Een vakantieattest geeft u als werkgever af aan een bediende die vertrekt, samen met zijn vertrekvakantiegeld van 15,34% van het brutoloon. Het attest vermeldt hoe lang hij bij u werkte, welk vakantiegeld u al betaalde en hoeveel vakantie hij al opnam. Zijn nieuwe werkgever verrekent daarmee de vakantiedagen en het vakantiegeld van het volgende jaar. Een arbeider krijgt geen vakantieattest van u: zijn vakantiegeld komt van het vakantiefonds. Een attest dat ontbreekt, onvolledig of onnauwkeurig is, is een inbreuk van niveau 2.
Het vakantieattest is een van de documenten die u bij elk vertrek klaarmaakt. De volledige lijst, met de C4 en de individuele rekening, staat in onze checklist sociale documenten bij ontslag. Deze gids gaat alleen over het vakantieattest: wanneer, wat erop staat, wat het vakantiegeld kost en wat de nieuwe werkgever ermee doet.
Vakantieattest: wanneer geeft u het af?
Het KB van 30 maart 1967 over de jaarlijkse vakantie koppelt het attest aan het vertrekvakantiegeld. In elk geval waarin u vertrekvakantiegeld betaalt, overhandigt u ook een attest, en dat voor elk vakantiedienstjaar waarvoor u betaalt. Een termijn in dagen staat er niet in: het vertrekvakantiegeld betaalt u "bij zijn vertrek", en het attest hoort daarbij.
| Situatie | Vertrekvakantiegeld en attest? | Wanneer |
|---|---|---|
| Einde van het contract van een bediende (ontslag door u of door hem, onderling akkoord, einde bepaalde duur, pensioen) | Ja | Bij het vertrek |
| Begin van volledige loopbaanonderbreking of volledig tijdskrediet | Ja | Bij het begin van de onderbreking |
| Oproeping onder de wapens | Ja | Bij het vertrek |
| Uitzendkracht met een bediendencontract | Ja | Bij het einde van het vakantiedienstjaar, of bij het einde van de laatste opdracht als die vroeger valt |
| Een bediende werkt bij u minder uren | Nee, dat is geen vertrek | De RSZ laat u het vakantiegeld in december betalen |
| Een arbeider vertrekt | Nee | Het vakantiefonds betaalt het jaar nadien |
Het vakantiedienstjaar is het jaar waarin de bediende werkt. Het vakantiejaar is het jaar daarna, waarin hij de vakantie neemt die hij verdiende. Wie in 2026 vertrekt, krijgt dus een attest voor het vakantiedienstjaar 2026, en een tweede voor 2025 als hij de vakantie van 2026 nog niet nam.
Vakantieattest bediende of arbeider: het verschil
Bij een bediende betaalt u als werkgever zelf het vakantiegeld. Vertrekt hij, dan rekent u alles af wat hij bij u verdiende en hij neemt het attest mee naar zijn volgende job. Bij een arbeider betaalt u vakantiebijdragen aan de RSZ en keert het vakantiefonds het vakantiegeld uit. De RSZ verwijst voor het vakantiegeld van arbeiders naar de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV).
| Bediende | Arbeider | |
|---|---|---|
| Wie betaalt het vakantiegeld bij vertrek | U, als vertrekvakantiegeld | Het bevoegde vakantiefonds (de RJV of een bijzonder vakantiefonds van de sector) |
| Wanneer | Bij het vertrek | Tussen 2 mei 2027 en 30 juni 2027 bij een vertrek in 2026 |
| Wie geeft het attest | U | Het vakantiefonds, als globaal vakantieattest bij de betaling |
| Wat de nieuwe werkgever doet | Verrekent het vakantiegeld met het attest | Geen verrekening met een attest van u: het vakantiefonds betaalt het vakantiegeld |
Twee gevallen lopen door elkaar. Wordt een arbeider bij een nieuwe werkgever bediende, dan berekent die nieuwe werkgever het vakantiegeld volgens de regels voor bedienden, met de periode als arbeider erbij, en trekt hij het vakantiegeld af dat de arbeider van het fonds kreeg. Wordt een bediende arbeider, ook bij dezelfde werkgever, dan krijgt hij aan het einde van zijn bediendencontract vertrekvakantiegeld. Hoe het vakantiegeld van beide groepen verder werkt, staat in onze gids over het dubbel vakantiegeld.
Wat staat er op het vakantieattest?
Het KB somt negen vermeldingen op. Ze dienen allemaal om de nieuwe werkgever te laten verrekenen zonder dat hij u moet bellen.
- De periode waarin de bediende bij u in dienst was, en de gelijkgestelde periodes zoals ziekte.
- De overeengekomen arbeidsduur, en elke wijziging daarvan.
