Paritair comité 337 is het aanvullende comité voor vzw's en andere non-profitorganisaties waarvoor geen ander comité bevoegd is. Een algemeen sectorbarema bestaat er niet: u betaalt minstens het GGMMI van € 2.233,61 bruto per maand. Op 1 augustus 2026 stegen alle lonen met 2%. De eindejaarspremie is een forfait plus 2,50% van twaalf keer het oktoberloon.
Wie valt onder paritair comité 337?
PC 337 bestaat sinds het koninklijk besluit van 14 februari 2008. Het bevoegdheidsgebied telt drie delen.
- Organisaties zonder winstoogmerk waarvan de activiteit niet onder een ander comité valt dat er specifiek voor bevoegd is. "Non-profit" betekent hier: zonder de bedoeling winst te maken.
- Privépersonen die voor eigen rekening personeel in dienst nemen voor hun persoonlijke dienst of die van hun gezin. Denk aan iemand met een persoonlijk assistentiebudget (PAB) of een persoonsvolgend budget (PVB) die zelf een assistent aanwerft. Werk in de landbouw, de tuinbouw of de bosbouw valt hier niet onder, en ook geen huispersoneel met een arbeidsovereenkomst voor dienstboden.
- Niet bevoegd is PC 337 voor de representatieve vakbonden en werkgeversorganisaties, en voor non-profitorganisaties die in hoofdzaak of in bijzaak onder een ander comité vallen.
PC 337 is dus een vangnet. De FOD heeft in zijn interpretatiefiches een paar grensgevallen uitgeklaard. Een mutualiteit valt onder PC 337 en niet onder PC 330. Een budgethouder met een PAB valt onder PC 337 en niet onder PC 319.01, ook al werkt de assistent in de gehandicaptenzorg. Een vereniging die bezinningsdagen organiseert, valt onder PC 337; biedt ze ook maaltijden of overnachtingen aan, dan gaat dat personeel naar PC 302, het hotelbedrijf.
| Activiteit van de organisatie | Comité |
|---|---|
| Ziekenhuis, rusthuis, thuisverpleging, revalidatiecentrum | PC 330 |
| Opvoedings- en huisvestingsinrichtingen: jeugdhulp, voorzieningen voor personen met een handicap | PC 319 (in Vlaanderen 319.01) |
| Socio-culturele sector: jeugdwerk, sociaal-cultureel volwassenenwerk | PC 329 |
| Vlaamse welzijns- en gezondheidssector, met de kinderopvang | PC 331 |
| Franstalige en Duitstalige welzijns- en gezondheidssector | PC 332 |
| Huispersoneel met een contract voor dienstboden | PC 323 |
| Mutualiteit, PAB- of PVB-budgethouder, vzw zonder activiteit van een ander comité | PC 337 |
Werkt uw vzw in de zorg, lees dan eerst de gids over paritair comité 330: daar gelden de IFIC-barema's. Een algemene uitleg over hoe een comité wordt bepaald, staat in ons stuk over paritaire comités.
Welk barema geldt in paritair comité 337?
Voor de gewone werknemers kent PC 337 geen loonbarema. De databank minimumlonen van de FOD WASO toont voor dit comité geen bedragen en verwijst naar de sectorpagina van SOM, de werkgeversfederatie van de sociale ondernemingen. Daar staat alleen een barema voor de persoonlijk assistenten.
Gewone werknemers. Het wettelijke minimum is het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (GGMMI). Sinds 1 juli 2026 is dat € 2.233,61 bruto per maand, voltijds en vanaf 18 jaar. Dat bedrag is een bodem, geen loonschaal: anciënniteit, diploma of functie geven in PC 337 geen recht op een hoger minimum. Volgt uw organisatie een eigen loonschaal of die van een subsidiegever, dan staat die in de arbeidsovereenkomst of het arbeidsreglement en is ze voor die werknemers bindend. Meer over het minimum en zijn indexering leest u in het GGMMI in 2026.
PAB- en PVB-assistenten. Wie als budgethouder een persoonlijk assistent aanwerft, volgt de cao van 6 juli 2021. Het minimumloon wordt met elke spilindex aangepast:
| Geldig vanaf | Bruto per maand | Bruto per uur |
|---|---|---|
| 1 augustus 2026 | € 2.563,02 | € 15,56 |
| 1 februari 2026 | € 2.512,90 | € 15,26 |
| 1 maart 2025 | € 2.463,58 |
Het jaarloon is sinds augustus € 30.756,21. Een deeltijdse assistent krijgt het minimum in verhouding tot zijn prestaties. Een halftijdse assistent verdient dus minstens € 1.281,51 bruto per maand.
