← Gidsen
Gids

Sectoraal pensioenplan PC 226: bijdrage en vrijstelling 2026

Door Gepubliceerd 11 min leestijd

Cijfers gecontroleerd op

bijdrage op het RSZ-loon
0,92%
bijdrage op het RSZ-loon
totale kost met de RSZ-bijdrage
1%
totale kost met de RSZ-bijdrage
sectorplan van kracht sinds
1 januari 2007
sectorplan van kracht sinds

Business Centrum is een sociaal bureau in Gent en erkend partner van Acerta. Wij zijn geen van de andere ondernemingen op deze pagina en spreken niet in hun naam; behalve de samenwerking met Acerta hebben wij er geen band mee. Wat wij over hen schrijven, komt uit hun eigen publicaties op de vermelde datum. Hoe wij over andere ondernemingen schrijven.

Het sectoraal pensioenplan PC 226 verplicht u sinds 1 januari 2007 om voor elke bediende in het comité 0,92% van zijn RSZ-loon te betalen voor een aanvullend pensioen. U regelt daar zelf niets voor: de RSZ int de bijdrage via uw kwartaalaangifte, de DmfA, en het Sociaal Fonds van PC 226 doet de rest. Met de bijzondere RSZ-bijdrage van 8,86% erbij kost het u 1% van het RSZ-loon. Een opting-out bestaat niet, een vrijstelling alleen in enkele gevallen.

Deze gids gaat over het plan van PC 226 en over wat u als werkgever controleert. Hoe sectorale pensioenplannen in het algemeen werken, leest u in onze gids over het sectoraal pensioenplan.

Sectoraal pensioenplan PC 226 in een oogopslag

OnderdeelWat geldt
Van kracht sinds1 januari 2007
Wie is aangeslotenElke bediende in PC 226 bij een werkgever die niet vrijgesteld is
Bijdrage van de werkgever0,92% van het RSZ-loon, sinds 1 januari 2011
Bijzondere RSZ-bijdrage8,86% op die bijdrage, mee geïnd door de RSZ
Totale kost1% van het RSZ-loon
Bijdrage van de bediendeGeen
InrichterHet Sociaal Fonds van PC 226
PensioeninstellingVivium, een merk van P&V Verzekeringen
Opting-outNiet voorzien
RegelingCao van 6 november 2017 (nr. 143068/CO/226), van kracht sinds 1 januari 2018

Het comité voerde het plan in bij cao van 4 april 2006; de cao van 6 november 2017 verving die tekst en legt de regels van vandaag vast. Het plan is van het type vaste bijdragen. De sector legt vast wat u betaalt, niet wat de bediende later krijgt. De pensioeninstelling belegt de bijdragen, en het rendement bepaalt mee hoe groot het kapitaal op het einde is.

Wie valt onder het sectoraal pensioenplan PC 226?

Het plan geldt voor de werkgevers en de bedienden die onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek vallen. Dat zijn de planners, dispatchers, douanedeclaranten en kantoormensen van transport-, expeditie- en logistieke bedrijven. Twijfelt u of uw bedienden onder PC 226 vallen, lees dan eerst onze gids over paritair comité 226. De arbeiders van hetzelfde bedrijf, zoals chauffeurs en magazijniers, vallen onder een ander comité en dus niet onder dit plan.

Twee voorwaarden bepalen of een bediende aangesloten is:

  • Hij valt onder PC 226. Het comité staat op zijn loonbrief en in uw DmfA.
  • Zijn werkgever is niet vrijgesteld. Alleen ondernemingen met een vrijstelling uit de cao vallen buiten het sectorplan, verderop leest u wanneer.

Zijn beide voorwaarden vervuld, dan is de bediende automatisch aangesloten vanaf zijn indiensttreding. Administratief start de aansluiting op de eerste dag van de maand waarin hij begint, of van de volgende maand als hij in de loop van een maand begint. Leeftijd, anciënniteit, functie en het soort contract spelen geen rol: ook een bediende met een contract van bepaalde duur bouwt op.