- De brutobedragen van het enkel en het dubbel vakantiegeld die u uitbetaalde, met de periodes waarop ze slaan.
- De bijdragen die u op die bedragen betaalde.
- Het aantal vakantiedagen dat de bediende al opnam, en in welk arbeidsstelsel.
- Het aanvullend vakantiegeld dat u betaalde.
- De dagen aanvullende vakantie die hij al opnam, en in welk stelsel.
- Het aantal overgedragen vakantiedagen.
- De vermelding dat het enkel vakantiegeld een voorafbetaling is voor vakantie bij een andere werkgever, die daar betaald wordt met een aftrek van 90% van het brutodagloon.
Let vooral op punt 8. Kon een werknemer zijn vakantie niet nemen door ziekte of een andere schorsing, dan mag hij die dagen overdragen. De RSZ zegt het letterlijk: de werkgever moet die overgedragen dagen nadrukkelijk op het vakantieattest vermelden.
Vertrekvakantiegeld: wat u bij het vertrek betaalt
Het vertrekvakantiegeld van een bediende is 15,34% van het brutoloon dat hij in het lopende jaar bij u verdiende: 7,67% enkel en 7,67% dubbel vertrekvakantiegeld. Gelijkgestelde dagen, zoals ziekte, tellen mee met een fictief loon. Nam de bediende de vakantie van dit jaar nog niet, dan betaalt u ook 15,34% van zijn brutoloon van vorig jaar. In het voorbeeld van de RSZ telt de eindejaarspremie mee in dat brutoloon.
Wilt u snel een bedrag zien, dan rekent onze tool vakantiegeld berekenen het vertrekvakantiegeld uit op basis van het brutoloon.
Vakantieattest nieuwe werkgever: zo verrekent u in het volgende jaar
Bent u de nieuwe werkgever, dan krijgt u het attest van de bediende op het moment dat hij de vakantiedagen opneemt die hij bij zijn vorige werkgever verdiende. Vraag het in de praktijk meteen bij de indiensttreding, zodat u de vakantie van het volgende jaar kunt plannen. Sinds 1 januari 2024 werkt de verrekening zo:
- Per vakantiedag een voorschot. Voor elke maand waarin de bediende minstens een vakantiedag neemt die het attest dekt, betaalt u een voorschot van 10% van het brutoloon van die dagen. De andere 90% dekte de vorige werkgever al met het vertrekvakantiegeld.
- Dubbel vakantiegeld bij de hoofdvakantie. U berekent het dubbel vakantiegeld volgens de gewone regel, 92% van het maandloon voor een volledig jaar, en trekt het dubbel vertrekvakantiegeld van de vorige werkgever af. Die aftrek mag niet hoger zijn dan wat u zelf verschuldigd zou zijn voor de maanden die de bediende bij die andere werkgever werkte.
- Eindafrekening in december. In december van het vakantiejaar, of bij het einde van het contract als dat vroeger valt, vergelijkt u het enkel vakantiegeld dat u verschuldigd bent met wat al betaald is: het vertrekvakantiegeld van de vorige werkgever plus uw voorschotten. Een positief saldo betaalt u bij. Een negatief saldo mag u inhouden op het loon van december, binnen de grenzen van de loonbeschermingswet.
Rekenvoorbeeld: vakantieattest bij een vertrek op 31 augustus 2026
Sarah is voltijds bediende en verdient € 3.200 bruto per maand. Haar contract eindigt op maandag 31 augustus 2026. Ze nam haar 20 vakantiedagen van 2026 al op. Op 1 september 2026 begint ze bij een nieuwe werkgever, aan € 3.500 bruto per maand. Premies laten we weg.
Bij de vorige werkgever, eind augustus 2026. Haar brutolonen van januari tot augustus 2026 zijn 8 x € 3.200 = € 25.600.
- Enkel vertrekvakantiegeld: € 25.600 x 7,67% = € 1.963,52.
- Dubbel vertrekvakantiegeld: € 25.600 x 7,67% = € 1.963,52.
- Samen € 3.927,04 bruto, met de eindafrekening van augustus.
Het vakantieattest voor het vakantiedienstjaar 2026 vermeldt de periode van 1 januari tot 31 augustus 2026, het voltijdse stelsel, de twee bedragen van € 1.963,52, de bijdragen en de vakantiedagen die ze in 2026 al opnam. Omdat ze haar vakantie van 2026 al nam, is er geen vertrekvakantiegeld op de lonen van 2025.