Indexering in paritair comité 337 in 2026
De lonen in PC 337 volgen de afgevlakte gezondheidsindex, zoals in de openbare sector. Telkens die index een spilindex bereikt, stijgen de lonen met 2%, vanaf de eerste dag van de tweede maand die daarop volgt. Dat staat in de cao van 6 december 2016, en het geldt voor de minimumlonen én voor de lonen die u werkelijk betaalt. Betaalt u boven het GGMMI, dan stijgt dat hogere loon dus mee.
| Indexering | Percentage |
|---|---|
| 1 augustus 2026 | 2% |
| 1 februari 2026 | 2% |
| 1 maart 2025 | 2% |
De laatste stap kwam er omdat de afgevlakte index in juni 2026 op 100,37 punten kwam, boven de spilindex van 100,28. De tweede maand na juni is augustus. Let op het verschil met de wedden van het overheidspersoneel: die stegen pas op 1 september 2026, omdat de wet voor de openbare sector sinds 2025 een maand langer wacht. De cao van PC 337 volgt die wet niet en bleef bij de tweede maand.
De volgende indexering. De volgende spilindex ligt op 102,29 punten. In september 2026 stond de afgevlakte index op 101,20. Zodra de spil bereikt is, stijgen de lonen in PC 337 twee maanden later opnieuw.
Centenindex. Sinds 1 juni 2026 geldt de centenindex. Voor een voltijds referteloon boven € 4.000 per maand wordt de indexering tijdelijk beperkt: alleen het deel tot die grens stijgt, tot het loon een matiging van 2% heeft ondergaan. In PC 337 was de index van 1 augustus 2026 de eerste onder die regel. Een coördinator met € 4.500 bruto kreeg er dus 2% op € 4.000 bij, of € 80, en verdient € 4.580 in plaats van € 4.590. Lonen tot € 4.000 kregen de volle 2%. Daarna wordt het volledige loon weer geïndexeerd; een tweede matigingsperiode start op 1 januari 2028. Op die besparing betaalt u wel een bijzondere loonmatigingsbijdrage aan de RSZ. Alles over die regel staat in ons stuk over de centenindex.
Uitzonderingen. De indexcao geldt niet voor de mutualiteiten, de vrije universiteiten en de PAB-assistenten; die laatsten hebben in hun eigen cao hetzelfde mechanisme. Een organisatie die al voor de cao van 2016 een minstens even gunstig indexsysteem had, mag dat houden.
Eindejaarspremie in paritair comité 337
Sinds 1 januari 2024 geldt een cao die de eindejaarspremie in twee delen opbouwt: een vast forfait en een variabel deel.
- Forfait. Een vast bedrag, apart voor arbeiders en bedienden. Het wordt elk jaar aangepast met de verhouding tussen de consumptieprijsindex van oktober van dat jaar en die van oktober van het jaar ervoor.
- Variabel deel. 2,50% van het bruto jaarloon. Dat is twaalf keer het brutomaandloon van oktober, zonder andere premies, toeslagen of vergoedingen.
- Referteperiode. Van 1 januari tot 30 september, samen 9 maanden. Elke gewerkte of gelijkgestelde maand geeft recht op een negende. Een maand telt mee als het contract ingaat vóór de 16de van die maand.
- Deeltijds. Dezelfde rechten, in verhouding tot de arbeidsduur.
- Geen premie bij ontslag om dringende reden en niet voor prestaties met een studentenovereenkomst.
- Betaling. In één keer in december, of uiterlijk in de maand na het vertrek van de werknemer.
| Forfait | Arbeiders | Bedienden |
|---|---|---|
| Cao 2023 (basis) | € 435,12 | € 575,91 |
| 2024 | € 448,17 | € 593,19 |
| 2025 | € 457,13 | € 605,05 |
Rekenvoorbeeld 2025. Een bediende verdiende in oktober 2025 € 2.800 bruto per maand en werkte het hele jaar voltijds. Het variabel deel is 2,5% x 12 x 2.800 = € 840,00. Met het forfait van € 605,05 komt de premie op € 1.445,05 bruto. Was die bediende op 10 maart in dienst getreden, dan telde de referteperiode zeven maanden: 7/9 van € 1.445,05 is € 1.123,93.
Wat dat in 2026 wordt. Dezelfde bediende verdient na de index van augustus € 2.856. Het variabel deel wordt € 856,80. Het forfait van 2026 kent u pas als de index van oktober gepubliceerd is. Ter indicatie: de index van september 2026 stond op 104,42 punten, tegenover 100,10 in oktober 2025. Blijft oktober in die buurt, dan is de coëfficiënt 1,04 en wordt het forfait voor bedienden € 629,25.
Betaalt uw organisatie al een eindejaarspremie die minstens even hoog is als beide delen samen, dan hoeft u niets bij te betalen. Is ze lager, dan vult u aan tot het bedrag van de cao. Een overzicht per sector vindt u in eindejaarspremie berekenen.
PAB- en PVB-assistenten hebben een eigen regeling: 54,54% van het sectorale minimummaandloon van oktober, met een referteperiode van 1 oktober tot 30 september en een twaalfde per maand. Voor een voltijdse assistent op het minimum is dat in 2026 54,54% x 2.563,02 = € 1.397,87.
