De eindejaarspremie in PC 145 betaalt u voor de meeste arbeiders niet zelf: het Waarborg- en Sociaal Fonds voor het tuinbouwbedrijf keert ze in december uit, 8,33% van het brutoloon in de boomkwekerij en 7,55% in de groenten-, champignon- en fruitteelt. Voor uw bedienden betaalt u zelf een maandloon. Parken en tuinen en de bloementeelt hebben een andere premie, en twee deelsectoren vallen buiten de regeling.
Welke eindejaarspremie geldt in PC 145 per deelsector?
Het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf telt verschillende teelten, en de cao's maken per groep een eigen regeling. Welke teelt uw hoofdactiviteit is, bepaalt welke regel geldt. Meer over de indeling en de lonen per teelt leest u in onze gids over paritair comité 145.
| Groep | Premie | Wie betaalt | Bedrag |
|---|---|---|---|
| Arbeiders boomkwekerij | eindejaarspremie | Waarborg- en Sociaal Fonds | 8,33% van het brutoloon van het refertejaar |
| Arbeiders groententeelt, champignonteelt, fruitteelt | eindejaarspremie | Waarborg- en Sociaal Fonds | 7,55% van het brutoloon van het refertejaar |
| Gelegenheidswerknemers met plukkaart | eindejaars- en koopkrachtpremie | Waarborg- en Sociaal Fonds | samen € 240,71 |
| Arbeiders parken en tuinen | getrouwheidspremie | Sociaal Fonds voor de inplanting en het onderhoud van parken en tuinen | 6%, 7% of 8,50% van het brutoloon |
| Arbeiders bloementeelt | bijkomend vakantiegeld | Waarborg- en Sociaal Fonds | 6,25% van het brutoloon van het refertejaar |
| Bedienden in alle deelsectoren | eindejaarspremie | de werkgever | 100% van het maandloon, pro rata |
| Bosboomkwekerij (145.02) en fruitsorteerbedrijven | geen percentage in de sectorcao | niet geregeld | niet geregeld |
Voor de bosboomkwekerij (145.02) en de fruitsorteerbedrijven noemt de eindejaarspremie-cao geen percentage. We vonden voor die groepen geen sectorale eindejaarspremie in een geldende cao, en vullen hier dus niets in. Kijk voor uw arbeiders daar naar de arbeidsovereenkomst en de afspraken in uw onderneming.
Eindejaarspremie PC 145 voor arbeiders: het fonds betaalt
De hoofdregeling staat in de cao die bovenaan deze pagina vermeld is. Ze geldt voor de arbeiders van de tuinbouwbedrijven, met uitzondering van de bloementeelt, de aanleg en het onderhoud van parken en tuinen, de bedienden en de gelegenheidswerknemers met plukkaart.
Het bedrag. De premie wordt berekend op het brutoloon dat de arbeider in het refertejaar verdiend heeft: 8,33% in de boomkwekerij, 7,55% in de groententeelt, 7,55% in de champignonteelt en 7,55% in de fruitteelt. De arbeider heeft recht voor zover hij in het refertejaar prestaties in de sector leverde. Een minimumanciënniteit staat niet in de cao. De minimumuurlonen van de arbeiders staan in het barema PC 145.
Het refertejaar loopt van 1 juli van het vorige jaar tot en met 30 juni van het jaar van betaling. Voor de premie van 2026 is dat van 1 juli 2025 tot en met 30 juni 2026.
De betaling. Het fonds betaalt de premie in december, na het refertejaar. De raad van beheer van het fonds regelt de praktische toepassing. Een concrete betaaldag voor 2026 hebben we niet gevonden. Op eindejaarspremies die een fonds voor bestaanszekerheid betaalt, geldt bedrijfsvoorheffing tegen een vast tarief van 23,22%.
Wat u als werkgever doet. U betaalt de premie niet zelf uit. U financiert ze via uw werkgeversbijdrage aan het fonds, die de RSZ int samen met uw gewone bijdragen. Vanaf 2026 bedraagt die bijdrage voor uw arbeiders 12,53% van de loonmassa, waarvan 11,25% voor de eindejaarspremie.
Gelijkgestelde afwezigheden. De cao rekent op het verdiende brutoloon en somt zelf geen gelijkgestelde dagen op. De praktische toepassing regelt de raad van beheer van het fonds. Wat het fonds met afwezigheden doet, vullen we hier dus niet in.
