De welzijnswet van 4 augustus 1996 verplicht elke werkgever, vanaf de eerste werknemer, om de risico's op het werk te voorkomen in 7 domeinen: veiligheid, gezondheid, psychosociale aspecten, ergonomie, arbeidshygiëne, de verfraaiing van de werkplek en milieu. Concreet maakt u een risicoanalyse, stelt u een preventieplan op, richt u een interne dienst met een preventieadviseur op, sluit u aan bij een externe dienst, organiseert u eerste hulp en onthaalt u nieuwe werknemers. Hoeveel daarvan u zelf doet, hangt af van uw grootte: onder 20 werknemers mag u zelf preventieadviseur zijn, vanaf 50 komt er een Comité. Hieronder staan de verplichtingen op een rij, met wat ze voor een KMO betekenen.
Wat is de welzijnswet?
De wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk is de basis. De codex over het welzijn op het werk werkt de regels uit in boeken en titels: algemene beginselen, de organisatie van de preventie, de werkplek, risico's per soort, bijzondere groepen. Samen noemen we dat de welzijnswetgeving.
De wet gaat uit van een eenvoudig idee: de werkgever is verantwoordelijk voor het welzijn van zijn werknemers en moet risico's voorkomen in plaats van schade te herstellen. Daarvoor past hij 10 algemene preventiebeginselen toe (artikel 5): risico's voorkomen, evalueren wat niet te voorkomen is, bij de bron aanpakken, gevaarlijk door minder gevaarlijk vervangen, collectieve bescherming voor individuele, het werk aanpassen aan de mens, en de werknemers voorlichten. De maatregelen mogen nooit financiële lasten voor de werknemers meebrengen.
De welzijnswet staat los van de arbeidsovereenkomst en van de loonverwerking, maar raakt ze op veel punten: het arbeidsreglement, de afwezigheden na een arbeidsongeval, het gezondheidstoezicht bij aanwerving.
De zeven domeinen van welzijn op het werk
| Domein (artikel 4) | Wat het betekent | Wat u concreet doet |
|---|---|---|
| 1. Arbeidsveiligheid | Ongevallen voorkomen | Veilige machines en installaties, instructies, beschermingsmiddelen |
| 2. Gezondheid | Beroepsziekten en gezondheidsschade voorkomen | Gezondheidstoezicht via de arbeidsarts waar de risicoanalyse het vraagt |
| 3. Psychosociale aspecten | Stress, burn-out, pesten, geweld | Risicoanalyse, preventieadviseur psychosociale aspecten, procedures in het reglement |
| 4. Ergonomie | Het werk aanpassen aan de mens | Werkposten, beeldschermwerk, tillen |
| 5. Arbeidshygiëne | Blootstelling aan stoffen, lawaai, trillingen | Metingen, ventilatie, vervanging van gevaarlijke stoffen |
| 6. Verfraaiing van de werkplek | Een behoorlijke werkomgeving | Sanitair, refter, kleedruimte, orde |
| 7. Leefmilieu | Milieumaatregelen voor zover ze de andere domeinen raken | Opslag en afval zo regelen dat ze geen risico voor werknemers vormen |
Welzijnswet werkgever: de kern is de risicoanalyse
Alles vertrekt van de risicoanalyse. De codex beschrijft een dynamisch risicobeheersingssysteem: u identificeert de gevaren, bepaalt en evalueert de risico's, en neemt maatregelen op drie niveaus: de hele organisatie, elke groep van werkposten of functies, en het individu. De maatregelen volgen een vaste volgorde: eerst risico's voorkomen, dan schade voorkomen, dan schade beperken.
In een KMO maakt u de analyse niet alleen. Uw interne preventieadviseur en vooral de externe dienst doen het meeste werk. De resultaten komen in het globaal preventieplan, dat u voor 5 jaar opstelt, en in een jaaractieplan per jaar. Hoe u die plannen opstelt, met een voorbeeld, staat in onze gids over het globaal preventieplan.
De psychosociale risicoanalyse is een verplicht deel. Wat ze inhoudt en welke procedures u moet voorzien, leest u in psychosociale risico's op het werk.
Verplichtingen volgens de grootte van uw onderneming
| Aantal werknemers | Preventieadviseur | Psychosociale aspecten | Overleg |
|---|---|---|---|
| Vanaf 1 | Interne dienst verplicht; onder 20 mag u zelf preventieadviseur zijn | Preventieadviseur van de externe dienst | Rechtstreekse participatie van de werknemers als er geen Comité en geen vakbondsafvaardiging is |
| Vanaf 20 | Een werknemer als interne preventieadviseur | Preventieadviseur van de externe dienst | Vakbondsafvaardiging neemt de taken van het Comité op, als die er is |
| Vanaf 50 | Opleidingsniveau volgens uw groep | Intern of extern | Comité voor preventie en bescherming op het werk vanaf 50 werknemers, vertrouwenspersoon uit het eigen personeel vanaf 50 |
Een externe dienst voor preventie is voor bijna elke werkgever verplicht, ook met een werknemer, omdat het gezondheidstoezicht een medisch departement vraagt dat een KMO niet heeft. Wat die dienst kost en doet, leest u in externe dienst preventie. Welke opleiding uw interne preventieadviseur nodig heeft en wanneer u het zelf mag zijn, staat in interne preventieadviseur en in is een preventieadviseur verplicht.
De andere verplichtingen uit de codex
Eerste hulp. U organiseert eerste hulp op basis van de risicoanalyse: een verbanddoos, aangeduide hulpverleners met een basisvorming van minstens 15 lesuren, en een register van elke interventie. De details staan in is EHBO verplicht.
