Een algemeen sectoraal pensioenplan PC 200 voor alle bedienden bestaat niet. Het Sociaal Fonds 200 zegt het zelf: binnen het aanvullend paritair comité voor de bedienden is er geen algemeen sectoraal aanvullend pensioen. Wat er wel is, hangt af van wie u nog tewerkstelt. Hebt u alleen bedienden, dan verandert er niets. Werken uw bedienden in dezelfde ondernemingsactiviteit als arbeiders met een sectorpensioen, dan betaalt u een tijdelijke jaarpremie van 15,31% van het novemberloon, of draagt u sinds de start van het plan van uw subsector een bijdrage via de RSZ.
Sectoraal pensioenplan PC 200 in een oogopslag
| Uw situatie | Wat geldt er in 2026 |
|---|---|
| U hebt alleen bedienden in PC 200 | Geen verplichting uit deze regeling |
| Bedienden en arbeiders, maar uw arbeiders hebben geen aanvullend pensioen | Geen verplichting uit deze regeling |
| Bedienden in de bouw, met arbeiders in PC 124 | Sectorplan sinds 1 januari 2023, 2,23% van het referteloon |
| Bedienden in een garage, koetswerk, metaalhandel, edele metalen of terugwinning van metalen | Sectorplan sinds 1 juli 2025, 1,19% van het RSZ-loon, RSZ inbegrepen |
| Bedienden in taxi en verhuur van voertuigen met chauffeur | Sectorplan sinds 1 januari 2025, 1% van het RSZ-loon |
| Bedienden bij elektriciens | Sectorplan sinds 1 januari 2026, 1,10% plus 8,86% RSZ, vanaf 1 januari 2027 1,65% |
| Bedienden in een andere ondernemingsactiviteit waar de arbeiders een sectorpensioen hebben | Tijdelijke jaarpremie van 15,31% van het novemberloon, tot er een plan komt |
De tabel volgt de cao koopkracht van PC 200, de sectorcao's per ondernemingsactiviteit en de toelichting van het Sociaal Fonds 200. Weet u niet zeker onder welk comité uw bedienden en arbeiders vallen, kijk dan eerst in onze gids over paritair comité 200.
Waarom er geen algemeen aanvullend pensioen in PC 200 is
PC 200 is een aanvullend comité: het vangt bedienden op van werkgevers die geen eigen bediendencomité hebben. Die werkgevers zitten in heel verschillende sectoren. Een algemeen sectorpensioen kwam er nooit. Het probleem ontstond bij de harmonisering van arbeiders en bedienden.
De wet betreffende de aanvullende pensioenen (WAP) van 28 april 2003 verplicht werkgevers om verschillen in aanvullend pensioen tussen arbeiders en bedienden weg te werken. Veel arbeiders krijgen via hun sectorcomité een sectorpensioen. Hun collega-bedienden in PC 200 kregen dat niet. Die ongelijkheid moet weg.
Daarom sloten de sociale partners van PC 200 op 1 juli 2019 de cao koopkracht. Ze gaf de bedienden een koopkrachtverhoging van 1,10% en koppelde daar een bijzondere regeling aan voor werkgevers met arbeiders die een aanvullend pensioen hebben in dezelfde ondernemingsactiviteit. Voor hen werd die 1,10% geen loonsverhoging, maar een tijdelijke jaarpremie. Het budget van die premie moet uiteindelijk naar een aanvullend pensioen voor de bedienden gaan.
Het regeerakkoord van 2025 wil verder gaan: tegen 2035 een aanvullend pensioen voor alle werknemers met een werkgeversbijdrage van minstens 3%. Volgens het Sociaal Fonds 200 bestaan er nog geen uitvoeringsbesluiten. Vandaag is het dus een intentie, geen verplichting.