Twee gevallen vallen buiten de opbouw. Een gepensioneerde die opnieuw bij u komt werken, bouwt in het sectorplan niets meer op, want zijn kapitaal werd bij zijn pensioen uitbetaald. En voor periodes zonder loon wordt niets betaald, zie verderop.

Hoeveel bedraagt de bijdrage in het sectoraal pensioenplan PC 226?

U betaalt 0,92% van het RSZ-loon van de bediende. Het Sociaal Fonds omschrijft dat RSZ-loon als twaalf maandlonen, plus de eindejaarspremie en eventuele andere premies waarop RSZ verschuldigd is. Op het dubbel vakantiegeld betaalt u geen bijdrage, want daarop is geen gewone RSZ verschuldigd.

Die 0,92% bevat de taksen en de kosten van de inrichter en de pensioeninstelling. Daarbovenop komt de bijzondere RSZ-bijdrage van 8,86% die op elke storting voor een aanvullend pensioen geldt. Omdat de RSZ voor dit sectorplan zelf int, zit die bijdrage al in wat de RSZ aanrekent. U berekent of declareert ze niet apart.

De bijdrage steeg sinds de start in twee stappen:

PeriodeBijdrage via de RSZ
Vanaf 1 januari 20070,46%
Vanaf 1 januari 20090,69%
Vanaf 1 januari 2011 tot vandaag0,92%

Drie regels die u in de praktijk tegenkomt:

  • Geen loon, geen bijdrage. Voor ziekte na het gewaarborgd loon, tijdelijke werkloosheid, moederschapsrust, onbetaald verlof, voltijds tijdskrediet of een staking betaalt u niets. Bij deeltijds tijdskrediet of deeltijds thematisch verlof betaalt u op het verminderde loon.
  • De bediende betaalt niets. Er staat geen inhouding voor het pensioen op de loonbrief. Dat verwart bedienden soms; leg het uit bij de indiensttreding.
  • Meer geven kan niet in het sectorplan. U kunt de bijdrage niet verhogen en de bediende kan niet bijstorten. Wilt u meer doen, dan sluit u een eigen plan af naast het sectorplan.

Rekenvoorbeeld: wat het sectorplan kost voor een bediende in klasse 1

Een voltijdse bediende in klasse 1 zonder anciënniteit verdient in 2026 minstens € 2.574,27 bruto per maand. Het volledige barema per klasse staat op onze pagina barema PC 226. We nemen aan dat hij het hele jaar voltijds werkt, de jaarpremie van een maandloon volledig in geld krijgt en geen andere premies heeft.

  1. RSZ-loon per jaar: € 2.574,27 x 13 maandlonen = € 33.465,51.
  2. Pensioenbijdrage: € 33.465,51 x 0,92% = € 307,88 per jaar.
  3. Bijzondere RSZ-bijdrage: € 307,88 x 8,86% = € 27,28.
  4. Totale kost: € 335,16 per jaar, ongeveer 1% van het RSZ-loon.

Per gewone maand komt dat neer op € 23,68 pensioenbijdrage. Het hele bedrag gaat naar het pensioen van de bediende, na aftrek van de taksen en kosten. Verdient hij meer dan het barema, dan stijgt de bijdrage mee, want ze is een percentage van het werkelijke RSZ-loon.

Hoe u betaalt: via de RSZ en de DmfA

U krijgt voor het sectorpensioen geen aparte factuur. De betaling loopt zo:

  1. U geeft elk kwartaal de lonen van uw bedienden aan in de DmfA. De bijdrage voor het sectorpensioen loopt mee in de werkgeversbijdragen die de RSZ aanrekent.
  2. De RSZ int en stort de bijdragen door aan de pensioeninstelling, na aftrek van zijn kosten.
  3. De gegevens per bediende gaan via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid naar de pensioeninstelling. Die boekt de bijdrage op de individuele rekening van elke aangesloten bediende.

