Tijdelijke werkloosheid om economische redenen mag u invoeren als u door minder werk het normale arbeidsritme tijdelijk niet kunt aanhouden. U meldt het minstens 7 kalenderdagen vooraf aan de werknemers en de RVA. De RVA betaalt 60% van het begrensde loon, u betaalt een toeslag van € 5,41 per dag.
Wanneer kunt u tijdelijke werkloosheid om economische redenen invoeren?
De werknemers blijven in dienst, maar hun contract wordt volledig of gedeeltelijk geschorst. Zo vermijdt u ontslagen in een periode met te weinig bestellingen, een laagseizoen of een klant die wegvalt. De RVA legt drie voorwaarden op aan het werkgebrek:
- Het heeft een economische oorzaak. Verbouwingswerken, het herstel of onderhoud van een machine, een slechte organisatie of wanbeheer tellen niet.
- Het is tijdelijk. Zet u dezelfde mensen maand na maand werkloos, dan kan de RVA besluiten dat de werkloosheid structureel is en ze vanaf een bepaalde datum weigeren.
- Het hangt niet van uw wil af. Laat u het werk dat uw eigen mensen normaal doen tijdens de schorsing door derden uitvoeren, dan betaalt u voor die dagen gewoon loon.
U vermeldt de economische oorzaak in de mededeling aan de RVA en verklaart dat u het werk niet aan derden geeft. Bij twijfel onderzoekt de directeur van het RVA-kantoor uw cijfers.
Voor arbeiders en bedienden gelden twee verschillende stelsels. Arbeiders volgen artikel 51 van de arbeidsovereenkomstenwet, met een maximumduur per regeling. Bedienden volgen een stelsel voor ondernemingen in moeilijkheden, met een krediet per kalenderjaar en voorafgaande voorwaarden.
Tijdelijke werkloosheid om economische redenen voor arbeiders
Voor arbeiders kiest u een van drie regelingen. Welke het wordt, hangt af van het aantal dagen dat er nog gewerkt wordt.
| Regeling | Wat het inhoudt | Maximumduur |
|---|---|---|
| Volledige schorsing | Geen enkele werkdag | 4 weken, dan een verplichte werkweek |
| Grote schorsing | Minder dan 3 werkdagen per week, of minder dan 1 werkweek op 2 | 3 maanden, dan een verplichte werkweek |
| Kleine schorsing | Minstens 3 werkdagen per week, of minstens 1 werkweek op 2 | 12 maanden, met een einddatum in de mededeling |
Is de maximumduur bereikt, dan voert u eerst een volle werkweek in: 7 aaneensluitende kalenderdagen waarin de arbeider normaal werkt. Wettelijke feestdagen, vakantiedagen, inhaalrust en ziekte tellen als gewerkt. Slecht weer en een collectieve sluiting voor jaarlijkse vakantie tellen niet: dan schuift de werkweek op.
Laat u de werkloosheid langer duren dan de maximumduur of dan de einddatum in uw mededeling, dan betaalt u voor die extra dagen loon. Een ziekteperiode verlengt de regeling niet. Een collectieve sluiting voor vakantie mag u wel uitdrukkelijk uitsluiten in de mededeling, zolang de totale schorsing binnen de maximumduur blijft.
Deeltijdse arbeiders volgen de regeling van hun afdeling. De maximumduur hangt af van het rooster van de voltijdse collega's, niet van het eigen deeltijdse rooster.
Welke voorwaarden gelden voor economische werkloosheid bij bedienden?
Voor bedienden is de drempel hoger. U moet aan drie voorwaarden tegelijk voldoen:
- U valt onder de wet op de cao's en de paritaire comités. Dat is zowat de hele privésector.
- Een sector-cao, een ondernemings-cao of een goedgekeurd ondernemingsplan voorziet de maatregel. Hebt u dat niet, dan geldt de nationale cao nr. 183 als vangnet, van 1 januari 2026 tot 30 juni 2029.
