Eerste hulp op het werk is verplicht vanaf uw eerste werknemer. Op basis van uw risicoanalyse zorgt u dat een slachtoffer zo snel mogelijk geholpen wordt en dat de hulpdiensten gealarmeerd worden. Daarvoor voorziet u basismateriaal en een verbanddoos, duidt u hulpverleners aan met een basisvorming van minstens 15 lesuren en een jaarlijkse bijscholing van 4 lesuren, en houdt u een register bij van elke interventie. Hoeveel u precies regelt, hangt af van de groep van uw onderneming en de risico's van uw werk. Hieronder staat wat de codex vraagt, met een planningsvoorbeeld voor een KMO met ploegen.
Wat is eerste hulp op het werk?
De regels staan in boek I, titel 5 van de codex over het welzijn op het werk, een uitwerking van de welzijnswet. Eerste hulp is de hulp die een collega geeft bij een ongeval of onwel worden, in afwachting van de gespecialiseerde hulpdiensten. De codex noemt die collega de hulpverlener: een werknemer die eerste hulp op de arbeidsplaats verleent en daarvoor de vorming en de bijscholing van de codex volgde, aangepast aan de risico's van uw activiteiten.
De kortste versie van de regel leest u in is EHBO verplicht. Deze gids gaat verder: wat u per groep regelt, hoe de opleiding loopt en hoe u het plant.
Wat elke werkgever moet regelen
Uw verplichtingen volgen uit de aard van uw activiteiten en de risicoanalyse. U neemt de nodige maatregelen om:
- slachtoffers van een ongeval of onwel geworden werknemers zo snel mogelijk eerste hulp te geven en zo nodig de medische noodhulp of een ziekenhuis te alarmeren;
- de werknemer, als er geen tegenindicatie is, te laten vervoeren naar het verzorgingslokaal, naar huis of naar een geschikte zorginstelling;
- vooraf contact te leggen met de hulpdiensten en zorginstellingen waarop u een beroep kunt doen.
Die maatregelen gelden ook voor aannemers, onderaannemers en andere personen op uw arbeidsplaats. Met de medewerking van uw interne of externe dienst en na advies van het Comité legt u vast: de procedures van eerste hulp in uw intern noodplan, de middelen, het aantal werknemers voor de eerste hulp met hun kwalificaties, en de specifieke risico's waarvoor de basisvorming niet volstaat. U evalueert die maatregelen na incidenten en ongevallen en past ze aan.
Uw interne preventieadviseur volgt dat op. Het intern noodplan en de evaluatie passen in het jaaractieplan van uw globaal preventieplan.
Eerste hulp op het werk per groep van uw onderneming
De codex deelt ondernemingen in vier groepen in, volgens het aantal werknemers en de sector. Die indeling bepaalt ook de eerste hulp.
| Groep | Wie | Verzorgingslokaal | Wie geeft eerste hulp |
|---|---|---|---|
| A | Meer dan 1.000 werknemers, in bepaalde risicosectoren minder | Verplicht, tenzij de risicoanalyse aantoont dat het niet nodig is | Voldoende verpleegkundigen, hulpverleners of aangeduide personen, de hele arbeidsduur |
| B | 200 tot 1.000 werknemers; in bouw, vervoer en opslag, zorg en andere sectoren al vanaf 50 | Idem | Idem |
| C | Minder dan 200 werknemers, buiten A en B | Idem | Idem |
| D | Minder dan 20 werknemers, de werkgever is zelf preventieadviseur | Niet verplicht door de codex | De werkgever zelf of een of meer opgeleide werknemers die hij aanduidt |
In welke groep u valt, leest u uitgebreid in de gids over de interne preventieadviseur. Een bouwbedrijf met 50 werknemers zit al in groep B, zie ook onze pagina over de bouw.
Het verzorgingslokaal ligt op of vlak bij de arbeidsplaats, is ruim genoeg, heeft warm en koud stromend water, is verlucht, verlicht en verwarmd, en is bereikbaar met een draagberrie. Een bord duidt het aan. Op advies van de arbeidsarts kan het ook dienen als rustruimte voor zwangere werkneemsters en werkneemsters die borstvoeding geven, zie moederschapsbescherming.
De verbanddoos en het materiaal
De elementaire middelen zijn het basismateriaal, een verbanddoos en, waar nodig, een verzorgingslokaal. De codex geeft geen vaste inhoud. Op advies van de arbeidsarts en het Comité bepaalt u welk materiaal er nodig is en waar, stelt u de inhoud van de verbanddoos vast en beslist u of er aanvullingen nodig zijn voor uw specifieke risico's, zoals brandwonden in een keuken of oogletsels in een werkplaats. U kijkt regelmatig na of alles er effectief is. De inspectie kan aanvullingen of een andere organisatie opleggen.
Een AED noemt de codex niet als verplicht materiaal. Of u er een plaatst, volgt uit de risicoanalyse en het advies van de arbeidsarts. De basisvorming leert wel reanimatie volgens de richtlijnen van de Europese Reanimatieraad, met de AED waar die er is.