Uw kant is dus een juiste DmfA: het juiste comité per bediende, de juiste lonen en een correcte datum van in- en uitdiensttreding. Een bediende die u per vergissing onder PC 200 aangeeft, bouwt in dit plan niets op.

Verwar de pensioenbijdrage niet met de bijdrage aan het Sociaal Fonds zelf. Dat is een aparte werkgeversbijdrage, ook geïnd door de RSZ en met een eigen cao. Het Fonds heeft naast het pensioenplan andere taken, zoals de aanwervingspremies.

Sectorbijdrage PC 226 in de DmfAPercentagePeriode
Sectorpensioen0,92%, plus 8,86% RSZ-bijdrage daaropSinds 1 januari 2011, cao zonder einddatum
Sociaal Fonds0,50% van de brutolonenHeel 2026
Sociaal Fonds0,50% van de brutolonenEerste helft 2027, tot 30 juni 2027

Opting-out en vrijstelling in het sectoraal pensioenplan PC 226

Opting-out is in PC 226 niet voorzien. De wet op de aanvullende pensioenen laat een comité toe om werkgevers zelf een plan te laten organiseren in de plaats van het sectorplan, maar PC 226 heeft die mogelijkheid niet opgenomen. Een eigen groepsverzekering vervangt het sectorplan dus niet. U betaalt de sectorbijdrage gewoon verder.

Er bestaan wel vrijstellingen. Een deel ervan dateert van de start van het sectorplan, voor ondernemingen die toen al een eigen plan hadden. Een nieuwe vrijstelling kan alleen nog in vier gevallen uit de cao:

  1. Uw onderneming is verbonden met een onderneming in PC 226 die bij de start vrijgesteld werd.
  2. Uw onderneming ontstond door de splitsing van zo'n vrijgestelde onderneming.
  3. Uw onderneming ontstond door een fusie waarbij minstens een vrijgestelde onderneming betrokken was.
  4. Uw onderneming is verbonden met een onderneming in een ander paritair comité die een eigen plan heeft dat minstens gelijkwaardig is aan het sectorplan.

Daarnaast moet uw eigen plan gelden voor alle bedienden van PC 226 in de onderneming, ongeacht leeftijd, functie, anciënniteit of soort contract. U mag onderscheid maken tussen bijvoorbeeld bedienden en kaderleden, zolang elk plan het minimum haalt. Voor een plan met vaste bijdragen is dat minimum een werkgeversbijdrage van 0,92% van het RSZ-loon, inclusief de premietaks van 4,40% en zonder de RSZ-bijdrage van 8,86%. Voor een plan met vaste prestaties gelden andere criteria; die staan op de site van het Sociaal Fonds.

De aanvraag gaat volgens het Sociaal Fonds per aangetekende brief naar de voorzitter van het paritair comité, met de gewenste ingangsdatum, het bewijs dat u in een van de vier gevallen zit en een attest volgens model D dat de gelijkwaardigheid van uw plan aantoont. De vrijstelling gaat in vanaf het kwartaal na de betekening en nooit met terugwerkende kracht. Stopt u later met uw eigen plan, dan kunt u altijd terug instappen in het sectorplan.

Bent u vrijgesteld, dan berekent en declareert u de RSZ-bijdrage van 8,86% op de stortingen in uw eigen plan zelf, apart in de DmfA. De RSZ int die dan niet meer mee via de sectorbijdrage.

Wat de bediende krijgt en waar hij het ziet

Elke bijdrage die u betaalt, is meteen definitief verworven voor de bediende. Samen met het rendement vormt ze zijn pensioenreserve. De bediende krijgt dat kapitaal wanneer hij met wettelijk of vervroegd pensioen gaat; hij kan het onder voorwaarden ook als rente laten uitkeren. Overlijdt hij voor zijn pensioen, dan gaat het kapitaal naar zijn begunstigden in de volgorde die het pensioenreglement vastlegt. Een uitkering bij arbeidsongeschiktheid is niet voorzien, en een deel opvragen voor het pensioen kan niet.

