Het aanvullend pensioen PC 124 heet het Construo Plan. Sinds 1 januari 2007 bouwt elke bouwarbeider bij een werkgever uit het Paritair Comité voor het bouwbedrijf automatisch een pensioenkapitaal op. Sinds 1 januari 2026 krijgt hij elk kwartaal een toelage van minstens 1,80% van zijn referteloon, en 2,65% na dertig jaar in de sector. U betaalt daarvoor geen aparte premie: het plan draait op een deel van de forfaitaire bijdrage die u per arbeider aan Constructiv betaalt.
Deze gids gaat over het plan voor de arbeiders van PC 124. Hoe sectorale pensioenplannen in het algemeen werken, leest u in onze gids over het sectoraal pensioenplan. Wat er verder in het comité geldt, van categorieën tot getrouwheidszegels, staat in de gids over paritair comité 124.
Aanvullend pensioen PC 124 in een oogopslag
| Onderdeel | Wat geldt |
|---|---|
| Naam | Construo Plan, een sociaal sectoraal pensioenstelsel |
| Van kracht sinds | 1 januari 2007 |
| Type plan | Cash balance: een vaste toelage per kwartaal plus een toegewezen rendement |
| Toelage sinds 1 januari 2026 | 1,80% tot 2,65% van het referteloon, volgens sectoranciënniteit |
| Referteloon | 108% x 1,04 van het RSZ-loon |
| Inrichter | fbzp-fsep Constructiv |
| Pensioeninstelling | Pensio B, een OFP |
| Wie betaalt | De werkgever, via de forfaitaire bijdrage aan Constructiv die de RSZ int |
| Bijdrage van de arbeider | Geen |
| Solidariteitsluik | Ja: opbouw tijdens weerverlet en primaire arbeidsongeschiktheid, rente voor de partner |
| Regeling | Cao van 19 maart 2026 (nr. 199072/CO/124), invoering bij cao van 16 november 2006 (nr. 81550/CO/124) |
Het plan heeft twee luiken. Het pensioenluik bouwt het kapitaal op een individuele rekening op. Het solidariteitsluik vult de opbouw aan als de arbeider door weer of ziekte niet kan werken, en betaalt een rente aan de partner als de arbeider voor zijn pensioen overlijdt. Beide staan in de cao van 19 maart 2026, die het pensioenreglement en het solidariteitsreglement opnieuw coördineerde.
Wie bouwt aanvullend pensioen op in PC 124?
Het Construo Plan geldt voor de arbeiders van werkgevers die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf vallen: metselaars, dakwerkers, schrijnwerkers, vloerders, grondwerkers en de andere vakmensen op de werf. De bedienden van een bouwbedrijf vallen onder PC 200 en hebben een eigen plan, het sectoraal aanvullend pensioen voor de bedienden in de bouw. Dat staat in onze gids over het sectoraal pensioenplan PC 200.
Twee voorwaarden bepalen of een arbeider is aangesloten:
- Hij heeft een arbeidsovereenkomst voor arbeiders bij een werkgever uit PC 124.
- De werkgever geeft hem aan onder een bouwkengetal. Het pensioenfonds stelt de aansluiting vast uit de DmfA, onder kengetal 024, 026, 044, 054.
Is aan beide voldaan, dan is de arbeider aangesloten vanaf de eerste dag van zijn arbeidsovereenkomst. Leeftijd, functie, categorie en het soort contract spelen geen rol: ook een arbeider met een contract van bepaalde duur bouwt op. Wie sinds 1 januari 2019 aansluit, heeft meteen recht op wat hij opbouwt, zonder wachttijd.
