Een sectoraal pensioenplan is een aanvullend pensioen dat de sociale partners van een paritair comité bij cao invoeren voor alle werknemers van de sector. Het is de tweede pensioenpijler, bovenop het wettelijk pensioen, en valt onder de wet betreffende de aanvullende pensioenen (WAP) van 28 april 2003. Heeft uw comité zo'n plan, dan neemt u als werkgever in principe deel en betaalt u een bijdrage, meestal een percentage van het loon dat de RSZ samen met uw gewone bijdragen int. Hoeveel dat is, verschilt sterk per comité: van 1% van het RSZ-loon voor de bedienden in PC 226 tot 2,59% in de Vlaamse metaal.
Sectoraal pensioenplan: zo werkt het
Vier partijen spelen een rol. De FSMA, die toezicht houdt op de aanvullende pensioenen, beschrijft ze zo:
- De sociale partners van het comité sluiten de cao die het plan invoert. Daarin staan wie aansluit, hoeveel er betaald wordt en of ondernemingen met een eigen plan buiten het sectorplan mogen blijven.
- De inrichter belooft het pensioen. Bij een sectorplan moet dat een instelling zijn die samen door werkgevers en werknemers bestuurd wordt. Meestal is dat een fonds voor bestaanszekerheid van de sector.
- De pensioeninstelling beheert het geld: een pensioenfonds (OFP) of een verzekeringsonderneming.
- U als werkgever betaalt de bijdrage. In de plannen in de tabel hieronder legt de cao de bijdrage bij de werkgever.
De FSMA is duidelijk over de plicht: is er in een sector een plan ingevoerd via een cao, dan zijn in principe alle werkgevers van die sector verplicht om deel te nemen. Daardoor worden ook hun werknemers aangesloten. Een cao kan wel toelaten dat een onderneming zelf een aanvullend pensioen opbouwt in plaats van het sectorplan. Dat heet opting-out, en dat eigen plan moet minstens het niveau van het sectorplan halen.
In de plannen in de tabel legt de cao een bijdrage vast, meestal een percentage van het loon, en komt de netto bijdrage op een individuele rekening van de werknemer. Wat hij bij zijn pensioen krijgt, hangt af van die stortingen en van het rendement. De WAP legt een minimumrendement op dat de inrichter moet garanderen; volgens Sefocam is dat momenteel 1,75%.
Bijdrage voor het sectoraal aanvullend pensioen per paritair comité
De tabel toont de comités waarin de kmo's die wij bedienen het vaakst werken, met de bijdrage die we in een primaire bron konden nalezen. "Plus RSZ" betekent dat de bijzondere bijdrage van 8,86% bovenop het percentage komt; "RSZ inbegrepen" betekent dat ze er al in zit.
| Comité | Inrichter en pensioeninstelling | Werkgeversbijdrage | Basis en sinds | Bron |
|---|---|---|---|---|
| PC 111 metaal, arbeiders (Vlaanderen) | FBZ Metaalverwerkende Nijverheid, Pensioenfonds Metaal OFP | 2,29%, met RSZ en solidariteit 2,59% | het volle brutoloon, sinds 1 juli 2017 | FBZ Metaal, Pensioenfonds Metaal |
| PC 112 garages, arbeiders | fonds van de sector, Sefoplus OFP | 1,95%, RSZ inbegrepen | RSZ-loon | Sefocam |
| PC 118 voeding, arbeiders | Fonds 2de pijler PC 118, AG Insurance | 1,52%, plus RSZ | 108% van het loon, sinds 1 januari 2014 | cao 130432 |
| PC 121 schoonmaak | SFSOO | 1,50% | vaste bijdrage, plan sinds 1 januari 2008 | SFSOO |
| PC 124 bouw, arbeiders | fbzp-fsep Constructiv, Pensio B OFP | toelage van 1,80% tot 2,65% volgens sectoranciënniteit, betaald uit de bijdragen aan Constructiv | 108% x 1,04 van het RSZ-loon, sinds 1 januari 2026 | cao 199072 |
| PSC 140.03 wegvervoer, arbeiders | SFTL, Pensio TL | 0,92%, RSZ inbegrepen | 108% van het loon, sinds 1 juli 2018 | cao 149433 |
| PC 145 tuinbouw | Fonds tweede pijler PC 145, AG Insurance | arbeiders 2,20%, plus RSZ; bedienden sinds 1 januari 2026, 1,10% vanaf 1 januari 2027 | arbeiders 108% sinds 1 januari 2023, bedienden het RSZ-loon | cao 177030, cao 200416 |
| PSC 149.01 elektriciens, arbeiders | FBZ Volta Plus | 2,10% bruto, plus RSZ op de netto bijdrage | RSZ-loon, sinds 1 januari 2026 | cao 199671 |
