 = € 115,60 | € 24,54 |
| Persoonlijke bijdrage | 13,07% = € 15,11 | € 3,21, meestal nul door de werkbonus |
| Werkgeversbijdragen | op € 115,60 | op € 24,54, zonder vakantie- en loonmatigingsbijdrage |
Over een oogst van 40 dagen scheelt dat per plukker enkele honderden euro aan bijdragen. Daarom kijkt de RSZ streng naar de voorwaarden:
- Dimona vooraf. U doet voor elke dag een Dimona voor gelegenheidsarbeid, met begin- en einduur. Meer daarover in wat is Dimona.
- Gelegenheidsformulier. De werknemer houdt een formulier bij met zijn dagen. U parafeert het één keer per week.
- Contingent nagaan. Met de toestemming van de werknemer ziet u in de onlinedienst Green@work hoeveel van zijn 100 dagen al gebruikt of gereserveerd zijn.
- De 180-dagenregel. Wie in de 180 voorafgaande dagen in dezelfde onderneming in een ander statuut werkte, is geen gelegenheidsarbeider. Een contract van hoogstens 6 opeenvolgende weken telt niet mee.
- Champignonteelt. Daar mag u gelegenheidsarbeiders alleen inzetten in een periode van intense activiteit van 156 dagen per kalenderjaar, tenzij het paritair comité uw onderneming een eigen regeling toestaat.
Werkt de gelegenheidsarbeider via een uitzendkantoor, dan gelden dezelfde contingenten. Zie PC 322 voor uitzendarbeid.
Indexering in paritair comité 145
PC 145 indexeert één keer per jaar, op 1 januari. Zowel de minimumlonen als de reële lonen stijgen mee, voor arbeiders, bedienden en gelegenheidsarbeiders. Betaalt u boven het barema, dan indexeert u ook dat hogere loon.
| Indexering op 1 januari | Percentage |
|---|---|
| 2026 | 2,19% |
| 2025 | 3,57% |
| 2024 | 1,83% |
| 2023 | 10,96% |
De volgende indexering valt op 1 januari 2027. Het is de eerste onder de centenindex, die sinds 1 juni 2026 geldt: voor een referteloon boven € 4.000 per maand wordt de index beperkt. Geen enkel barema van PC 145 komt daar in de buurt. Het hoogste minimumloon voor bedienden is € 3.734,30. De regel raakt dus alleen werknemers die ver boven het barema verdienen. Meer in ons stuk over de indexering van de lonen in 2026.
Barema voor bedienden in paritair comité 145
De bedienden hebben een barema met vier klassen, van A tot D, en een opbouw volgens beroepservaring. Schaal I geldt vanaf de indiensttreding, schaal II voor bedienden met minstens een jaar dienst in dezelfde onderneming. De minimummaandlonen voor een voltijdse bediende zonder ervaring:
| Klasse | Schaal I | Schaal II |
|---|---|---|
| A | € 2.249,89 | € 2.317,59 |
| B | € 2.343,63 | € 2.420,70 |
| C | € 2.376,79 | € 2.440,93 |
| D | € 2.563,79 | € 2.650,41 |
Met de jaren ervaring loopt het barema op. In klasse D, schaal II, bereikt het na 25 jaar € 3.734,30. De volledige tabel per jaar staat in de databank minimumlonen.
Eindejaarspremie in paritair comité 145
Voor de arbeiders betaalt niet u de eindejaarspremie uit, maar het fonds van de sector. U financiert ze via uw werkgeversbijdrage, die de RSZ samen met uw gewone bijdragen int.
| Teelt | Eindejaarspremie arbeiders | Uitbetaald door |
|---|---|---|
| Boomkwekerij | 8,33% van het brutoloon | Waarborg- en Sociaal Fonds |
| Groenten, fruit en champignons | 7,55% van het brutoloon | Waarborg- en Sociaal Fonds |
| Bloementeelt | eigen regeling | Waarborg- en Sociaal Fonds, sector bloementeelt |
| Parken en tuinen | getrouwheidspremie, zie hoger | Sociaal Fonds parken en tuinen |
De premie wordt berekend op het brutoloon van het refertejaar, van juli van het vorige jaar tot en met juni, en in december uitbetaald. Wie in de loop van het refertejaar vertrekt, houdt recht: bij pensioen of SWT, bij ontslag door u of in onderling akkoord, aan het einde van een contract van bepaalde duur en ook bij eigen ontslag. Alleen bij ontslag om dringende reden vervalt de premie.
