Opzegtermijn berekenen in drie stappen
Kies de tabel volgens de startdatum.
Sinds 1 januari 2014 geldt één tabel voor arbeiders en bedienden. Voor contracten die starten vanaf 1 juni 2026 stopt de opzeg van de werkgever bij 52 weken. Voor contracten vanaf 1 augustus 2026 is de opzeg in de eerste 6 maanden 1 week, wie ook opzegt.
Bepaal de maandag waarop de opzeg begint.
De opzeg start op de maandag na de week waarin hij ter kennis werd gebracht. Een aangetekende brief heeft uitwerking op de 3de werkdag na verzending: zaterdag telt mee, zondag en feestdagen niet. Een gerechtsdeurwaarder betekent de opzeg dezelfde dag.
Tel de anciënniteit op die maandag.
U telt van de eerste dag in dienst tot de dag vóór de start van de opzeg. Een werknemer in dienst sinds 1 maart heeft op 1 september zes maanden anciënniteit.
Opzegtermijn berekenen bij ontslag door de werkgever
De werkgever geeft de opzeg met een aangetekende brief of via een gerechtsdeurwaarder. Een overhandigde brief is nietig: het ontslag blijft, maar u betaalt een vergoeding. De tabel geldt voor arbeiders en bedienden, in elke sector.
| Anciënniteit | Start vóór 1/6/2026 | Start vanaf 1/6/2026 | Start vanaf 1/8/2026 |
|---|---|---|---|
| 0 tot 3 maanden | 1 | 1 | 1 |
| 3 tot 4 maanden | 3 | 3 | 1 |
| 4 tot 5 maanden | 4 | 4 | 1 |
| 5 tot 6 maanden | 5 | 5 | 1 |
| 6 tot 9 maanden | 6 | 6 | 6 |
| 9 tot 12 maanden | 7 | 7 | 7 |
| 12 tot 15 maanden | 8 | 8 | 8 |
| 15 tot 18 maanden | 9 | 9 | 9 |
| 18 tot 21 maanden | 10 | 10 | 10 |
| 21 tot 24 maanden | 11 | 11 | 11 |
| 2 tot 3 jaar | 12 | 12 | 12 |
| 3 tot 4 jaar | 13 | 13 | 13 |
| 4 tot 5 jaar | 15 | 15 | 15 |
| 5 tot 6 jaar | 18 | 18 | 18 |
| 6 tot 7 jaar | 21 | 21 | 21 |
| 7 tot 8 jaar | 24 | 24 | 24 |
| 8 tot 9 jaar | 27 | 27 | 27 |
| 9 tot 10 jaar | 30 | 30 | 30 |
| 10 tot 11 jaar | 33 | 33 | 33 |
| 11 tot 12 jaar | 36 | 36 | 36 |
| 12 tot 13 jaar | 39 | 39 | 39 |
| 13 tot 14 jaar | 42 | 42 | 42 |
| 14 tot 15 jaar | 45 | 45 | 45 |
| 15 tot 16 jaar | 48 | 48 | 48 |
| 16 tot 17 jaar | 51 | 51 | 51 |
| 17 tot 18 jaar | 54 | 52 | 52 |
| 18 tot 19 jaar | 57 | 52 | 52 |
| 19 tot 20 jaar | 60 | 52 | 52 |
| 20 tot 21 jaar | 62 | 52 | 52 |
| 21 tot 22 jaar | 63 | 52 | 52 |
| 22 tot 23 jaar | 64 | 52 | 52 |
| 23 tot 24 jaar | 65 | 52 | 52 |
Na de laatste rij komt er per begonnen jaar 1 week bij, behalve voor contracten met het plafond van 52 weken.
Werkte de werknemer vlak voor de aanwerving als uitzendkracht in dezelfde functie, dan telt die periode mee tot 1 jaar. Ontslaat u met het oog op het wettelijk pensioen, dan is de opzeg hoogstens 26 weken.