| PC 200 bedienden | geen algemeen plan | tijdelijke jaarpremie van 15,31% van het novemberloon, of een plan per ondernemingsactiviteit | zie de gids PC 200 | cao koopkracht 2019 |
| PC 207 chemie, bedienden | FBZ van de sector, AG Insurance | 0,85%, minimum € 57,41 per kwartaal, plus RSZ | RSZ-loon, sinds 1 januari 2016 | cao 146650 |
| PC 209 metaal, bedienden | volgens de cao van de sector | 2,29% plus 0,10% solidariteit | referentieloon, sinds 1 januari 2020 | cao 187003 |
| PC 220 voeding, bedienden | Fonds Tweede Pijler PC220 | 1,19% plus 0,06% solidariteit, plus RSZ; 1,28% vanaf 1 juli 2027 | RSZ-loon, sinds 1 juli 2026 | cao 200983 |
| PC 226 bedienden internationale handel, vervoer en logistiek | Sociaal Fonds 226, Vivium | 0,92%, met RSZ 1% | RSZ-loon | Sociaal Fonds 226 |
| PC 302 horeca | Fonds Tweede Pijler PC302, AG Insurance | 1,01%, met RSZ 1,10% | arbeiders 108%, bedienden het RSZ-loon, sinds 1 januari 2020 | cao 155566 |
| PC 330 gezondheidszorg | sectorfondsen, federaal en Vlaams | federaal: toelage van maximaal € 28 per trimester over 2025; Vlaams: 0,44% van het brutoloon in de tweede helft van 2026 | per jaar bij cao vastgelegd | cao 200386, cao 199634 |
De namen van inrichters en pensioeninstellingen staan er zoals de cao of het sectorfonds ze vermeldt. Elke bron, met de datum waarop we ze nalazen, staat in het bronnenblok onderaan deze pagina. Staat uw comité er niet in, dan vonden we geen sectorplan of geen bijdrage die we konden aantonen. Weet u niet onder welk comité uw werknemers vallen? Onze gids paritair comité opzoeken toont hoe u het vindt.
Twee comités vragen meer uitleg. Voor de bedienden in PC 200 bestaat geen algemeen plan; wat u daar betaalt, hangt af van uw arbeiders. Dat staat in onze gids over het sectoraal pensioenplan PC 200. Voor de bedienden van de internationale handel, het vervoer en de logistiek leest u alles in de gids over het sectoraal pensioenplan PC 226.
Sectoraal pensioen betalen: via de RSZ of rechtstreeks
Bij de meeste comités in de tabel int de RSZ de bijdrage. Dat werkt zo: in uw DmfA staat een werkgeverskengetal, en op basis daarvan rekent de RSZ de bijdrage voor het sectorplan aan. De RSZ stort ze door naar de sector, die ze bij de pensioeninstelling onderbrengt. Volgens de RSZ heeft dat twee voordelen: alles staat op een aangifte, en de bijzondere bijdrage van 8,86% zit in de geïnde bijdragen, zodat u ze niet apart berekent en aangeeft.
Int de RSZ de sectorbijdrage niet, dan stort u rechtstreeks aan de inrichter. Ook dan betaalt u de 8,86% niet zelf: sinds 1 januari 2014 is de inrichter van een sectorstelsel de schuldenaar van die bijzondere bijdrage, in uw plaats.
Anders is het als u een eigen plan hebt. Laat de cao toe dat u met een gelijkwaardig ondernemingsplan buiten het sectorplan blijft, dan berekent u de 8,86% zelf en geeft u ze apart aan in de DmfA. Hetzelfde geldt voor een groepsverzekering die u naast een sectorplan hebt, bijvoorbeeld alleen voor uw bedienden.
Rekenvoorbeeld: wat een sectoraal aanvullend pensioen per maand kost
Drie werknemers, drie comités, met de percentages uit de tabel:
- Bediende in PC 226 met een RSZ-loon van € 3.200 per maand: € 3.200 x 1% = € 32 per maand, RSZ inbegrepen.
- Bediende in PC 220 met hetzelfde loon, sinds 1 juli 2026: 1,19% en 0,06% van € 3.200, plus 8,86% op het pensioendeel, samen € 43,37 per maand. Vanaf 1 juli 2027 stijgt het pensioendeel naar 1,28%.
- Arbeider in PC 302 met € 2.800 bruto per maand: het referteloon is 108% daarvan, dus € 3.024. Daarop 1,10%, of € 33,26 per maand, RSZ inbegrepen.
Dat zijn bedragen per maand om uw loonkost te ramen. De RSZ rekent per kwartaal, op het loon zoals u het in de DmfA aangeeft.
Opting-out of vrijstelling: kan ik met een eigen plan buiten het sectorplan blijven?