Wat u aan het fonds betaalt. De bijdrage is een percentage van de loonmassa:
| Sector | Arbeiders | Waarvan voor de eindejaarspremie | Bedienden |
|---|---|---|---|
| Tuinbouw, behalve bloemen en tuinaanleg | 12,53% | 11,25% | 1,15% |
| Bloementeelt | 8,58% | 7,30% | 1,15% |
| Parken en tuinen (sinds 1 april 2026) | 11,70% | 9,15% | 1,95% |
Rekenvoorbeeld. Een vaste arbeider in de groententeelt, categorie 2, werkt een volledig refertejaar van 52 weken aan € 13,60 per uur. Zijn brutoloon is 13,60 x 38 x 52 = € 26.873,60. Het fonds keert hem in december 7,55% uit, of ongeveer € 2.028,96 bruto.
Bedienden. Voor uw bedienden betaalt u de premie zelf: een bedrag gelijk aan het maandloon, per gewerkte of gelijkgestelde maand een twaalfde. De eerste 12 maanden ziekte of ongeval tellen mee. U betaalt ten laatste in december. Hoe u een eindejaarspremie in andere sectoren berekent, staat in eindejaarspremie berekenen.
Maaltijdcheques, ecocheques en andere premies in PC 145
Maaltijdcheques sinds 2026. Sinds 1 januari 2026 heeft elke werknemer in PC 145 recht op een maaltijdcheque per dag dat hij effectief werkt. Gaf u op 1 november 2025 nog geen maaltijdcheques, dan is de cheque € 3,09 waard: € 2 van u en € 1,09 van de werknemer. Gaf u ze al, dan verhoogt u uw deel met € 2, tot hoogstens € 8,91. Gelegenheidsarbeiders vallen erbuiten.
Ecocheques. Een voltijdse werknemer met een volledig refertejaar krijgt € 250 aan ecocheques per jaar. Vanaf drie vijfde tewerkstelling is dat € 200, vanaf halftijds € 150 en daaronder € 125. Het refertejaar loopt van juli tot juni, de betaling volgt in december. Dezelfde regeling geldt in de tuinaanleg. Wilt u ze omzetten in een ander voordeel, dan kan dat met een cao in uw onderneming.
Forfaitaire premie. Elke arbeider krijgt van u jaarlijks in juli een forfaitaire premie. Voor een voltijdse arbeider met een volledig refertejaar is dat € 74,15 in 2026, uitbetaald op 1 juli 2026. Een deeltijdse arbeider krijgt een deel naar rato, en elke begonnen maand telt voor een twaalfde.
Fietsvergoeding. Wie met de fiets naar het werk komt, krijgt sinds 1 februari 2026 € 0,37 per kilometer.
Flexi-jobs in paritair comité 145
De tuinbouw is uitgesloten van flexi-jobs. Ook na de uitbreiding naar bijna alle sectoren op 1 juli 2026 blijven de werkgeverscategorieën 194, 494, 594 erbuiten. In de groenten-, fruit- of bloementeelt werkt u voor piekmomenten dus met gelegenheidsarbeiders.
De aanleg en het onderhoud van parken en tuinen vallen niet onder die uitsluiting. Een tuinaannemer in PC 145.04 mag flexi-jobbers inzetten. Het flexiloon is minstens het barema van de functie, plus 7,67% flexivakantiegeld, en u betaalt 28% bijzondere bijdrage. Alle regels per sector staan in flexi-jobs in alle sectoren.
Valkuilen in paritair comité 145
- Dimona vergeten of te laat. Zonder Dimona voor gelegenheidsarbeid verliest u het forfait voor die dag. Zie ook Dimona te laat.
- Contingent niet nagekeken. De 100 dagen gelden over alle werkgevers samen. Een plukker die al bij een andere teler werkte, kan zijn dagen opgebruikt hebben. Kijk het na in Green@work.
- Een vaste arbeider als gelegenheidsarbeider aangeven. Werkte hij in de 180 dagen ervoor in uw onderneming in een ander statuut, dan mag dat niet.
- Het dagforfait gebruiken in de tuinaanleg. De regeling geldt niet voor parken en tuinen. Daar is elke tijdelijke kracht een gewone arbeider, of een flexi-jobber.
- Bedienden nog in PC 200. Sinds 1 januari 2023 horen ze in PC 145, met een eigen barema en een eigen fondsbijdrage.
- Maaltijdcheques vergeten. Sinds 1 januari 2026 heeft elke vaste werknemer er recht op, ook als uw onderneming nooit maaltijdcheques gaf.
Wat Business Centrum voor u doet
Business Centrum verzorgt de loonadministratie van telers, kwekers en tuinaannemers in Oost-Vlaanderen, samen met Acerta. We bepalen het juiste subcomité en barema, doen de Dimona voor uw gelegenheidsarbeiders op tijd, houden hun contingent bij en passen in januari de index toe.

