Paritair subcomité 149.01 geldt voor de arbeiders van elektriciens: installatie, distributie en groothandel in elektrisch materiaal. Sinds 1 januari 2026 zijn de lonen met 2,23% geïndexeerd, van € 16,88 per uur in categorie A tot € 26,82 in categorie F. Bovenop het loon betaalt u 17,15% aan het sectorfonds Volta, dat ook de eindejaarspremie uitbetaalt.
Wie valt onder paritair comité 149.01?
Het subcomité is bevoegd voor de arbeiders van ondernemingen die hoofdzakelijk:
- elektrische en elektronische montage- en installatiewerken uitvoeren, ook op voertuigen en schepen: verlichting, drijfkracht, verwarming, hoog- en laagspanning, telefonie, signalisatie, zwakstroom;
- groot- of kleinhandel drijven in elektrische en elektronische toestellen, ook als ze die plaatsen of herstellen (behalve toestellen voor voertuigen en kantoormachines);
- radio- en teledistributie verzorgen;
- geluids-, beeld-, signalisatie- en verlichtingsinstallaties plaatsen of herstellen;
- veiligheidsapparaten installeren.
Hoe weet een installateur of hij onder 149.01 valt? Het subcomité sluit uitdrukkelijk de ondernemingen uit die onder een ander comité vallen. Dat maakt de grens in de praktijk:
| Situatie | Comité |
|---|---|
| Elektrotechnisch installateur, residentieel of industrieel | PSC 149.01 |
| Installateur van alarm, camera's of toegangscontrole | PSC 149.01 |
| Groothandel in elektrisch materiaal met eigen magazijniers | PSC 149.01 |
| Bedrijf dat zelf industrieel toestellen maakt en ze ook plaatst | PC 111 metaal |
| Algemene aannemer met eigen elektriciens | PC 124 bouw |
| Garage die autoelektriciteit herstelt | PC 112 |
| Bedienden van de installateur | PC 200 |
Wat telt is de hoofdactiviteit. Een installateur die af en toe een kleine verbouwing doet, blijft in 149.01. Een bouwbedrijf dat ook elektriciteit legt, blijft in 124. Twijfelt u, laat het dan nakijken voor u de eerste aangifte doet: een verkeerd comité herstellen gaat met terugwerkende kracht, met loonverschillen en fondsbijdragen.
Welk loonbarema geldt in 2026 in paritair comité 149.01?
De barema's zijn uurlonen voor een arbeidsduur van 38 uur per week. Ze hangen af van de categorie en van de anciënniteit in dezelfde kwalificatie en dezelfde onderneming.
Minimumuurlonen sinds 1 januari 2026, per jaar anciënniteit:
| Anciënniteit | A | B | C | D | E | F |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 tot 1 jaar | € 16,88 | € 17,89 | € 19,41 | € 21,10 | € 22,28 | € 23,63 |
| 5 jaar | € 17,39 | € 18,43 | € 19,99 | € 21,73 | € 22,95 | € 24,34 |
| 10 jaar | € 17,81 | € 18,87 | € 20,48 | € 22,26 | € 23,51 | € 24,93 |
| 20 jaar | € 18,65 | € 19,77 | € 21,45 | € 23,32 | € 24,62 | € 26,11 |
| 26 jaar | € 19,16 | € 20,31 | € 22,03 | € 23,95 | € 25,29 | € 26,82 |
Anciënniteit. Na een jaar stijgt het minimumloon met 1%, daarna elk jaar met 0,50%, tot een maximum van 13,50%. Contracten van bepaalde duur en uitzendwerk bij u tellen mee als de arbeider aansluitend een vast contract krijgt.
Andere regels:
- Een arbeider die tijdelijk een ploeg van minstens vier mensen leidt, krijgt 5% tot 10% extra voor die periode.
- Jobstudenten krijgen minstens 80% van het barema van de categorie waarin een arbeider met dezelfde functie werkt.
- Jongerenlonen bestaan niet meer: een arbeider van 18 krijgt het volle barema.
In welke categorie van paritair comité 149.01 deelt u een elektricien in?