- Uw onderneming is in moeilijkheden. Dat toont u aan met een daling van omzet, productie of bestellingen met minstens 10% in een kwartaal tegenover hetzelfde kwartaal in een van de twee vorige jaren, met een graad van tijdelijke werkloosheid bij uw arbeiders van minstens 10%, of met een erkenning door de minister van Werk.
U bewijst dat met het formulier C106A (of C106A-NBTW als u niet btw-plichtig bent). U stuurt het aangetekend naar de RVA, minstens 14 dagen voor uw eerste mededeling van economische werkloosheid voor bedienden. Steunt u op een ondernemingsplan, dan gaat het naar de FOD WASO, waar een commissie het plan beoordeelt.
Daarna werkt u met een krediet per kalenderjaar:
- hoogstens 16 weken volledige schorsing;
- of hoogstens 26 weken gedeeltelijke arbeid, met minstens 2 werkdagen per week;
- combineert u beide, dan tellen twee weken gedeeltelijke arbeid als een week volledige schorsing.
Anders dan bij arbeiders is er geen verplichte werkweek tussen twee mededelingen. Elke kalenderweek die in de mededeling staat, telt wel volledig mee voor het krediet, ook als u de bediende tussendoor terugroept. Een mededeling van woensdag tot dinsdag kost u dus twee weken krediet. Laat uw schorsingen daarom op een maandag beginnen.
Tijdelijke werkloosheid aanvragen als werkgever: stap voor stap
De formaliteiten zijn voor arbeiders en bedienden grotendeels dezelfde. Uw sociaal secretariaat mag ze als mandataris voor u doen.
- Kies de regeling. Volledige schorsing of gedeeltelijke arbeid, met begin- en einddatum. Voor bedienden moet de C106A al goedgekeurd zijn.
- Breng de werknemers op de hoogte, minstens 7 kalenderdagen voor de eerste werkloosheidsdag. De dag van de kennisgeving en de eerste werkloosheidsdag tellen niet mee. Meldt u op maandag, dan kan de werkloosheid ten vroegste op dinsdag van de week erna beginnen. U hangt een bericht uit in de onderneming of verwittigt elke werknemer apart, ook per mail of sms. Vermeld de namen of de afdeling, de werkloosheidsdagen en de begin- en einddatum.
- Doe dezelfde dag de elektronische mededeling aan de RVA, voor de exploitatiezetel en niet de maatschappelijke zetel. U vermeldt de economische oorzaak. Alleen werknemers met een geldige Dimona-aangifte kunnen erin.
- Licht dezelfde dag de ondernemingsraad in, of de vakbondsafvaardiging als er geen ondernemingsraad is.
- Meld elke maand de eerste effectieve werkloosheidsdag per werknemer. Dat kan op die dag zelf, de eerstvolgende werkdag, of ten vroegste 5 werkdagen vooraf als u zeker bent. Een vroegere mededeling geldt als geen mededeling.
- Doe een aangifte ASR scenario 2 bij de eerste tijdelijke werkloosheid van de werknemer in uw onderneming, en geef hem een kopie. Hij gaat daarmee naar zijn uitbetalingsinstelling: zijn vakbond of de Hulpkas HVW.
- Doe na elke maand een aangifte ASR scenario 5 met de uren tijdelijke werkloosheid, en geef ook daarvan een kopie.
Wilt u later meer werkloosheidsdagen, of gaat u van gedeeltelijke arbeid naar volledige schorsing, dan doet u een nieuwe kennisgeving en mededeling, weer met de termijn van 7 dagen. Een werknemer toevoegen aan een lopende mededeling kan niet: voor hem start u een nieuwe.
De controlekaart bij tijdelijke werkloosheid: eC3.2
Sinds 1 januari 2025 vult elke tijdelijk werkloze werknemer de elektronische controlekaart eC3.2 in. U geeft geen papieren kaarten meer af. Alleen maatwerkbedrijven (PC 327) mogen de papieren C3.2A nog gebruiken.