De tijdelijke jaarpremie: 15,31% van het novemberloon
De tijdelijke jaarpremie geldt voor de bedienden van werkgevers die zowel bedienden als arbeiders tewerkstellen in dezelfde ondernemingsactiviteit, waarbij de arbeiders een aanvullend pensioen hebben en de bedienden geen of een minder gunstig plan. De cao bekijkt de situatie op 1 september 2019. Een bijlage bij de cao somt de spiegelcomités van de arbeiders op, zoals 112, 121, 124, 145 en 149.01.
- Bedrag: het brutomaandloon van november van het refertejaar x 15,31%. Dat is 1,10% x 13,92.
- Wie: bedienden die op 1 september 2019 in dienst waren. Het refertejaar is het kalenderjaar, met een pro rata volgens de effectieve en gelijkgestelde dagen. Wie in de loop van het jaar vertrekt, krijgt ook zijn deel.
- Wanneer: met het loon van december.
- Niet: voor bedienden die op 31 augustus 2019 aan het minimumbarema betaald werden. Wie toen minder dan 1,10% boven het barema zat, krijgt een aangepaste premie.
Rekenvoorbeeld. Een bediende die op 1 september 2019 al in dienst was, verdient in november € 3.200 bruto en werkte het hele jaar. Zijn tijdelijke jaarpremie bedraagt € 3.200 x 15,31% = € 489,92 bruto, uitbetaald in december.
De sociale partners van elke ondernemingsactiviteit hebben tot 31 december 2026 om in PC 200 een cao te sluiten die het budget omzet in een aanvullend pensioen, met uitwerking uiterlijk op 1 januari 2030. Komt er voor uw activiteit geen cao, dan vervalt de plicht om de premie te betalen vanaf 1 januari 2030. U moet het budget dan zelf gebruiken voor een aanvullend pensioen dat het verschil met uw arbeiders wegwerkt, volgens de WAP.
Aanvullend pensioen bedienden PC 200 per ondernemingsactiviteit
Voor een reeks subsectoren bestaat het plan al. Zodra het start, stopt de tijdelijke jaarpremie, omdat het volledige budget naar het pensioen gaat. Het Sociaal Fonds 200 noemt deze subsectoren:
| Ondernemingsactiviteit (comité van de arbeiders) | Start | Werkgeversbijdrage | Inrichter en pensioeninstelling |
|---|---|---|---|
| Bouw (PC 124) | 1 januari 2023 | 2,23% van het referteloon sinds 1 januari 2026, alles inbegrepen | fbzp-fsep Constructiv, Pensio B OFP |
| Garagebedrijf (PSC 112), koetswerk (PSC 149.02), metaalhandel (PSC 149.04), edele metalen (PSC 149.03), terugwinning van metalen (PSC 142.01) | 1 juli 2025 | 1,10% plus RSZ, samen 1,19% | een fonds voor bestaanszekerheid per sector, Sefoplus OFP |
| Taxi en verhuur van voertuigen met chauffeur (PSC 140.02 en PC 140) | 1 januari 2025 | 1% van het RSZ-loon, alles inbegrepen | FBZ P2P Taxi+, Sefoplus OFP |
| Elektriciens (PSC 149.01) | 1 januari 2026 | 1,10% plus 8,86% RSZ; 1,65% vanaf 1 januari 2027 | FBZ Volta Plus FSE, Sefoplus OFP |
| Steenbakkerijen (PSC 114) | 1 januari 2022 | geregeld door de individuele onderneming | de onderneming zelf |
Een paar details maken het verschil op uw loonkost:
- Bouw. Tot 1 januari 2026 was de bijdrage 1,28% van het referteloon. Sindsdien is ze 2,23%, met een solidariteitsluik erbij. Op de rekening van de bediende komt 1,80% van het referteloon. Het referteloon is het RSZ-loon van bepaalde DmfA-codes maal 1,04.