Bij de nieuwe werkgever, in 2027. Sarah werkte in 2026 het hele jaar, bij twee werkgevers, en heeft in 2027 dus 20 vakantiedagen.
| Datum | Wat gebeurt er | Bedrag |
|---|---|---|
| 1 september 2026 | Sarah geeft haar vakantieattest af aan de nieuwe werkgever | |
| Juli 2027 | Ze neemt 10 vakantiedagen die het attest dekt. Vereenvoudigd zoals in het voorbeeld van de RSZ is haar loon voor die dagen de helft van een maandloon, € 1.750 | Voorschot 10%: € 175. De € 1.575 dekt het vertrekvakantiegeld |
| Juli 2027, hoofdvakantie | Dubbel vakantiegeld: 92% x € 3.500 = € 3.220, min het dubbel vertrekvakantiegeld van € 1.963,52. De aftrek blijft onder 8/12 van € 3.220, dus € 2.146,67 | € 1.256,48 bruto |
| December 2027 | Eindafrekening van het enkel vakantiegeld. Sarah verdient meer dan bij haar vorige werkgever, dus volstaan de voorschotten en het vertrekvakantiegeld wellicht niet | Positief saldo: bijbetalen in december |
In de DmfA geeft de nieuwe werkgever het voorschot van € 175 aan onder looncode 1 en de € 1.575 onder looncode 12. Een bijbetaling in december gaat onder looncode 14.
Wat als het vakantieattest te laat komt of niet klopt?
Het Sociaal Strafwetboek heeft sinds 1 juli 2024 een eigen artikel voor het vakantieattest. Een werkgever die nalaat het attest af te geven, of het onvolledig of onnauwkeurig opstelt, riskeert een sanctie van niveau 2. De administratieve geldboete is € 250 tot € 2.500, vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers, tot maximaal 100 keer.
Het vertrekvakantiegeld zelf niet, niet volledig of te laat betalen is zwaarder: niveau 3, met een administratieve geldboete van € 1.000 tot € 10.000, ook per betrokken werknemer.
De praktische schade komt vaak eerder. Zonder attest weet de nieuwe werkgever niet welke vakantie al betaald is. Hij betaalt die dagen dan volledig, waardoor de bediende zijn vakantie twee keer betaald krijgt en er later een correctie volgt, of hij wacht, en uw vroegere werknemer klopt bij u aan voor het attest.
Fouten met het vakantieattest die we vaak zien
- Een arbeider een vakantieattest of vertrekvakantiegeld geven. Zijn vakantiegeld loopt via het vakantiefonds, op basis van de lonen in uw DmfA.
- Het attest vergeten bij een kort contract. Elk vertrek van een bediende geeft recht op een attest, ook na drie maanden of na een contract van bepaalde duur.
- Het vorige jaar vergeten. Vertrekt een bediende voor hij de vakantie van dit jaar nam, dan betaalt u ook vertrekvakantiegeld op de lonen van vorig jaar, met een attest voor dat jaar.
- Overgedragen dagen weglaten. Een werknemer die lang ziek was, kan dagen meenemen. Staan ze niet op het attest, dan is het onvolledig.
- Als nieuwe werkgever het volle loon betalen. Voor dagen die het attest dekt, betaalt u alleen het voorschot. Wie het volle loon betaalt, betaalt de vakantie een tweede keer.
- Te veel inhouden in december. Een negatief saldo houdt u in binnen de loonbeschermingswet. Meer inhouden kan alleen met een schriftelijk akkoord van de werknemer.
Vakantieattest opvragen of aanvragen als werknemer
Een bediende vraagt zijn vakantieattest aan zijn werkgever, en na een vertrek dus aan zijn vorige werkgever. Volgens de RJV kan enkel de werkgever dat document verschaffen. Voor inlichtingen over het vakantiegeld van een bediende verwijst de RSZ naar het Toezicht op de Sociale Wetten van de FOD WASO. Een arbeider krijgt bij de betaling van zijn vakantiegeld een globaal vakantieattest van het vakantiefonds. Hij downloadt het in Mijn vakantierekening of vraagt het aan via het formulier Attesten aanvragen op de site van de RJV.
Het vakantieattest bij een ontslag
Het attest komt meestal op hetzelfde moment als de andere einddocumenten. De C4 moet er uiterlijk op de laatste werkdag zijn, zie het C4-document. Het afschrift van de individuele rekening volgt binnen 2 maanden na het einde van het kwartaal. Wat u voor het ontslag zelf regelt, van de opzeg tot de motivering, staat in onze gids werknemer ontslaan.
Business Centrum maakt bij het vertrek van een bediende het vertrekvakantiegeld en het vakantieattest in uw loonadministratie, samen met Acerta, met een vast aanspreekpunt. Komt er een bediende bij u in dienst met een attest van zijn vorige werkgever, dan verwerken we het voorschot en de eindafrekening in de loonverwerking. Wilt u weten hoe dat voor uw bedrijf loopt, vraag het ons.