Het rendement bestaat uit de intrestgarantie van de pensioeninstelling, eventueel aangevuld met winstdeelname. Het wettelijk minimumrendement uit de wet op de aanvullende pensioenen garandeert volgens het Sociaal Fonds de inrichter, dus het Fonds zelf, niet de individuele werkgever.

De bediende ziet zijn aanvullend pensioen op twee plaatsen:

  • Op mypension.be. Sigedis houdt in de databank van de tweede pijler elk jaar de stand van de pensioenreserves bij, en mypension.be toont die per werkgever en per plan.
  • In de pensioenfiche. De pensioeninstelling zet elk jaar een fiche online. De eerste fiche verschijnt in het derde kwartaal van het jaar na de indiensttreding, enkele maanden later ook op mypension.be.

U als werkgever hebt geen toegang tot die fiche en kunt ze ook niet opvragen bij het Fonds. Vragen over zijn reserve stelt de bediende zelf aan het Sociaal Fonds of de pensioeninstelling.

Uitdiensttreding: wat er gebeurt met het aanvullend pensioen PC 226

Wanneer een bediende vertrekt, stopt uw bijdrage vanzelf met de laatste DmfA waarin hij voorkomt. Wat al betaald is, blijft van hem. Wat er verder gebeurt, hangt af van zijn nieuwe werkgever:

  • Naar een andere aangesloten werkgever in PC 226: hij blijft gewoon aangesloten. U stopt met betalen, de nieuwe werkgever begint.
  • Naar een vrijgestelde werkgever of een ander comité: hij wordt een slapend aangeslotene. Er komen geen bijdragen meer bij, maar zijn reserve blijft renderen.

In dat tweede geval kiest de bediende wat er met zijn reserve gebeurt. Hij kan ze laten staan in het sectorplan, ze overdragen naar de onthaalstructuur van de pensioeninstelling, of ze laten overdragen naar het plan van zijn nieuwe werkgever of de nieuwe sector. Reageert hij niet binnen 30 dagen, dan blijft de reserve in het sectorplan staan. Het Sociaal Fonds raadt aan om voor een overdracht de intrestgaranties van beide plannen te vergelijken.

Komt de bediende later terug bij een aangesloten werkgever in PC 226, dan start de opbouw opnieuw. Voor u als werkgever is het belangrijkste dat de uitdiensttreding correct in de Dimona en de DmfA staat, zodat de bijdragen op het juiste moment stoppen.

Sectoraal pensioenplan PC 226 in 2026 en 2027

In 2026 geldt 0,92%, net als sinds 1 januari 2011. De cao van 6 november 2017 is gesloten voor onbepaalde duur. Elke partij in het comité kan ze opzeggen met 6 maanden opzeg. Zolang er geen nieuwe cao komt, blijft dezelfde bijdrage dus ook in 2027 gelden.

Wat voor 2027 al vastligt, is de aparte bijdrage aan het Sociaal Fonds: 0,50% van de brutolonen tot 30 juni 2027, vastgelegd in een aparte cao van het comité.

Valkuilen bij het aanvullend pensioen PC 226

  • Een eigen groepsverzekering als vervanging zien. Zonder vrijstelling betaalt u de sectorbijdrage gewoon verder, ook als u een eigen plan hebt.
  • Het verkeerde comité aangeven. Een bedrijf met bedienden in PC 200 en PC 226 moet per bediende het juiste comité gebruiken. Alleen PC 226 bouwt in dit plan op. Onze gids paritair comité opzoeken helpt bij twijfel.
  • De Sociaal Fonds-bijdrage voor de pensioenbijdrage houden. Het zijn twee aparte bijdragen met een eigen percentage en een eigen cao.
  • Extra bijdragen beloven in het sectorplan. Dat kan niet. Meer geven kan alleen met een eigen plan ernaast.
  • Een vrijstelling met terugwerkende kracht verwachten. Ze gaat pas in vanaf het kwartaal na de betekening.
  • Bij een eigen plan de RSZ-bijdrage vergeten. Wie vrijgesteld is, declareert de 8,86% op zijn eigen stortingen zelf.