- Sefocam-sectoren. Op de rekening van de bediende komt 1,05%. Tegen 31 december 2029 moeten de netto bijdragen van arbeiders en bedienden gelijk zijn, behalve bij edele metalen, waar ze al gelijk zijn. Verwacht dus nog stijgingen.
- Elektriciens. In 2026 is het een gewoon pensioenplan. Vanaf 1 januari 2027 komt er een solidariteitsluik en stijgt de bijdrage naar 1,65%. Dat ligt vast en hoort in uw loonbudget voor 2027.
Rekenvoorbeeld bouw. Een bediende in de bouw met een RSZ-loon van € 3.200 per maand kost u aan sectorbijdrage ongeveer € 71,36 per maand. De exacte grondslag staat in de cao; uw loonverwerking rekent het per kwartaal uit in de DmfA.
Hoe u het sectoraal aanvullend pensioen PC 200 betaalt: RSZ en DmfA
U stort de bijdrage niet rechtstreeks aan een pensioenfonds. De RSZ int ze, samen met uw gewone bijdragen, op basis van het werkgeverskengetal in de DmfA. Het kengetal bepaalt dus of u betaalt.
| Ondernemingsactiviteit | Werkgeverskengetal |
|---|---|
| Bouw | 024, 026, 044, 054 |
| Garages | 064 |
| Koetswerk | 065 |
| Taxi's | 068 |
| Metaalhandel | 477 |
| Edele metalen | 478 |
| Terugwinning van metalen | 079 |
| Elektriciens | 467 |
| Steenbakkerijen | 495 |
| Bedienden zonder sectorbijdrage | 010 |
Voor metaalhandel en edele metalen meldt Sefocam dat de cao-tekst een verouderd kengetal noemt; de tabel toont het kengetal dat Sefocam opgeeft. Het Sociaal Fonds 200 legt de verantwoordelijkheid bij u: per technische bedrijfseenheid gaat u na of de bedienden die dezelfde activiteit uitoefenen als de arbeiders, ook hetzelfde kengetal hebben. Bedienden met een andere activiteit krijgen 010. Werkt u met arbeiders in meer dan één comité, dan volgt het plan van de bedienden de subsector met de meeste arbeiders. Dat heet het hoofdzakelijkheidsprincipe.
De bijzondere RSZ-bijdrage van 8,86% op pensioenstortingen zit bij deze sectorplannen in de geïnde bijdrage of wordt door de RSZ zelf afgehouden. U berekent en meldt ze niet apart. Hebt u een eigen ondernemingsplan, dan is dat anders: daar berekent u de 8,86% zelf en geeft u ze apart aan, zegt de RSZ.
Opting-out en uitsluiting: kan ik eronder uit met een eigen plan?
Een echte opting-out, waarbij u het sectorplan zelf uitvoert op ondernemingsniveau, voorzien deze cao's niet. De cao's voor bouw, garages, taxi's en elektriciens zeggen letterlijk dat er geen gebruik wordt gemaakt van de opting-out van artikel 9 WAP.
Wel bestaat er een uitsluiting, "buiten toepassing" genoemd, voor werkgevers die op de startdatum al een minstens gelijkwaardig plan hadden voor al hun betrokken bedienden:
- Bouw: een gelijkwaardig plan uiterlijk op 1 januari 2023. Nieuwe werkgevers en werkgevers die later in de situatie komen, kunnen op dat moment hetzelfde aantonen.
- Sefocam-sectoren: een gelijkwaardigheidstoets met attest van de actuaris van de verzekeraar of het pensioenfonds, plus een werkgeversverklaring, aangetekend bezorgd aan de sectorale inrichter uiterlijk op 20 januari 2025.
De termijnen voor bestaande werkgevers liggen achter ons. Wie uitgesloten is, moet gelijkwaardig blijven. In de bouw kan een uitgesloten werkgever later alsnog toetreden.