De werknemer duidt op de eC3.2 aan wanneer hij werkt, ziek is of verlof neemt. Gaat hij tijdens de werkloosheid ergens anders werken, dan duidt hij dat aan voor hij begint. Op het einde van de maand stuurt hij de kaart door naar zijn uitbetalingsinstelling, die de uitkering berekent op basis van de kaart en uw ASR scenario 5.
Sinds 1 maart 2026 geldt een nieuwe plicht: na 3 maanden tijdelijke werkloosheid schrijft de werknemer zich in als werkzoekende bij de VDAB, Actiris, Forem of ADG. Hervat hij 2 opeenvolgende weken volledig, dan start een nieuwe periode. Vertel dat uw mensen op voorhand, want het is hun plicht en niet de uwe, maar de vragen komen bij u terecht.
Wat kost tijdelijke werkloosheid u als werkgever?
Voor de werkloosheidsdagen betaalt u geen loon. De RVA betaalt de werknemer 60% van zijn gemiddelde loon, begrensd op € 3.571,18 per maand. Per uitkering is dat hoogstens € 82,33 bruto. Op elke uitkering houdt de uitbetalingsinstelling 26,75% bedrijfsvoorheffing in.
Wat u zelf betaalt, zijn de toeslagen:
| Toeslag | Arbeiders | Bedienden |
|---|---|---|
| Wettelijk supplement | Minstens € 2 per werkloosheidsdag, vaak via een sectorfonds | Minstens € 5 per dag, € 6,74 onder cao nr. 183 |
| Extra toeslag sinds 2024 | € 5,41 per dag | € 5,41 per dag |
De extra toeslag compenseert de daling van de uitkering naar 60%. Verdient de werknemer hoogstens € 4.284 bruto per maand, dan krijgt hij ze vanaf de eerste dag. Verdient hij meer, dan pas vanaf de 27ste dag tijdelijke werkloosheid bij u in hetzelfde kalenderjaar. Legt een cao de betaling bij een fonds voor bestaanszekerheid, dan betaalt het fonds en niet u. Waarborgt een cao uw werknemers bij tijdelijke werkloosheid een percentage van hun loon dat minstens evenveel oplevert als de extra toeslag, dan is die toeslag niet verschuldigd.
Gebruikt u de regeling vaak, dan komt er nog een kost bij. Telt een arbeider in de referteperiode meer dan 110 dagen tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek, dan betaalt u de RSZ een responsabiliseringsbijdrage.
Rekenvoorbeeld: een arbeider vier weken volledig geschorst
Een arbeider werkt 38 uur per week en verdient € 3.800 bruto per maand. Dat is boven het plafond, dus hij krijgt de hoogste uitkering. U schorst hem vier weken volledig: 20 werkdagen of 152 uren.
- Aantal uitkeringen. De RVA rekent met uren x 6 / weekuren: 152 x 6 / 38 = 24 uitkeringen.
- Wat de RVA betaalt. 24 x € 82,33 = € 1.975,92 bruto. Na 26,75% bedrijfsvoorheffing (€ 528,56) blijft € 1.447,36 over.
- Extra toeslag ten laste van u. Zijn loon ligt onder de grens, dus vanaf dag een: 24 x € 5,41 = € 129,84.
- Wettelijk supplement. Zonder sectorfonds minstens 20 x € 2 = € 40.
U betaalt in dit voorbeeld zo'n € 170 in plaats van een volle maand loon met werkgeversbijdragen. De arbeider krijgt samen ongeveer € 1.617: de netto uitkering plus uw toeslagen, waarop nog belasting komt. Vertel hem dat vooraf: het verschil met zijn gewone nettoloon is groot, en hij hoort het liever van u dan van zijn vakbond.
Feestdagen tellen apart. Een wettelijke feestdag mag u nooit als werkloosheidsdag opgeven. Voor arbeiders betaalt u de feestdagen die in de periode van werkloosheid vallen. Voor bedienden betaalt u de feestdagen in de eerste 14 dagen na het begin van de schorsing.