Wat u nu controleert

  1. Kijk per bediende na of hij in uw DmfA onder PC 226 staat, en niet onder PC 200 of een ander comité.
  2. Weet zeker of uw onderneming een vrijstelling heeft. Zonder brief of beslissing van het comité bent u aangesloten.
  3. Controleer dat de sectorbijdrage voor het pensioen op uw kwartaalafrekening van de RSZ staat.
  4. Informeer elke nieuwe bediende bij de indiensttreding dat hij in het sectorplan opbouwt en waar hij het ziet.
  5. Hebt u een eigen plan naast het sectorplan, kijk dan na dat de RSZ-bijdrage van 8,86% daarop apart wordt aangegeven.
  6. Zorg bij elk vertrek voor een correcte uitdiensttreding in de Dimona en de DmfA.

Werkt u met chauffeurs en bedienden in hetzelfde bedrijf, dan vindt u op onze pagina over de transportsector wat er per comité geldt.

Wat Business Centrum hierin voor u doet

Business Centrum verwerkt uw lonen samen met Acerta, met een vast aanspreekpunt in Gent dat uw dossier kent. Voor transport- en logistieke bedrijven leest u op loonadministratie voor transport wat dat inhoudt. Hebt u een vraag over het sectorplan of het comité van uw bedienden? Laat u terugbellen.

Sectoraal pensioenplan PC 226: veelgestelde vragen

Is het sectoraal pensioenplan PC 226 verplicht?

Ja. Elke werkgever met bedienden in PC 226 is voor die bedienden automatisch aangesloten, tenzij hij een vrijstelling heeft. De cao voorziet geen opting-out: u kunt niet zelf beslissen om uit het sectorplan te stappen.

Hoeveel bedraagt de bijdrage voor het aanvullend pensioen in PC 226?

Sinds 1 januari 2011 betaalt u 0,92% van het RSZ-loon van de bediende, inclusief taksen en kosten. Daarop komt de bijzondere RSZ-bijdrage van 8,86%, zodat de totale kost volgens het Sociaal Fonds op 1,00% van het RSZ-loon komt.

Betaalt de bediende zelf mee aan het sectorpensioen?

Nee. Het sectorplan wordt volledig door de werkgever betaald, er staat geen inhouding op de loonbrief. De bediende kan ook zelf niets bijstorten en u kunt de bijdrage in het sectorplan niet verhogen.

Kan ik het sectorplan vervangen door een eigen groepsverzekering?

Niet zomaar. Opting-out is niet voorzien. Een vrijstelling bestaat alleen in vier gevallen uit de cao, telkens met een gelijkwaardig eigen plan voor alle bedienden van PC 226, en nooit met terugwerkende kracht. Wilt u meer geven, dan sluit u een eigen plan af naast het sectorplan.

Wat gebeurt er met het aanvullend pensioen als een bediende vertrekt?

Wat al betaald is, blijft van de bediende. Gaat hij naar een andere aangesloten werkgever in PC 226, dan loopt het plan gewoon door. Anders worden er geen bijdragen meer betaald en kiest hij wat er met zijn reserve gebeurt. Reageert hij niet binnen 30 dagen, dan blijft de reserve bij de pensioeninstelling van het sectorplan staan.

Waar ziet de bediende zijn aanvullend pensioen?

Op mypension.be, onder het aanvullend pensioen, en in de jaarlijkse pensioenfiche van de pensioeninstelling. De eerste fiche verschijnt in het derde kwartaal van het jaar na de indiensttreding. U als werkgever hebt geen toegang tot die fiche.

Lees ook

Bronnen

Elk bedrag en elke termijn op deze pagina is getoetst aan deze officiële bronnen, laatst geraadpleegd op .

Hoe wij controleren

Sectoraal pensioenplan PC 226

Liever dat iemand het voor u nakijkt?

Uw vast aanspreekpunt bij Business Centrum bekijkt het voor uw situatie, samen met Acerta.