Dat beslist de cao van uw comité, niet u. Er zijn drie vormen:
- Geen enkele uitzondering. Bijvoorbeeld PC 121 en PC 220: geen opting-out. PC 207 maakt ook geen gebruik van de opting-out van de WAP.
- Uitsluiting voor wie al een plan had op een vaste datum. In PC 111 alleen voor ondernemingen met een goedgekeurd ondernemingsakkoord van uiterlijk 31 december 1999. In PC 118 voor ondernemingen met een gelijkwaardig plan op 31 december 2002. In PSC 140.03 mocht een gelijkwaardig plan van op 1 juli 2011 verder lopen, met een jaarlijks actuarieel attest. In PC 302 vallen ondernemingen buiten toepassing die op 22 juni 2011 al een plan hadden en dat tijdig lieten attesteren.
- Opting-out. In PC 209 geldt het plan voor werkgevers die niet vrijgesteld zijn en geen opting-out toepassen.
Die datums liggen ver achter ons. Een nieuwe kmo kan in de praktijk zelden nog buiten het sectorplan blijven. Hebt u een eigen groepsverzekering, controleer dan of ze bovenop het sectorplan komt of het formeel vervangt. Dubbel betalen zonder dat het moet, kost geld; niet betalen als het moet, wordt een achterstand bij de RSZ.
Wat de werknemer krijgt en waar hij het ziet
De werknemer bouwt een reserve op, op een individuele rekening bij de pensioeninstelling. Veel sectorplannen hebben ook een solidariteitsluik met een eigen bijdrage, zoals in PC 111, 118, 145, 209, 220 en 302. In PC 111 bijvoorbeeld krijgt een werknemer die ziek of tijdelijk werkloos is daaruit een bijpassing voor de verdere opbouw van zijn pensioen, zegt het Pensioenfonds Metaal. Wat het luik precies dekt, staat in het solidariteitsreglement van elke sector.
Zijn rechten ziet hij op mypension.be. De FSMA wijst daarnaar als de plek waar een werknemer al zijn aanvullende pensioenen terugvindt, met de reserves per plan en de pensioeninstelling. Vraagt een werknemer naar zijn sectorpensioen, dan is dat het eerste adres.
Bij een vertrek uit de onderneming krijgt hij een uittredingsfiche van de pensioeninstelling of de inrichter, met zijn verworven reserve en zijn keuzes: de reserve in het plan laten of overdragen. Is ze lager dan € 194,04, dan heeft hij geen keuze en blijft ze in het plan.
Valkuilen bij het sectoraal pensioen
- Verkeerd werkgeverskengetal. Het kengetal in de DmfA bepaalt of de RSZ de sectorbijdrage int. Een fout kengetal betekent geen opbouw, of een bijdrage die u niet verschuldigd bent.
- De 8,86% vergeten of dubbel aangeven. Bij een sectorplan via de RSZ zit ze er al in of draagt de inrichter ze. Bij een eigen plan geeft u ze zelf aan.
- Arbeiders en bedienden verschillend behandelen. De WAP verplicht werkgevers om verschillen in aanvullend pensioen tussen arbeiders en bedienden weg te werken. Daarom bestaan er plannen voor de bedienden in PC 200 die met arbeiders met een sectorpensioen werken.
- Een stijging missen. In PC 220 stijgt de bijdrage op 1 juli 2027, in PC 145 wijzigt die voor bedienden op 1 januari 2027. Zet het in uw loonbudget.
- Een eigen plan aanhouden zonder te weten of het telt. Een groepsverzekering vervangt een sectorplan alleen als de cao dat toelaat en u formeel uitgesloten bent.
Wat u nu controleert
- Zoek het paritair comité van uw arbeiders en van uw bedienden op, en kijk in de tabel of er een sectorplan is.
- Controleer in uw loonverwerking het werkgeverskengetal per werknemer en per technische bedrijfseenheid.
- Hebt u een eigen groepsverzekering, ga dan na of u formeel buiten het sectorplan valt, of dat beide naast elkaar lopen.
- Werkt u met bedienden in PC 200 en arbeiders met een sectorpensioen, lees dan de gids over PC 200 en ga na of de tijdelijke jaarpremie of een plan per activiteit geldt.
- Neem de bijdrage per comité op in uw loonbudget voor 2027, met de stijgingen die al vastliggen. Wat u per comité minimaal aan loon betaalt, vindt u in de barema's per paritair comité.
Wat Business Centrum hierin voor u doet
Business Centrum verwerkt uw lonen samen met Acerta. Daarin zitten het werkgeverskengetal per werknemer en de DmfA waarmee de RSZ de bijdrage voor uw sectorfonds int. U hebt één vast aanspreekpunt in Gent dat uw dossier kent. Hoe onze loonadministratie verder werkt, leest u op de dienstpagina. Wilt u dat we nagaan welk sectorpensioen voor uw werknemers geldt? Laat u terugbellen.