Sectorregels: bouw (PC 124) en transport (PC 140)
Bouw. Voor arbeiders in de bouwsector geldt een eigen koninklijk besluit. De maximumduur is dezelfde, maar de kennisgeving bij een volledige schorsing gebeurt minstens 4 werkdagen vooraf. De zaterdag telt als werkdag, de zondag niet, en de dag van de kennisgeving telt mee: hangt u het bericht maandag op, dan start de werkloosheid ten vroegste vrijdag. Bij gedeeltelijke arbeid blijft het 7 kalenderdagen. Slecht weer is een aparte vorm, zonder kennisgeving vooraf, met een maandelijkse melding van de eerste dag slecht weer. De aanvullende vergoeding voor arbeiders loopt in de bouw via het Fonds voor Bestaanszekerheid. De sectorregels per categorie staan in onze gids over PC 124.
Transport. Chauffeurs en magazijniers in transport en logistiek volgen de algemene regeling voor arbeiders. Alleen voor verhuisbedrijven (PC 140.05) geldt een eigen koninklijk besluit, met afwijkende regels voor gedeeltelijke arbeid. Een praktisch punt: voor een vrachtwagenchauffeur met een vaste standplaats vermeldt u het adres van die standplaats als plaats van tewerkstelling. Werken uw bedienden in de logistiek of de expeditie, dan vallen ze vaak onder PC 226. Kijk in onze gids over PC 226 of uw sector een eigen regeling voor economische werkloosheid van bedienden heeft, anders geldt cao nr. 183.
Tijdelijke werkloosheid door overmacht is iets anders
Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht vraagt een gebeurtenis die onvoorzienbaar en onvermijdbaar is, buiten uw wil valt en het werk tijdelijk volledig onmogelijk maakt. Een brand, een overstroming, een stroomonderbreking in de hele zone. Een dalende orderportefeuille is nooit overmacht, ook niet als ze plots daalt.
De verschillen zijn groot:
- de uitkering bij overmacht is 65% in plaats van 60%;
- er is geen extra toeslag van de werkgever;
- er is geen termijn van 7 dagen en de wet legt geen meldingsprocedure op, maar u meldt het best zo snel mogelijk elektronisch en bezorgt een dossier met bewijsstukken, zodat uw werknemers sneller betaald worden;
- de RVA beslist per geval, eventueel na een onderzoek.
Voor een werknemer die door ziekte zijn werk niet meer kan doen, bestaat medische overmacht. Dat is een aparte procedure via de arbeidsarts, die we uitleggen in de gids over medische overmacht.
Welke fouten maken werkgevers het vaakst?
- De mededeling van de eerste dag te vroeg versturen. Meer dan 5 werkdagen vooraf geldt als geen mededeling. Dan is er voor die maand geen uitkering en betaalt u loon.
- Inhaalrust niet eerst opgebruikt. Volle dagen inhaalrust na overuren of zondagswerk moeten weg voor u iemand werkloos zet. Inhaalrust door arbeidsduurvermindering niet.
- Halve dagen opgeven. Tijdelijke werkloosheid bestaat alleen voor een volle werkdag. Werkt iemand 's morgens, dan is de namiddag geen werkloosheid.
- De einddatum vergeten. Bij arbeiders blijft de einddatum uit de voorafgaande mededeling gelden, ook als u vroeger terugroept. Wilt u de verplichte werkweek vermijden, zet de lopende mededeling dan vooraf stop.
- Ontslag tijdens de schorsing verkeerd inschatten. Geeft u opzeg, dan loopt die niet tijdens de schorsing. Een arbeider mag tijdens een lopende schorsing wel zelf vertrekken zonder opzeg.
Wat Business Centrum hierin voor u doet
Wij controleren of uw werkgebrek als economisch geldt, bereiden voor bedienden het formulier C106A voor en doen de mededelingen aan de RVA op tijd. De maandelijkse eerste dag en de aangiften ASR 2 en ASR 5 lopen mee met uw loonverwerking, samen met Acerta. U ziet per maand wat de toeslagen u kosten. Wilt u dit samen met uw verlof en afwezigheden laten opvolgen, dan zetten we het op voor u de eerste werkloosheidsdag meldt.

