De eindejaarspremie PC 149.01 bedraagt 8,33% van het brutoloon dat uw arbeider in de sector verdiende, en het fonds Volta betaalt ze uit, niet u. Voor de premie van 2026 telt het loon van 1 juli 2025 tot en met 30 juni 2026, en de betaling gebeurt vóór 31 december 2026. U financiert de premie met een bijdrage op het brutoloon van uw arbeiders.
Wie krijgt de eindejaarspremie PC 149.01?
De cao van 24 juni 2026 geldt voor de werkgevers en arbeiders van het Paritair Subcomité voor de elektriciens: installatie en distributie. Ze vervangt de cao van 2022 over hetzelfde onderwerp. Met arbeiders bedoelt de cao de mannelijke en vrouwelijke werklieden, met uitzondering van jobstudenten en leerlingen. Bedienden vallen er niet onder.
Volta wijst erop dat sinds premiejaar 2022 de twee vroegere stelsels samen zijn: het algemene regime en dat van de ondernemingen die bij de vroegere federatie FEE aangesloten waren. Dezelfde regels gelden nu voor alle arbeiders en werkgevers van de sector. Welke activiteiten onder 149.01 vallen en welke barema's er gelden, leest u in onze gids over paritair comité 149.01.
De cao stelt geen voorwaarde van anciënniteit en geen datum waarop de arbeider in dienst moet zijn. De premie wordt berekend naar rata van de prestaties in de referteperiode. Volgens Volta verliest alleen een arbeider die om dringende reden ontslagen wordt, zijn recht.
Wie betaalt de eindejaarspremie in PC 149.01?
Voor werkgevers die onder de Belgische sociale zekerheid vallen, betaalt het fonds voor bestaanszekerheid de premie, via zijn afdeling eindejaarspremie bij Volta. U zet de premie dus niet zelf op de loonfiche. Een buitenlandse werkgever die niet onder de Belgische sociale zekerheid valt, betaalt de eindejaarspremie wel rechtstreeks aan zijn arbeiders.
U financiert de premie per kwartaal via de RSZ:
| Element | Wat de cao en Volta zeggen |
|---|---|
| Basisbijdrage in de cao | 7,80% van de brutolonen aan 108%, verhoogd met de RSZ-werkgeversbijdrage |
| Totale bijdrage voor de eindejaarspremie | 13,15% van het brutoloon aan 108% |
| Mogelijke verlaging | nooit lager dan 7,70%, en alleen als de reserves boven € 1.250.000 liggen |
De raad van bestuur van het fonds bepaalt per kwartaal de totale bijdrage. Volta houdt op de gestorte bijdragen de administratiekosten in en doet de wettelijke inhoudingen op de premie. Wat uw totale sectorbijdrage is, bovenop de eindejaarspremie, staat in onze gids over paritair comité 149.01.
Hoeveel bedraagt de eindejaarspremie PC 149.01?
Volta betaalt 8,33% van het brutoloon tijdens de referteperiode in de sector. De cao omschrijft dat brutoloon als alle lonen waarop RSZ-bijdragen geïnd worden en die in de DmfA onder de bezoldigingscodes 1 tot en met 6 staan.
Voor gelijkgestelde dagen rekent Volta met het gemiddeld dagloon van de arbeider. Dat is de totale loonmassa van de vier kwartalen van de referteperiode, gedeeld door het aantal collectief bezoldigde dagen in die periode.
Van de brutopremie houdt Volta de persoonlijke RSZ van 13,07% en de bedrijfsvoorheffing van 23,22% af. De arbeider krijgt een eindejaarsfiche met de berekening, en het jaar nadien een fiscale fiche 281.10 voor zijn belastingaangifte.
Rekenvoorbeeld: een elektricien met een volledige referteperiode
Dit is een voorbeeld, geen berekening voor uw situatie. Een elektricien verdiende tussen 1 juli 2025 en 30 juni 2026 in de sector € 42.000 bruto, aangegeven onder de bezoldigingscodes 1 tot 6. Zijn brutopremie is 42.000 x 8,33% = € 3.498,60. Had hij daarnaast gelijkgestelde dagen, dan komt daar het gemiddeld dagloon van die dagen x 8,33% bij, binnen het plafond hieronder. Hoe een premie die u zelf betaalt, bruto en netto uitvalt, leest u in eindejaarspremie berekenen.
Welke afwezigheden tellen mee voor de eindejaarspremie PC 149.01?