Vier groepen bouwen niet op in het Construo Plan:
| Wie | Waarom niet |
|---|---|
| Uitzendkrachten | Het reglement sluit tewerkstelling via uitzendarbeid of terbeschikkingstelling uit |
| Jobstudenten en leerlingen | Uitgesloten: overeenkomst voor studentenarbeid, leerovereenkomst of leerverbintenis |
| Gepensioneerden die opnieuw werken | De aansluiting stopt bij het pensioen, ook bij een nieuw contract |
| Bedienden van een bouwbedrijf | Zij vallen onder PC 200 en het plan voor bouwbedienden |
Twijfelt u of uw onderneming onder PC 124 valt, bijvoorbeeld omdat u ook installeert of handel drijft, lees dan eerst onze gids paritair comité opzoeken. Een verkeerd comité of kengetal betekent dat uw arbeiders niets opbouwen.
Hoeveel bouwt een arbeider op? De toelage in het aanvullend pensioen PC 124
Elk kwartaal krijgt de arbeider een toelage op zijn individuele rekening: een percentage van zijn referteloon. Het percentage hangt af van zijn sectoranciënniteit, het aantal legitimatiekaarten dat Constructiv voor hem heeft. Elk jaar waarin hij in de bouw werkte, geeft een legitimatiekaart.
| Sectoranciënniteit | Toelage tot eind 2025 | Toelage sinds 1 januari 2026 |
|---|---|---|
| 0 tot 14 jaar | 1,10% | 1,80% |
| 15 tot 19 jaar | 1,35% | 1,80% |
| 20 tot 24 jaar | 1,65% | 1,80% |
| 25 tot 29 jaar | 2,20% | 2,20% |
| 30 jaar of meer | 2,65% | 2,65% |
De verhoging van 2026 is vooral voelbaar voor jonge en middenlange loopbanen: een arbeider met tien jaar in de bouw ging van 1,10% naar 1,80%. Tegelijk verviel de aanvullende dotatie, een overgangsregeling voor oudere arbeiders.
Het referteloon. De toelage wordt berekend op 108% maal 1,04 van het loon dat u in de DmfA aangeeft onder de bezoldigingscodes 1, 3, 4. Wat in de kwartaalaangifte als RSZ-plichtig loon stond, telt. Latere RSZ-verminderingen veranderen het referteloon niet.
Op het kapitaal komt een toegewezen rendement. Dat is het percentage dat de wet op de aanvullende pensioenen als minimum oplegt voor werkgeversbijdragen, nu 2,50%. Volgt de wet een ander percentage, dan volgt het plan automatisch.
Rekenvoorbeeld: het aanvullend pensioen van een geoefende bouwarbeider
Een voltijdse arbeider in categorie II verdient sinds 1 oktober 2026 minstens € 19,99 per uur. De volledige tabel staat op onze pagina barema PC 124. We nemen een kwartaal van 13 weken met de gemiddelde arbeidsduur van 38, dus 494 betaalde uren, zonder premies of overuren.
- RSZ-loon van het kwartaal: € 19,99 x 494 = € 9.872,59.
- Referteloon: € 9.872,59 x 108% x 1,04 = € 11.054,77.
- Toelage bij minder dan 25 jaar in de bouw: € 11.054,77 x 1,80% = € 198,99 per kwartaal.
- Over een jaar met vier zulke kwartalen: € 795,96, plus het rendement.
Dezelfde arbeider met 25 jaar sectoranciënniteit krijgt € 243,20 per kwartaal, met 30 jaar € 292,95. Verdient hij meer dan het barema, dan stijgt de toelage mee: ze volgt het werkelijke RSZ-loon. De eindejaarspremie van een bouwarbeider komt als getrouwheidszegels; hoe die werkt, leest u bij de eindejaarspremie PC 124.