Opzegtermijn berekenen bij ontslag door de werknemer
Neemt de werknemer zelf ontslag, dan is de opzeg korter en nooit meer dan 13 weken. Hij mag de opzegbrief ook overhandigen. Ziekte of vakantie verlengen deze opzeg niet.
| Anciënniteit | Start vóór 1/8/2026 | Start vanaf 1/8/2026 |
|---|---|---|
| 0 tot 3 maanden | 1 | 1 |
| 3 tot 6 maanden | 2 | 1 |
| 6 tot 12 maanden | 3 | 3 |
| 12 tot 18 maanden | 4 | 4 |
| 18 tot 24 maanden | 5 | 5 |
| 2 tot 4 jaar | 6 | 6 |
| 4 tot 5 jaar | 7 | 7 |
| 5 tot 6 jaar | 9 | 9 |
| 6 tot 7 jaar | 10 | 10 |
| 7 tot 8 jaar | 12 | 12 |
| 8 jaar of meer | 13 | 13 |
Tegenopzeg: de werknemer vindt ander werk
Kreeg de werknemer opzeg van u en vindt hij ander werk, dan mag hij zelf opzeggen met een kortere termijn, nooit meer dan 4 weken. Een werkgever kan geen tegenopzeg geven.
| Anciënniteit | Start vóór 1/8/2026 | Start vanaf 1/8/2026 |
|---|---|---|
| 0 tot 3 maanden | 1 | 1 |
| 3 tot 6 maanden | 2 | 1 |
| 6 tot 12 maanden | 3 | 3 |
| 12 maanden of meer | 4 | 4 |
Opzeg bij een contract van bepaalde duur
Een contract van bepaalde duur kan alleen in de eerste helft van de looptijd met opzeg eindigen, en nooit later dan 6 maanden na de start. De opzeg volgt dezelfde tabellen als hierboven. Daarna betaalt wie stopt het loon tot de einddatum, met een maximum van 2 keer het loon van de opzeg bij onbepaalde duur.
Bij opeenvolgende contracten kan alleen het eerste met opzeg eindigen. De tool waarschuwt als de opzeg na de eerste helft zou aflopen: de wet zegt dat niet letterlijk, maar de gangbare lezing is dat de opzeg binnen de eerste helft moet eindigen.
Wat de tool niet voor u uitrekent
- Contracten die vóór 1 januari 2014 startten. Die krijgen een opzeg in twee delen.
- Schorsingen. Ziekte, vakantie of tijdelijke werkloosheid tijdens een opzeg van de werkgever verschuiven de einddatum.
- Opeenvolgende contracten. Die tellen samen voor de anciënniteit, maar de startdatum van het laatste contract bepaalt welke tabel geldt.
- Voordelen in de vergoeding. De tool rekent op het vaste maandloon. Een eindejaarspremie, variabel loon of een bedrijfswagen komen erbij.
- Ontslag om dringende reden, onderling akkoord of medische overmacht. Daar hoort geen opzeg bij.
Bronnen
De tabellen en regels komen uit het cijferregister van Business Centrum. Wij lazen de bronnen na op 6 oktober 2026.
- FOD WASO, Opzeggingstermijnen - arbeidsovereenkomst aangevangen vanaf 01/01/2014 - ontslag door de werkgever
- FOD WASO, Einde van de overeenkomst voor onbepaalde tijd - bijzondere regels
- Justel, wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (geconsolideerd)
- FOD WASO, Opzeggingstermijnen - ontslag door de werknemer
- FOD WASO, Einde van de overeenkomst voor onbepaalde tijd - ontslag door opzegging - algemeen
- FOD WASO, Einde van de overeenkomst voor onbepaalde tijd - ontslag met betaling van een opzeggingsvergoeding
- FOD WASO, Outplacement - algemene regeling
- FOD WASO, Eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd of voor een duidelijk omschreven werk
- FOD WASO, Feestdagen