Eerste hulp werkgever: de opleiding en bijscholing van hulpverleners
Een werknemer geldt als hulpverlener als hij met vrucht een vorming en een jaarlijkse bijscholing volgde bij een instelling op de lijst van de FOD Werkgelegenheid. De codex legt het minimum vast:
| Onderdeel | Minimum | Inhoud |
|---|---|---|
| Doelstelling 1 | 3 lesuren | Basisprincipes: de rol van de hulpverlener, hygiëne, alarmeren, evacueren |
| Doelstelling 2 | 6 lesuren | Vitale functies: bewusteloosheid, ademnood, pijn in de borst, reanimatie |
| Doelstelling 3 | 6 lesuren | Andere letsels: bloedingen, wonden, breuken, hoofdletsel, brandwonden, oogletsels |
| Basisvorming samen | 15 lesuren, pauzes niet inbegrepen | Getuigschrift na een competentie-evaluatie, hoogstens 15 cursisten per lesgever |
| Bijscholing | 4 lesuren per jaar | Kennis onderhouden en nieuwe praktijken |
Twee uitzonderingen. De bijscholing mag om de 2 jaar als u met een voorafgaande risicoanalyse en na advies van de arbeidsarts en het Comité aantoont dat dat geen afbreuk doet aan de kennis van uw hulpverleners. En mist een hulpverlener een bijscholing, dan moet hij binnen 12 maanden een andere sessie volgen. Lukt dat niet, dan telt hij niet langer als hulpverlener.
Voor risico's die eigen zijn aan uw activiteit, zoals chemische stoffen, komt er een specifieke vorming bovenop. De opleiding gebeurt zonder kosten voor de werknemer, zoals alle vorming over welzijn.
Rekenvoorbeeld: hoeveel hulpverleners heeft een KMO met ploegen nodig?
De codex geeft geen getal, alleen het resultaat: eerste hulp moet mogelijk zijn zolang er gewerkt wordt. Een planningsvoorbeeld.
Een groothandel met 18 werknemers werkt in twee ploegen, van 6 tot 14 uur en van 14 tot 22 uur, met elk 8 mensen in het magazijn en 2 op kantoor overdag. De zaakvoerder is zelf preventieadviseur, dus groep D.
| Vraag | Antwoord |
|---|---|
| Hoeveel ploegen tegelijk aan het werk? | Twee na elkaar, nooit samen |
| Minimum per ploeg | Eén hulpverlener aanwezig |
| Rekening houden met verlof, ziekte en opleiding | Een tweede per ploeg als reserve |
| Aantal op te leiden | 2 ploegen x 2 = 4 hulpverleners |
| Opleidingstijd het eerste jaar | 4 x 15 lesuren = 60 lesuren |
| Opleidingstijd de jaren daarna | 4 x 4 lesuren = 16 lesuren per jaar |
Leg de keuze vast in de risicoanalyse en het noodplan, met de namen per ploeg. Een zaterdagploeg of een seizoenspiek met jobstudenten verandert de rekensom. Stem het af met uw externe dienst, zie externe dienst preventie.
Eerstehulpregister: wat de hulpverlener noteert
U houdt een register bij. Bij elke interventie noteert de hulpverlener 5 gegevens:
- zijn naam;
- de naam van het slachtoffer;
- de plaats, de datum, het uur, de beschrijving en de omstandigheden van het ongeval of het onwel worden;
- de aard, de datum en het uur van de interventie;
- de identiteit van eventuele getuigen.
Het register is meer dan administratie. Het toont waar het vaak misloopt, en het helpt bij de aangifte als een kleine snijwonde toch een arbeidsongeval blijkt. Een arbeidsongeval meldt u binnen 8 dagen aan uw verzekeraar, zie arbeidsongeval melden en is een arbeidsongevallenverzekering verplicht.
Wat er in het arbeidsreglement over eerste hulp staat
Het arbeidsreglement vermeldt waar de verbanddoos staat en waar de hulpverlener te vinden is. Verandert dat, dan werkt u het reglement bij. Hoe dat gaat, staat in arbeidsreglement opstellen. Hang de namen ook uit bij de verbanddoos: in een noodgeval leest niemand het reglement.
Wat riskeert u?
Een inbreuk op de welzijnswet of de codex is in het Sociaal Strafwetboek een sanctie van niveau 3: een administratieve geldboete van € 1.000 tot € 10.000, zwaarder bij gezondheidsschade of een arbeidsongeval. Wat er dit jaar aan de boetes verandert, leest u in Sociaal Strafwetboek 2026.
Fouten die we vaak zien
- Een hulpverlener die al jaren geen bijscholing volgde. Na 12 maanden telt hij niet meer mee.
- Eén hulpverlener voor twee ploegen. Dan is er de helft van de tijd niemand.
- Een verbanddoos die niemand nakijkt. Lege doosjes en vervallen producten tellen niet als materiaal.
- Geen register. Zonder register kunt u een ongeval achteraf moeilijk reconstrueren.
- Een verouderd arbeidsreglement. Staan de verbanddoos of de hulpverlener ergens anders dan het reglement zegt, dan zoekt men in een noodgeval op de verkeerde plek.
- Geen afspraken voor aannemers. De eerste hulp moet ook voor hen werken op uw terrein.
Wat Business Centrum hierin voor u doet
Business Centrum geeft geen EHBO-opleidingen en maakt geen risicoanalyse: dat doen erkende opleiders en uw externe dienst. Wij regelen wat er administratief aan vastzit: de gegevens over eerste hulp in het arbeidsreglement dat we voor u opstellen, en de verwerking van afwezigheden na een arbeidsongeval, samen met Acerta. Start u met personeel, dan zetten we de eerste stappen met u op een rij, zie werkgever worden en onze pagina voor kleine KMO's. Twijfelt u of uw eerste hulp in orde is, laat het nakijken.