Wat u als werkgever betaalt voor het aanvullend pensioen PC 124
U betaalt voor het Construo Plan geen apart percentage en krijgt er geen factuur voor. De statuten van de inrichter (cao 178049/CO/124) zeggen hoe het werkt: een deel van de forfaitaire bijdrage die u per arbeider en per kwartaal aan Constructiv verschuldigd bent, gaat naar het pensioenplan. De RSZ int die bijdrage via uw DmfA en stort ze door. Constructiv betaalt op het einde van elk kwartaal het pensioenfonds.
| Kengetal in de DmfA | Forfaitaire bijdrage per arbeider, 4e kwartaal 2026 | Arbeider jonger dan 25 bij indiensttreding |
|---|---|---|
| 024 (categorie A) | € 644 | € 444 |
| 054 en 044 (categorieën B en C) | € 633 | € 433 |
| 026 (categorie D) | € 553 | € 353 |
De bedragen staan in cao nr. 200905/CO/124 en gelden voor het vierde kwartaal van 2026. Het comité legt ze telkens voor een beperkte periode opnieuw vast. Het lagere bedrag voor een jonge arbeider geldt in het kwartaal van zijn eerste indiensttreding bij u en de 7 kwartalen daarna. De forfaitaire bijdrage financiert meer dan het pensioen: Constructiv betaalt er ook andere sectorale voordelen mee.
Twee dingen die u niet doet:
- Geen inhouding op het loon. De arbeider betaalt niets voor het Construo Plan. Er staat geen pensioenlijn op zijn loonbrief.
- Geen aparte RSZ-bijdrage van 8,86% op het sectorplan in uw DmfA. Die bijzondere bijdrage van 8,86% declareert u alleen op stortingen in een eigen plan, zoals een groepsverzekering die u bovenop het sectorplan geeft.
Weerverlet, ziekte en overlijden: het solidariteitsluik
Een bouwarbeider verliest loon als het vriest of regent, of als hij ziek wordt. Het solidariteitsluik zorgt dat zijn pensioenopbouw dan niet stilvalt. Twee soorten periodes zijn gelijkgesteld:
- Tijdelijke werkloosheid wegens weerverlet. Wat dat voor u als werkgever betekent, staat in de gids over tijdelijke werkloosheid.
- Primaire arbeidsongeschiktheid: ziekte of ongeval, na de periode van gewaarborgd loon die u zelf betaalt.
Voor die periodes stort het solidariteitsluik een toelage op een fictief loon, met hetzelfde percentage volgens sectoranciënniteit. Economische werkloosheid of andere afwezigheden tellen niet als gelijkgesteld. U doet hier niets extra: een juiste DmfA met de juiste afwezigheidscodes volstaat.
Overlijdt een aangesloten arbeider voor zijn pensioen, dan gaat het bedrag op zijn rekening naar de begunstigden. Laat hij een echtgenoot of wettelijk samenwonende partner na, dan krijgt die een overlevingsrente per kwartaal, berekend op dat bedrag. Is de rente kleiner dan € 300 per jaar, dan wordt ze als kapitaal betaald.
Uitdiensttreding: wat er gebeurt met het aanvullend pensioen PC 124
Bij een vertrek stopt de opbouw niet meteen. Een arbeider geldt pas als uitgetreden als hij 2 opeenvolgende kwartalen niet meer bij een bouwwerkgever in de DmfA staat. Gaat hij binnen die tijd naar een andere aannemer, dan loopt zijn plan gewoon door. Dat past bij de bouw, waar arbeiders vaak van werf en werkgever wisselen.
Is hij uitgetreden, dan vraagt het pensioenfonds hem dat te bevestigen. Reageert hij niet binnen 3 maanden, dan geldt hij toch als uitgetreden. Hij kiest dan wat er met zijn reserve gebeurt:
| Keuze | Wat er gebeurt |
|---|---|
| Laten staan bij Pensio B | Hij wordt passief aangeslotene, de reserve rendeert verder tot zijn pensioen |
| Overdragen naar de pensioeninstelling van een nieuwe werkgever | Kan als die werkgever een eigen plan heeft |
| Overdragen naar het plan van een andere sector | Kan als hij daar wordt aangesloten |
| Overdragen naar een instelling die de winst verdeelt | Een instelling die volgens de regels van de Koning werkt |
Een reserve van hoogstens € 150 blijft in het pensioenfonds staan, tenzij de arbeider uitdrukkelijk iets anders vraagt. Voor u telt vooral dat het einde van de arbeidsovereenkomst correct in de Dimona-aangifte en in de DmfA staat, en dat de sociale documenten kloppen. Welke dat zijn, leest u bij het C4-document en de opzegtermijn.