De cao somt de periodes op die gelijkgesteld worden met gewerkte dagen. Ze herkent ze aan hun code in de DmfA:
| Gelijkgestelde periode | DmfA-code |
|---|---|
| Ziekte of ongeval tijdens de tweede week gewaarborgd loon, functie in arbeidsgerechten, feestdagen en vervangingsdagen tijdens tijdelijke werkloosheid | 10 |
| Arbeidsongeschiktheid met aanvulling of voorschot volgens cao 12bis en 13bis | 11 |
| Inhaalrustdagen bij arbeidsduurvermindering, niet betaald bij opname | 20 |
| De eerste twaalf maanden onderbreking door ongeval of gewone ziekte | 50 |
| Moederschapsbescherming, geboorte- of vaderschapsverlof, adoptieverlof, pleegouderverlof, profylactisch verlof | 51, 52, 53 |
| Arbeidsongeval en beroepsziekte, de periode gewaarborgd loon zonder RSZ | 60, 61 |
| Tijdelijke werkloosheid: economische redenen, slecht weer, andere redenen, overmacht | 70, 71, 72, 77 |
| Jeugd- en seniorvakantie, verlof voor pleegzorg, militaire dienst | 73, 75, 26 |
Er geldt een plafond. Sinds 1 juli 2023 worden maximaal 130 dagen per referteperiode gelijkgesteld, als de arbeider minstens 120 gepresteerde dagen kan bewijzen. Werkte hij minder, dan is het maximum 1/3 van zijn gepresteerde dagen. Gepresteerde dagen zijn de dagen onder de DmfA-codes 1 tot en met 5, 14 en 20.
Eindejaarspremie PC 149.01 bij ontslag, pensioen of einde contract
Bij een vertrek in de loop van de referteperiode volgt de premie de prestaties. De cao maakt drie groepen:
| Situatie | Premie |
|---|---|
| Contract van bepaalde duur, duidelijk omschreven werk of vervanging | naar rata van de prestaties |
| Eigen ontslag | naar rata van de prestaties |
| Ontslag door de werkgever, behalve om dringende reden | naar rata van de prestaties |
| Einde wegens overmacht of in onderling akkoord | naar rata van de prestaties |
| Ontslag met SWT, pensioen, overlijden | volledige premie: gemiddeld dagloon x 260 x 0,0833 |
| Ontslag om dringende reden | geen premie |
Voor premiejaar 2026 noemt Volta voor SWT, pensioen en overlijden een forfaitair bedrag van € 2.293,79 netto. Bij overlijden gaat de premie naar de rechthebbenden.
Ook bij een vertrek loopt de premie via het fonds. Volta rekent ze na de referteperiode uit op basis van de loongegevens die dan beschikbaar zijn. Zorg dus dat de DmfA van het laatste kwartaal klopt. Over de sociale documenten bij ontslag leest u meer in een apart stuk.
Wanneer betaalt Volta de eindejaarspremie in 2026?
De cao laat de raad van bestuur van het fonds de betalingsmodaliteiten bepalen, met een grens: de betaling gebeurt vóór 31 december na het einde van de referteperiode, op basis van de loongegevens die op dat moment beschikbaar zijn. Volta schrijft dat de arbeiders de premie rond 15 december 2026 op hun bankrekening krijgen. Een vaste dag geeft Volta niet; de betaaldatum staat op de eindejaarsfiche van de arbeider.
Volta betaalt alleen op een rekeningnummer. De arbeider geeft dat door in My Volta, met itsme. Komt het rekeningnummer pas later binnen, dan wordt ook de premie later betaald. Het recht op de premie verjaart na 5 jaar.
Betaalde het fonds te veel, dan vordert het de onverschuldigde premie terug met een aangepaste eindejaarsfiche. De arbeider moet dan in principe binnen 3 maanden terugbetalen.
Fouten die we zien bij de eindejaarspremie PC 149.01
- De premie zelf uitbetalen. Volta betaalt al. Wie ze ook op de loonfiche zet, betaalt twee keer.
- Een fout in de DmfA laten staan. Volta rekent met de loongegevens die eind december beschikbaar zijn. Een te laag aangegeven loon geeft een te lage premie.
- Denken dat een korte tewerkstelling niets oplevert. De cao stelt geen minimumduur; ook een kort contract geeft een premie naar rata.
- Arbeiders zonder rekeningnummer bij Volta. Zonder rekeningnummer betaalt Volta niet; wijs nieuwe arbeiders op My Volta.
Wat Business Centrum hierin voor u doet
Business Centrum verzorgt samen met Acerta de loonadministratie van elektriciteitsbedrijven in 149.01: correcte DmfA-aangiften met de juiste codes voor afwezigheden, zodat Volta de premie van uw arbeiders juist berekent, en de berekening van uw sectorbijdragen. Hoe de eindejaarspremie in de andere comités geregeld is, vindt u in ons overzicht van de eindejaarspremie in 2026 per paritair comité.