Onthaal van nieuwe werknemers. U neemt maatregelen voor het onthaal van elke nieuwe werknemer en duidt een ervaren werknemer aan die hem begeleidt. Wie het onthaal organiseert, tekent een document dat de nodige inlichtingen en instructies over welzijn gegeven zijn. Combineer dat met de rest van de start: Dimona, contract en reglement.
Informatie en vorming. Elke werknemer krijgt voldoende en aangepaste vorming over welzijn, tijdens de werktijd en zonder kosten voor hem.
Noodplan. Waar de risicoanalyse het vraagt, stelt u een intern noodplan op met procedures voor alarm, evacuatie en brandbestrijding.
Arbeidsongevallen. U meldt een arbeidsongeval binnen 8 dagen bij uw verzekeraar en onderzoekt het om herhaling te voorkomen. Hoe dat loopt, staat in arbeidsongeval melden.
Bijzondere groepen. Voor zwangere werkneemsters, jongeren, stagiairs en uitzendkrachten gelden eigen regels. Voor zwangerschap leest u moederschapsbescherming. Voor thuiswerkers geldt de welzijnswet ook: zie structureel telewerk.
Arbeidsreglement. Het reglement vermeldt waar de verbandkist staat, wie eerste hulp geeft, de coördinaten van de preventieadviseur psychosociale aspecten en de procedures bij geweld of pesten. Zie arbeidsreglement opstellen.
Overleg: Comité, vakbondsafvaardiging of de werknemers zelf
Met gemiddeld minstens 50 werknemers richt u een Comité voor preventie en bescherming op het werk op, via de sociale verkiezingen. Het Comité geeft advies over het preventieplan, het jaaractieplan en de keuze van de preventieadviseurs. Zonder Comité neemt de vakbondsafvaardiging die taken op. Is er geen van beide, dan nemen de werknemers rechtstreeks deel aan het overleg over welzijn. Wanneer de volgende verkiezingen zijn, leest u in sociale verkiezingen 2028.
Checklist: bent u in orde met de welzijnswet?
| Vraag | Ja | Nee: wat u doet |
|---|---|---|
| Bent u aangesloten bij een externe dienst voor preventie? | Kies een dienst en sluit aan voor de eerste werknemer begint | |
| Is er een interne preventieadviseur, of bent u het zelf onder 20 werknemers? | Duid iemand aan en laat de vereiste opleiding volgen | |
| Is er een schriftelijke risicoanalyse, ook psychosociaal? | Vraag ze aan uw externe dienst | |
| Is er een globaal preventieplan van hoogstens 5 jaar oud en een jaaractieplan voor dit jaar? | Stel ze op met uw preventieadviseur | |
| Zijn er opgeleide hulpverleners en een verbanddoos? | Duid ze aan en laat ze de basisvorming volgen | |
| Staan de welzijnsgegevens in het arbeidsreglement? | Pas het reglement aan | |
| Worden nieuwe werknemers onthaald met een getekend document? | Maak een onthaalprocedure | |
| Is er een arbeidsongevallenverzekering? | Sluit ze af: zie is een arbeidsongevallenverzekering verplicht |
Wat u als werkgever doet: stappenplan
- Sluit aan bij een externe dienst voor preventie voor de eerste werknemer begint.
- Richt de interne dienst op. Duid een preventieadviseur aan, of neem de rol zelf op onder 20 werknemers.
- Laat de risicoanalyse maken, voor alle domeinen, ook de psychosociale.
- Stel het globaal preventieplan en het jaaractieplan op en leg ze voor aan het Comité of de werknemers.
- Organiseer eerste hulp, onthaal en vorming.
- Werk het arbeidsreglement bij met de verplichte welzijnsgegevens.
- Evalueer elk jaar. Ongevallen, incidenten en het jaarverslag van de interne dienst sturen het volgende jaaractieplan.
Wat riskeert u?
Een inbreuk op de welzijnswet of de codex is in het Sociaal Strafwetboek in de regel een sanctie van niveau 3: een administratieve geldboete van € 1.000 tot € 10.000. Volgt er gezondheidsschade of een arbeidsongeval uit, dan wordt het zwaarder. De inspectie Toezicht op het Welzijn op het Werk kan ook een termijn opleggen of een werk stilleggen. Wat sinds dit jaar verandert aan de boetes, staat in Sociaal Strafwetboek 2026, en wat de inspectie bij een bezoek nakijkt in inspectie sociale wetten.
Fouten die we vaak zien
- Denken dat de welzijnswet pas vanaf een bepaalde grootte geldt. Ze geldt vanaf de eerste werknemer.
- Een preventieplan dat ouder is dan 5 jaar. Of er is er helemaal geen.
- Psychosociale risico's vergeten in de risicoanalyse.
- Geen onthaalprocedure en geen getekend document.
- De kosten van beschermingsmiddelen of vorming bij de werknemer leggen. Dat mag niet.
- Een externe dienst kiezen en dan niets meer doen. De verantwoordelijkheid blijft bij u.
Wat Business Centrum hierin voor u doet
Business Centrum is geen preventiedienst en maakt geen risicoanalyse of preventieplan: dat doen uw preventieadviseur en uw externe dienst. Wij zorgen voor wat er administratief aan vastzit: de correcte Dimona waarop uw externe dienst factureert, de welzijnsgegevens in het arbeidsreglement dat we voor u opstellen, en de verwerking van afwezigheden na een arbeidsongeval, samen met Acerta. Start u met personeel, dan zetten we de eerste stappen met u op een rij, zie werkgever worden. Twijfelt u of u in orde bent, laat het nakijken voor de inspectie langskomt.