Uitbetaling: wanneer de bouwarbeider zijn kapitaal krijgt
Het kapitaal wordt uitbetaald wanneer de arbeider met wettelijk pensioen gaat: vervroegd vanaf 60 jaar, of op de normale pensioenleeftijd. Die is in het reglement 66 jaar, en 67 jaar vanaf 1 februari 2030. Werkt hij na die leeftijd verder bij een bouwwerkgever, dan blijft hij opbouwen tot hij stopt.
Het pensioen wordt in principe als kapitaal uitbetaald. De arbeider kan vragen om het om te zetten in een rente per kwartaal. Zijn stand ziet hij op mypension.be, waar Sigedis elk jaar de reserves bijhoudt, en in het pensioenoverzicht dat het pensioenfonds hem stuurt. Daarin staat ook de sectoranciënniteit waarmee het fonds rekent.
Aanvullend pensioen PC 124 in 2026 en 2027
In 2026 gelden de toelagen uit de cao van 19 maart 2026, met 1,80% als laagste percentage. De cao is gesloten voor onbepaalde duur. Een wijziging komt er alleen via een nieuwe cao in PC 124.
Voor 2027 heeft de RSZ een wijziging aan de forfaitaire bijdrage aangekondigd. Vanaf 1 januari 2027 komt er een verlaagde forfaitaire bijdrage voor een arbeider die nieuw is in de sector: wie in de 12 maanden voor zijn Dimona geen bouwtewerkstelling had. Ze geldt in het kwartaal van de eerste indiensttreding en de 4 kwartalen daarna, en alleen voor de kengetallen 024, 026, 044 en 054. De RSZ spreekt van een ontwerp-cao.
Fouten bij het aanvullend pensioen PC 124
- Een arbeider onder het verkeerde kengetal of comité aangeven. Zonder kengetal 024, 026, 044, 054 stelt het fonds geen aansluiting vast en bouwt de arbeider niets op.
- Een bediende in het Construo Plan verwachten. Bedienden in de bouw vallen onder het plan van PC 200, met een eigen bijdrage.
- Een pensioeninhouding op de loonbrief zetten. De arbeider betaalt niets.
- De 8,86% op het sectorplan declareren. Dat doet u alleen op een eigen plan.
- Weerverlet verkeerd coderen. Alleen correct aangegeven weerverlet geeft gelijkgestelde opbouw.
- Een vertrek te laat aangeven. Een foute datum in de Dimona en DmfA verschuift de uittreding en de keuze van de arbeider.
Wat u nu controleert
- Staan al uw arbeiders in de DmfA onder PC 124 en een bouwkengetal?
- Staan uw bedienden onder PC 200, met de sectorbijdrage voor bouwbedienden?
- Klopt de forfaitaire bijdrage per arbeider op uw kwartaalafrekening, met het lagere bedrag voor jonge nieuwkomers?
- Worden weerverlet en ziekte met de juiste codes aangegeven?
- Weet een nieuwe arbeider bij zijn indiensttreding dat hij in het Construo Plan opbouwt en waar hij het ziet?
- Hebt u een eigen groepsverzekering naast het sectorplan, wordt de 8,86% daarop dan apart aangegeven?
Wat Business Centrum hierin voor u doet
Business Centrum verwerkt de lonen van bouwbedrijven samen met Acerta, met een vast aanspreekpunt in Gent dat uw werven en uw mensen kent. Wat dat in de praktijk inhoudt, leest u op loonadministratie bouw en op onze pagina over het sociaal secretariaat voor de bouw. Hebt u een vraag over het aanvullend pensioen van uw arbeiders? Laat u terugbellen.