Rekenvoorbeeld: een arbeider in de boomkwekerij
Dit is een voorbeeld, geen berekening voor uw situatie. Een arbeider in de boomkwekerij verdiende van juli 2025 tot en met juni 2026 € 30.000 bruto. Het fonds keert hem in december 2026 30.000 x 8,33% = € 2.499,00 bruto uit, voor de inhouding van de bedrijfsvoorheffing. In de groententeelt geeft hetzelfde loon 30.000 x 7,55% = € 2.265,00.
Bij vertrek
Wie in de loop van het refertejaar vertrekt, houdt zijn recht. De cao noemt pensioen en SWT, overlijden (voor de rechtverkrijgenden), ontslag door de werkgever met opzeg of verbrekingsvergoeding, een einde in onderling akkoord, het einde van een contract van bepaalde duur of bepaald werk, en sinds 2024 ook eigen ontslag. Alleen wie om een dringende reden ontslagen wordt, krijgt geen premie. Omdat de premie een percentage is van het werkelijk verdiende brutoloon, krijgt een arbeider die een deel van het jaar werkte vanzelf een kleiner bedrag. De cao noemt voor een vertrekkende arbeider geen ander betaalmoment dan december.
Gelegenheidswerknemers met plukkaart
Gelegenheidswerknemers vallen niet onder de percentages hierboven. Wie in de loop van het kalenderjaar minstens 50 dagen arbeid op de plukkaart heeft staan, bij een of meer werkgevers, heeft recht op een eindejaarspremie en een koopkrachtpremie van samen € 240,71. Ook die premies neemt het Waarborg- en Sociaal Fonds ten laste. Het bedrag volgt de index. De regeling staat in cao 198501/CO/145 van 26 februari 2026 en geldt niet in parken en tuinen. Een betaalmoment staat niet in die cao.
Parken en tuinen (145.04): een getrouwheidspremie
In de aanleg en het onderhoud van parken en tuinen bestaat geen sectorale eindejaarspremie. De arbeiders krijgen een getrouwheidspremie, geregeld in cao 191194/CO/145 van 20 november 2024.
| Opeenvolgende jaren dienst in de sector | Getrouwheidspremie |
|---|---|
| van 0 tot 5 jaar | 6% van het brutoloon |
| van 5 tot 15 jaar | 7% van het brutoloon |
| meer dan 15 jaar | 8,50% van het brutoloon |
Het percentage geldt op het brutoloon voor de gewerkte dagen in de sector tijdens het refertejaar, van juli tot en met juni. De premie telt de effectief gewerkte dagen en de dagen die de wetgeving op de jaarlijkse vakantie van arbeiders gelijkstelt, maar niet de dagen economische werkloosheid. Alleen arbeiders met minstens 6 maanden anciënniteit in de sector komen in aanmerking. Die voorwaarde wordt beoordeeld op 1 juli 2026. Wie in dienst blijft en de anciënniteit later haalt, krijgt de premie alsnog.
Het Sociaal Fonds voor de inplanting en het onderhoud van parken en tuinen betaalt. Zijn raad van beheer bepaalt uiterlijk in juni vanaf wanneer de premie aan alle rechthebbenden kan worden betaald. U financiert de premie via uw bijdrage: sinds april 2026 gaat daarvan 9,15% van de loonmassa van uw arbeiders naar de premie. Bij vertrek houdt de arbeider zijn recht bij pensioen of SWT, overlijden, ontslag door u, onderling overleg, overmacht, het einde van een contract van bepaalde duur en eigen ontslag. Bij ontslag om dringende reden vervalt de premie.
Bloementeelt (145.01): bijkomend vakantiegeld
In de bloementeelt heet de premie bijkomend vakantiegeld. Het Waarborg- en Sociaal Fonds betaalt 6,25% van het brutoloon dat de arbeider verdiende in het refertejaar, van juli tot en met juni, in de maand december daarna. De regeling staat in cao 55846/CO/145 van 9 oktober 2000, laatst gewijzigd door cao 187022/CO/145 van 15 december 2023. Sinds die wijziging geeft ook eigen ontslag recht. Ontslag om dringende reden niet. U financiert het via de bijdrage voor de bloementeelt, waarvan 7,30% van de loonmassa van uw arbeiders voor deze premie dient.