De sectorcao kent zes categorieën. De omschrijving is volgens de sociale partners een algemeen beeld: wie niet aan elke vereiste voldoet, kan toch tot een categorie behoren.
| Categorie | Wie | Kenmerk |
|---|---|---|
| A | hulpwerkman | eenvoudige taken onder leiding, geen vakopleiding |
| B | geoefende werkman 2de categorie | minstens 6 maanden opleiding, eenvoudige schema's |
| C | geoefende werkman 1ste categorie | minstens 12 maanden opleiding, werkt alleen of in ploeg |
| D | geschoolde arbeider 3de categorie | leest plannen, werkt zonder toezicht, geeft instructies |
| E | geschoolde arbeider 2de categorie | kent het vak volledig, leidt de werf technisch en organisatorisch, overlegt met derden over technische problemen |
| F | geschoolde arbeider 1ste categorie | zoals E, plus delicate problemen: afwijkingen van de offerte, conflicten tussen werknemers, personeelsbeheer |
Een elektricien die alleen op een werf een installatie afwerkt en de keuring voorbereidt, zit in de praktijk minstens in D. Het verschil met C is € 19,41 tegenover € 21,10 per uur bij de start, of ongeveer 278 euro bruto per maand. In handelszaken in elektrisch materiaal gelden voor schoonmakers, portiers en magazijniers zonder vakopleiding alleen de categorieën A tot C.
Indexering in paritair comité 149.01
De lonen stijgen elk jaar op 1 januari. De sector indexeert de minimumlonen en de werkelijk betaalde lonen.
| Indexering op 1 januari | Percentage |
|---|---|
| 2026 | 2,23% |
| 2025 | 3,58% |
| 2024 | 1,13% |
| 2023 | 11,19% |
Een algemene loonsverhoging bovenop de index is er niet. De loonnorm voor 2025 en 2026 staat op 0%. Het sectorakkoord van februari 2026 besteedt de ruimte aan maaltijdcheques, mobiliteit en opleiding.
Centenindex in januari 2027. Sinds 1 juni 2026 wordt de index beperkt voor een referteloon boven € 4.000 per maand, in een 38-urenweek een uurloon boven € 24,29. In 149.01 bijt die beperking voor het eerst bij de index van 1 januari 2027, en hier geldt ze ook voor barema's: categorie F zit vanaf vijf jaar anciënniteit al boven de grens (€ 24,22 na vier jaar, € 24,34 na vijf jaar), categorie E vanaf achttien jaar (€ 24,40). Voor die lonen geldt de index tot 2% alleen op € 4.000, en het percentage daarboven op het volledige loon. Meer in ons stuk over de centenindex.
De mobiliteitsvergoeding in paritair comité 149.01 in 2026
De sectorcao over vervoerskosten van februari 2026 maakt een onderscheid tussen de verplaatsing naar de zetel en de verplaatsing naar een werf.
Naar de zetel of de ophaalplaats. Openbaar vervoer betaalt u voor 100% terug, of 80% met een derdebetalersregeling. Met eigen vervoer krijgt de arbeider het bedrag van de nationale tabel voor een treinabonnement, voor de hele maand.
Naar een werf die niet de aanwervingsplaats is, sinds de indexering van 1 februari 2026:
| Vervoer naar de werf | Vergoeding per km, heen en terug |
|---|---|
| Openbaar vervoer | volledige terugbetaling |
| Eigen wagen of ander eigen vervoer | € 0,35 |
| Meerijden in een voertuig van de werkgever | € 0,17 |
| Chauffeur van een bedrijfsvoertuig met passagiers | € 0,19 |
| Chauffeur van een bedrijfsvoertuig zonder passagiers | € 0,18 |
Het aantal kilometers is niet begrensd. De bedragen stijgen elk jaar op 1 februari met de sociale index.
Rekenvoorbeeld. Een elektricien woont 25 kilometer van de werf en rijdt met zijn eigen wagen: 50 x 0,3450 = 17,25 euro per dag, of 345,00 euro voor twintig werfdagen. Haalt u hem op met de bestelwagen, dan krijgt hij als passagier 50 x 0,1732 = 8,66 euro per dag en de chauffeur 50 x 0,1929 = 9,65 euro.
Verplaatsingen van de ene werf naar de andere tijdens de dag zijn arbeidstijd: u betaalt de kosten en het loon. Is de arbeider door een werf meer dan 12 uur per dag van huis, dan zorgt u voor kost en inwoon.
