Waarom vakantiegeld verplicht is
De vakantiewetten en hun uitvoeringsbesluit regelen het vakantiegeld. Een bediende krijgt van zijn werkgever zijn gewone loon tijdens de vakantie, plus een dubbel vakantiegeld van 92% van het brutomaandloon na een volledig jaar (artikel 38 van het besluit). Een arbeider krijgt van de RJV of zijn vakantiefonds 15,38% van zijn brutoloon van het vorige jaar, gerekend op 108% van dat loon.
Uitzonderingen
Voor flexi-jobs volgt het vakantiegeld een eigen regeling, het flexivakantiegeld. Wie een andere wettelijke vakantieregeling heeft, zoals een statutaire ambtenaar, valt niet onder deze wetten.
Wat riskeert u?
Verschuldigd vakantiegeld niet, niet volledig of niet op tijd betalen is een inbreuk van niveau 3 op artikel 162 van het Sociaal Strafwetboek: een administratieve boete van € 1.000 tot € 10.000, per betrokken werknemer. De vakantie zelf niet toestaan is een aparte inbreuk (artikel 145).
Wat u doet
Betaal een bediende het dubbel vakantiegeld bij zijn hoofdvakantie en het vertrekvakantiegeld als hij uit dienst gaat. Voor arbeiders geeft u de lonen correct aan in de DmfA; de RJV of het vakantiefonds berekent en betaalt het vakantiegeld.
Wilt u het vakantiegeld van uw bedienden laten narekenen?
Lees ook
Bronnen
Elk bedrag en elke termijn op deze pagina is getoetst aan deze officiële bronnen, laatst geraadpleegd op .
- FOD WASO, Bedragen van de administratieve geldboeten
- Justel, KB van 30 maart 1967 (jaarlijkse vakantie), art. 14 en 38
- Justel, Sociaal Strafwetboek (wet van 6 juni 2010)
- Justel, wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, gecoordineerd op 28 juni 1971
- RJV, Berekening vakantiegeld
- RJV, Het vakantiegeld voor de bedienden
- RJV, Vakantiegeld