Eindejaarspremie PC 145 voor bedienden: u betaalt zelf
Voor uw bedienden geldt cao 185561/CO/145 van 15 december 2023, in alle deelsectoren. Hier betaalt niet het fonds, maar u.
Het bedrag is gelijk aan het maandloon, berekend naar rato van de gewerkte en gelijkgestelde dagen van januari tot en met december. Elke gepresteerde of gelijkgestelde maand geeft recht op een twaalfde. Een maand telt mee als de bediende in dienst kwam voor de 16de of uit dienst ging na de 15de van die maand. Voor 2026 loopt de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026.
Gelijkgestelde dagen zijn vakantie, wettelijke feestdagen, klein verlet, vaderschapsverlof, betaald educatief verlof of Vlaams opleidingsverlof, syndicaal verlof, beroepsziekte, arbeidsongeval, bevallingsrust en de eerste 12 maanden arbeidsongeschiktheid door ziekte of ongeval.
Handelsvertegenwoordigers met een volledig veranderlijk loon krijgen het maandgemiddelde van de laatste twaalf maanden, begrensd op het hoogste bedrag van categorie 4 van de loonschaal. Bij een gedeeltelijk veranderlijk loon geldt dezelfde grens, tenzij het vaste deel hoger ligt.
De betaling gebeurt uiterlijk bij de neerlegging van de jaarrekening of op het einde van het jaar, dus in december, tenzij een akkoord in uw onderneming iets anders bepaalt. De premie gaat mee in de gewone loonberekening, met 13,07% persoonlijke RSZ en de werkgeversbijdrage van 25%. Netto en kost rekent u na met onze uitleg over eindejaarspremie berekenen.
Bij vertrek krijgt de bediende de premie pro rata bij SWT of pensioen, overlijden, ontslag door de werkgever, onderling akkoord, definitieve overmacht, het einde van een contract van bepaalde duur en eigen ontslag, en dat op het moment van uitdiensttreding. Bij ontslag om dringende reden niet.
Een eigen regeling in uw onderneming vervangt de sectorcao als ze een evenwaardig voordeel geeft, hoe het ook heet, of als uw ondernemingsovereenkomst samen minstens dezelfde voordelen geeft.
Rekenvoorbeeld: een bediende die in maart begon
Dit is een voorbeeld, geen berekening voor uw situatie. Een bediende verdient € 3.200 bruto per maand en begon op 10 maart 2026. Maart telt mee, want hij kwam in dienst voor de zestiende. Hij heeft tien maanden in 2026: 3.200 x 10 / 12 = € 2.666,67 bruto.
Wat mag uw onderneming zelf regelen voor de arbeiders?
Een gunstiger regeling in uw onderneming doet geen afbreuk aan de sectorcao, maar ze blijft alleen behouden voor het deel dat de sectorale premie van het fonds overschrijdt. In parken en tuinen blijven bijkomende voordelen uit akkoorden in de onderneming behouden.
Fouten die we zien bij de eindejaarspremie in PC 145
- De premie van de arbeiders zelf uitbetalen. Voor boomkwekerij, groenten, champignons en fruit betaalt het fonds; een eigen regeling blijft alleen behouden voor het deel boven de sectorale premie.
- Het verkeerde percentage gebruiken. De boomkwekerij krijgt 8,33%, de andere drie teelten 7,55%.
- Parken en tuinen een eindejaarspremie geven. Daar geldt een getrouwheidspremie met een anciënniteitsvoorwaarde van 6 maanden.
- Bedienden vergeten. Voor hen betaalt u zelf een maandloon, ook in een bedrijf waar het fonds de arbeiders betaalt.
- Eigen ontslag zonder premie afrekenen. Sinds 2024 geeft eigen ontslag in de arbeidersregelingen recht op de premie.
Wat Business Centrum hierin voor u doet
Business Centrum berekent de eindejaarspremie van uw bedienden volgens de sectorcao, samen met Acerta, als deel van uw loonadministratie. Voor uw arbeiders nemen we de werkgeversbijdrage aan het juiste fonds mee in de loonverwerking. De regels van de andere comités vindt u in ons overzicht van de eindejaarspremie in 2026 per paritair comité.