Fiets en mobiliteitsverlof. De fietsvergoeding steeg op 1 oktober 2026 van € 0,27 naar € 0,32 per kilometer, voor maximaal 40 kilometer of € 12,80 per dag. Sinds 2026 geeft elke volle schijf van 25.000 kilometer per jaar recht op een dag mobiliteitsverlof, tegenover 27.000 kilometer voordien.
Eindejaarspremie in PC 149.01: Volta betaalt
In 149.01 betaalt u de eindejaarspremie niet zelf uit. Het fonds voor bestaanszekerheid Volta stort de premie rond 15 december 2026 rechtstreeks aan de arbeider. U financiert ze via een bijdrage van 13,15% op het brutoloon aan 108%.
- Bedrag: 8,33% van het brutoloon dat de arbeider in de sector verdiende tijdens de referteperiode.
- Referteperiode: van 1 juli van vorig jaar tot 30 juni van dit jaar.
- Gelijkgestelde dagen: ziekte, tijdelijke werkloosheid, moederschapsrust en andere schorsingen tellen mee tot 130 dagen, als de arbeider minstens 120 dagen werkte. Anders is het maximum een derde van de gewerkte dagen.
- Vertrek: de arbeider krijgt een pro rata, wat ook de reden van vertrek is, behalve bij ontslag om dringende reden.
Rekenvoorbeeld. Een elektricien in categorie D met vijf jaar anciënniteit, aan het minimumbarema: van juli tot december 2025 € 21,26 per uur, sinds januari 2026 € 21,73. Dat is 6 x 3.500,81 + 6 x 3.578,21 = 42.474,12 euro bruto in de referteperiode. Zijn premie is 8,33% daarvan, of 3.538,09 euro bruto, bijna een maandloon.
Ecocheques en maaltijdcheques in PC 149.01: wat veranderde op 1 oktober 2026?
Een voltijdse arbeider kreeg tot nu € 250 per jaar aan ecocheques. In een onderneming zonder vakbondsafvaardiging mocht u die alleen omzetten in een loonsverhoging van € 0,09 per uur.
Het sectorakkoord 2025-2026 laat de werkgever kiezen vanaf 1 oktober 2026:
| Scenario 1 | Scenario 2 | |
|---|---|---|
| Maaltijdcheque, werkgeversdeel | plus € 2 | plus € 1 |
| Ecocheques | laatste toekenning voor de periode vanaf 1 oktober 2025, daarna vervallen | blijven |
| Nog geen maaltijdcheques | invoeren met € 2 werkgeversdeel | invoeren met € 1 werkgeversdeel |
De arbeider betaalt minstens € 1,09 per cheque, uw deel mag niet boven € 8,91 gaan. Gebruikt u een maaltijdvergoeding in plaats van cheques, dan verhoogt u die vergoeding zolang het wettelijk plafond niet bereikt is. Een verhoging die u in 2026 al gaf, mag u aftrekken.
Wat kost elk scenario? Bij 220 werkdagen per jaar kost scenario 1 u 220 x 2 = 440 euro, scenario 2 220 x 1 + 250 = 470 euro. Werkt de arbeider meer dan 250 dagen, dan wordt scenario 1 duurder. Een volledige vergelijking per sector staat in ecocheques in 2026 en de nieuwe maximale cheque in maaltijdcheques van 10 euro.
Volta: bijdragen, vergoedingen en opleidingspremie
U betaalt aan Volta deze bijdragen, op het brutoloon van de arbeiders aan 108%:
| Bijdrage | Percentage |
|---|---|
| Eindejaarspremie | 13,15% |
| Sectorpensioen | 2,10% |
| Aanvullende vergoedingen | 1,10% |
| Opleiding, innovatie en risicogroepen | 0,80% |
| Totaal | 17,15% |
Op de netto pensioenbijdrage van 2% betaalt u daarbovenop de bijzondere RSZ-bijdrage van 8,86%. Sinds 1 januari 2026 is FBZ Volta Plus de inrichter van het sectorpensioen.
Tijdelijke werkloosheid. Volta betaalt een aanvulling van € 14,63 per dag. Bij economische werkloosheid geldt dat voor hoogstens 150 dagen per jaar, en Volta betaalt alleen de eerste 60. Vanaf de 61ste dag betaalt u de aanvulling zelf, met het loon van de maand erna.