Flexi-jobs in paritair comité 337
Sinds 1 juli 2026 kan een werkgever in PC 337 flexi-jobbers inzetten. Het comité staat niet op de lijst van sectoren die de RSZ uitsluit. Uitgesloten blijven wel bepaalde functies, in elke sector: taken die onder de gezondheidszorgberoepen vallen, zoals verpleegkundige zorg, en artistieke functies.
- De flexi-jobber werkt minstens 4/5 bij een andere werkgever in het referentiekwartaal, of is gepensioneerd.
- U betaalt 7,67% flexivakantiegeld bovenop het flexiloon.
- Op beide samen betaalt u een bijzondere bijdrage van 28%.
- Buiten de horeca mag het flexiloon hoogstens 150% van het minimale basisloon bedragen.
Voor een vzw die events of een jaarlijkse actie organiseert, is dat een alternatief voor jobstudenten. Wat het kost, leest u in de uitbreiding van de flexi-jobs.
Welke andere regels gelden in PC 337?
Woon-werkverkeer. Voor het openbaar vervoer volgt u de nationale cao van de NAR. De sectorcao verplicht de werkgever tot de derdebetalersregeling met de NMBS, zodat de trein voor de werknemer gratis is. De fietsvergoeding volgt het fiscaal vrijgestelde maximum: € 0,37 per kilometer in 2026. Sinds 1 september 2026 is er geen vergoeding meer voor elektrische steps, hoverboards en andere gemotoriseerde voortbewegingstoestellen, behalve een elektrische rolstoel. Elektrische fietsen en speed pedelecs vallen niet onder die uitsluiting. Meer in de fietsvergoeding voor werkgevers.
Dienstverplaatsingen. Met de eigen wagen betaalt u het bedrag uit de federale regeling voor reiskosten, dat elk kwartaal wordt aangepast: € 0,45 per kilometer in het vierde kwartaal van 2026.
Anciënniteitsverlof. Een dag na 3 jaar dienst, twee dagen na 7 jaar. Vanaf 1 januari 2027 komt er een derde dag na 10 jaar en een vierde na 13 jaar. Geeft u al minstens evenveel extralegale verlofdagen, dan hoeft u die derde en vierde dag niet bovenop te geven.
Aaneengesloten vakantie. Sinds 1 september 2026 mag elke werknemer 3 weken aaneengesloten vakantie vragen, met drie weekends. U mag weigeren om organisatorische redenen, maar alleen schriftelijk en gemotiveerd. Komt de vraag minder dan 2 weken vooraf, dan hoeft de weigering niet gemotiveerd te zijn.
Opleiding. Met minder dan 10 werknemers heeft elke werknemer recht op 1 dag opleiding per jaar. Vanaf 10 en onder 20 werknemers is er een collectief recht op gemiddeld 2 dagen per jaar.
Arbeidsduur. Overuren recupereert u binnen hoogstens 6 maanden. Voor opleidingen en teamvergaderingen mag een werkperiode korter zijn dan de wettelijke 3 uur, wat handig is voor een avondvergadering met een deeltijdse medewerker.
Telewerk. Bij structureel telewerk zorgt de werkgever voor de apparatuur en betaalt hij de internet- en communicatiekosten.
Bijdrage risicogroepen. In 2025 en 2026 betaalt u via de RSZ 0,10% op de lonen aan het sociaal fonds van de sector, voor opleiding en tewerkstelling van risicogroepen.
Vijf valkuilen voor een kleine vzw in paritair comité 337
- Het comité afleiden uit de vzw-vorm. De activiteit beslist. Controleer bij elke nieuwe activiteit, zoals een cafetaria of kinderopvang, of die niet onder een ander comité valt.
- De index alleen op het minimum toepassen. In PC 337 stijgen ook de lonen boven het GGMMI. Wie op 1 augustus 2026 alleen de laagste lonen aanpaste, heeft een achterstand.
- De centenindex vergeten of fout toepassen. Boven € 4.000 voltijds bruto steeg het loon in augustus met € 80. Bij een deeltijdse werknemer geldt de grens voor het voltijdse equivalent van zijn loon.
- Het forfait van vorig jaar uitbetalen. Het forfait van de eindejaarspremie verandert elk jaar met de oktoberindex, en het variabel deel hangt af van het loon van oktober, dus na de index van augustus.
- Een PAB-assistent behandelen als gewone werknemer. Hij heeft een eigen minimumloon en een eigen eindejaarspremie, en valt niet onder de algemene index- en premiecao's.
Wat Business Centrum voor u doet
Business Centrum zoekt voor uw vzw uit welk comité bevoegd is, toetst de lonen aan het GGMMI en aan de index van augustus en berekent de eindejaarspremie met het forfait van dit jaar. De loonberekening loopt via Acerta, en u houdt in Gent één vast aanspreekpunt dat de regels van PC 337 kent. Bekijk hoe wij uw loonadministratie aanpakken.