Wat de bediende krijgt en waar hij het ziet
In de bouw, de Sefocam-sectoren en bij de elektriciens komt de netto bijdrage elk kwartaal op een individuele rekening van de bediende. De plannen van Sefocam zijn plannen van het type vaste bijdragen: de rekening groeit met het rendement van het pensioenfonds, en over de hele aansluiting moet dat rendement minstens het wettelijke minimum van de WAP halen, dat Sefocam op 1,75% zet. Sterft de bediende voor zijn pensioen, dan gaan in die plannen de opgebouwde reserves naar zijn begunstigden.
De bediende ziet zijn rechten op mypension.be: per plan de reserves en de pensioeninstelling. Actieve aangeslotenen kunnen er ook het pensioenreglement lezen, zegt de FSMA. Vraagt een bediende waar zijn pensioen zit, verwijs hem dan eerst daarheen.
Uit dienst: wat gebeurt er met het aanvullend pensioen?
Bij een vertrek neemt de sectorale inrichter of de pensioeninstelling contact op met de bediende. Hij krijgt een uittredingsfiche met zijn verworven reserve en zijn keuzes: de reserve in het plan laten of overdragen. Is de verworven reserve lager dan € 194,04, dan heeft hij geen keuze en blijft ze in het plan.
Voor u als werkgever betekent het vooral: geef de uitdiensttreding correct aan in de Dimona en de DmfA, want de sectorbijdrage loopt via die aangifte.
Valkuilen bij het aanvullend pensioen in PC 200
- Verkeerd kengetal. Een bediende in de bouw met kengetal 010 bouwt niets op; een bediende met een andere activiteit onder een bouwkengetal kost u een bijdrage die niet nodig is.
- De jaarpremie doorbetalen na de start van het plan. Sinds de start van het sectorplan van uw subsector stopt de tijdelijke jaarpremie. Dubbel betalen is een kost die u niet terugkrijgt.
- Nieuwe bedienden vergeten. Voor de tijdelijke jaarpremie telt de toestand op 1 september 2019. In een sectorplan sluit elke betrokken bediende aan, ook een nieuwe.
- De 2027-stap missen. Bij elektriciens stijgt de bijdrage op 1 januari 2027 naar 1,65%. Neem het op in uw budget.
- De 8,86% dubbel tellen. Bij een sectorplan via de RSZ zit de bijzondere bijdrage er al in. Alleen bij een eigen plan geeft u ze apart aan.
- Wachten op 1 januari 2030. Komt er voor uw activiteit geen cao, dan moet u zelf een conforme oplossing hebben tegen die datum.
Wat u nu controleert
- Ga na of u naast bedienden in PC 200 ook arbeiders hebt, en of die arbeiders een sectoraal aanvullend pensioen hebben.
- Zoek uw ondernemingsactiviteit in de tabel. Staat ze erin, controleer dan de startdatum en het kengetal van elke bediende per technische bedrijfseenheid.
- Staat ze er niet in, betaal dan de tijdelijke jaarpremie in december aan de bedienden die op 1 september 2019 in dienst waren.
- Hebt u een eigen groepsverzekering voor uw bedienden, laat dan nagaan of ze gelijkwaardig is en of u formeel buiten toepassing valt.
- Zet de bijdrage voor 2027 in uw loonbudget, zeker bij elektriciens. De barema's van uw bedienden vindt u in het barema van PC 200, het overzicht van alle sectoren in onze gids over het sectoraal pensioenplan.
Wat Business Centrum hierin voor u doet
Business Centrum verwerkt uw lonen samen met Acerta. In die loonverwerking zitten het juiste werkgeverskengetal per bediende, de DmfA waarop de RSZ de sectorbijdrage int, en de tijdelijke jaarpremie in december waar ze nog geldt. U hebt één vast aanspreekpunt in Gent dat uw dossier kent. Meer over hoe dat werkt voor kmo's leest u bij ons sociaal secretariaat voor kmo's. Wilt u dat we uw situatie in PC 200 eens nalopen? Laat u terugbellen.