Opleidingspremie. U krijgt elk jaar een premiekrediet van 16 opleidingsuren per arbeider. Elk gevolgd uur bij een erkende opleiding levert € 23,30 op als u minder dan 20 werknemers heeft, en € 19,06 als u groter bent. Een installateur met vijf arbeiders kan zo tot 5 x 16 x 23,30 = 1.864,00 euro per jaar terugkrijgen. Het krediet blijft drie jaar geldig.
Ploegen, nachtwerk en gevaarlijk werk
- Ploegenarbeid (vroege en late shift): het basisloon stijgt met 10%.
- Nachtarbeid tussen 20 en 6 uur: 20% extra.
- Ongezond of gevaarlijk werk en werk op hoogte: 15% overloon, niet cumuleerbaar. Werk op een ladder geldt als stabiel niveau zolang de voeten niet hoger staan dan 4 meter. De arbeider moet vooraf ingelicht worden en mag uitzonderlijk gevaarlijk werk weigeren.
Opzeg en flexi-jobs in PC 149.01
PC 149.01 heeft geen eigen opzegtermijnen. Sinds het eenheidsstatuut gelden de wettelijke termijnen, met een oude sectorale regeling alleen voor anciënniteit van voor 2014. Voor contracten die starten vanaf 1 augustus 2026 is de opzeg in de eerste zes maanden 1 week, na een jaar 8 weken. Voor contracten vanaf 1 juni 2026 geldt een plafond van 52 weken. De tabel staat in opzegtermijn werkgever.
Sinds 1 juli 2026 mogen flexi-jobs ook in 149.01. Het flexiloon is minstens het barema, hoogstens 150% ervan, en u betaalt 28% bijzondere bijdrage. De sociale partners wijzen erop dat een flexi-jobber voor bepaalde functies dezelfde veiligheidsattesten en competenties nodig heeft als een vaste elektricien. Zie flexi-jobs in alle sectoren.
Rekenvoorbeeld: wat kost een elektricien in categorie D?
Een voltijdse geschoolde arbeider 3de categorie, vijf jaar anciënniteit, aan het minimumbarema van € 21,73 per uur in een 38-urenweek. Gemiddelde maandkost in 2026, in scenario 2:
| Post | Berekening | Bedrag |
|---|---|---|
| Brutoloon | 21,73 x 38 x 13 / 3 | 3.578,21 euro |
| RSZ werkgever | 25% op 108% (3.864,46) | 966,12 euro |
| Vakantiebijdrage | 15,84% op 3.864,46 | 612,13 euro |
| Volta, inclusief eindejaarspremie en pensioen | 17,15% op 3.864,46 | 662,76 euro |
| Bijzondere RSZ-bijdrage op het sectorpensioen | 8,86% op 2% van 3.864,46 | 6,85 euro |
| Ecocheques | 250 / 12 | 20,83 euro |
| Totaal per maand | 5.846,90 euro |
De mobiliteitsvergoeding, maaltijdcheques, de structurele vermindering en de verzekering arbeidsongevallen zitten er niet in. Rijdt de elektricien twintig dagen per maand 50 kilometer met zijn eigen wagen naar de werf, tel dan nog 345,00 euro bij.
Fouten die we in PC 149.01 vaak zien
- Anciënniteit niet doorgerekend. Het barema stijgt elk jaar, ook als niemand erom vraagt.
- Mobiliteitsvergoeding met het verkeerde tarief. Eigen wagen, passagier of chauffeur hebben elk een eigen bedrag per kilometer.
- Eindejaarspremie dubbel betaald. Volta betaalt de premie al. Wie ze zelf ook op de loonfiche zet, betaalt twee keer.
- Ecocheques geschrapt zonder keuze. Zonder tijdige keuze geldt scenario 2 en blijven de ecocheques verschuldigd.
- Verkeerd comité. Een installateur die als bouwbedrijf of metaalbedrijf staat aangegeven, mist de mobiliteitsregeling en de Volta-premies.
Wat Business Centrum voor u doet
Business Centrum verwerkt voor elektriciens en installateurs in Oost-Vlaanderen de lonen van arbeiders in 149.01 en bedienden in PC 200 in één loonadministratie, samen met Acerta. We houden de anciënniteit per arbeider bij, rekenen de mobiliteitsvergoeding per type vervoer, passen het gekozen scenario voor maaltijd- en ecocheques toe en vragen de Volta-premies aan. Voor installateurs die op bouwwerven werken, bekijk ook onze aanpak voor de bouwsector.

