Paritair comité 111 geldt voor de arbeiders in de metaal-, machine- en elektrische bouw. Op 1 juli 2026 stegen de lonen met 2,81%. Het nationale minimum is nu € 17,12 bruto per uur. In Oost-Vlaanderen betaalt u per klasse meer, tot € 20,74 in klasse 11.
Wie valt onder paritair comité 111?
PC 111 is bevoegd voor ondernemingen die elementen in metaal, kunststof of samengestelde materialen fabriceren, bewerken of ineenzetten, wanneer dat technieken vraagt die eigen zijn aan de metaal-, machine- en elektrische bouw. Ook de studiebureaus van die bedrijven horen erbij. Denk aan constructiewerkplaatsen, machinebouwers, plaatbewerkers, lasateliers, ketelmakers, onderhoud en herstelling van machines en galvanisatie.
Het comité geldt alleen voor arbeiders. De bedienden van hetzelfde bedrijf vallen onder PC 209. Een machinebouwer met twintig man in het atelier en vijf op kantoor werkt dus met twee comités en twee loonsystemen: uurlonen voor de arbeiders, maandlonen voor de bedienden.
In de loonpraktijk spreekt men van drie deelsectoren. Het zijn geen officiële subcomités, maar ze bepalen wel welk barema u toepast:
| Deelsector | Wat | Barema |
|---|---|---|
| 111.01 | industriële metaalverwerking | nationaal minimum, met een eigen klassebarema in Oost- en West-Vlaanderen |
| 111.02 | ambachtelijke metaalverwerking | idem |
| 111.03 | montage van bruggen en metalen gebinten | eigen schaal in tien klassen |
Voor het provinciale barema telt de provincie van de exploitatiezetel, niet de woonplaats van de arbeider of de plaats van de werf.
Waar de grens met andere comités ligt. Drie grensgevallen komen bij onze klanten in Oost-Vlaanderen vaak terug:
- Metalen schrijnwerk. Wie metalen ramen, poorten of trappen maakt en plaatst, valt onder PC 111. Plaatst u met eigen personeel meer dan de helft van uw jaarproductie en vraagt dat plaatsen meer dan 35% van alle gewerkte arbeidsuren, dan valt u erbuiten en hoort u doorgaans bij het bouwcomité. Lees dan onze gids over paritair comité 124 voor de bouw.
- Elektrische installaties. Een installateur die het materiaal dat hij plaatst zelf geheel of gedeeltelijk industrieel vervaardigt, valt onder PC 111. Een zuivere installateur valt onder paritair subcomité 149.01 voor elektriciens.
- Garages en metaalhandel. Herstelling van voertuigen die onder het garagebedrijf vallen, hoort bij PC 112. Een bedrijf dat hoofdzakelijk metaal verhandelt, valt niet onder PC 111.
Welk loonbarema geldt in 2026 in paritair comité 111?
De barema's zijn uurlonen voor een arbeidsduur van 38 uur per week. Het nationale gewaarborgde minimum is € 17,12. Brabant, Antwerpen, Limburg, Namen en Henegouwen volgen dat minimum. Luik-Luxemburg heeft eigen uurlonen per wekelijkse arbeidsduur. Oost- en West-Vlaanderen hebben een klassebarema volgens de MSC-classificatie.
Oost-Vlaanderen, sinds 1 juli 2026:
| Klasse | Minimumuurloon | Klasse | Minimumuurloon |
|---|---|---|---|
| 1 | € 17,12 | 7 | € 18,73 |
| 2 | € 17,12 | 8 | € 19,31 |
| 3 | € 17,29 | 9 | € 19,74 |
| 4 | € 17,58 | 10 | € 20,24 |
| 5 | € 17,87 | 11 | € 20,74 |
| 6 | € 18,30 |
Het barema van Oost-Vlaanderen geldt niet voor Volvo Cars en Volvo Group Belgium, die eigen afspraken hebben. Industriële leerlingen krijgen een eigen uurloon: € 11,13 op 16 jaar, € 13,19 op 17 jaar en € 15,41 op 18 jaar.
Omgerekend naar een maand verdient een voltijdse arbeider in klasse 11 minstens 20,7418 x 38 x 13 / 3 = 3.415,48 euro bruto. Het barema is een minimum. Betaalt u meer, dan stijgt dat hogere loon bij elke sectorindex mee.
Montage van bruggen en metalen gebinten. Deze deelsector werkt met 37 uur per week en met twee lonen per klasse. Het basisloon geldt in het atelier en voor verplaatsingen, het effectieve loon op de werf. Dat effectieve loon ligt ongeveer 18% hoger, als gevarenpremie. De schaal loopt van € 16,66 basis en € 19,66 effectief voor een werkman in opleiding tot € 26,45 effectief voor een meestergast.
Hoe werkt de klassenindeling in Oost-Vlaanderen?
De klassen volgen de MSC-methode. De sectorcao geeft een korte omschrijving per klasse, maar zegt er uitdrukkelijk bij dat die omschrijving indicatief is. Een functie indelen blijft werk voor wie de methode kent.
Wat de klassen in de praktijk scheidt:
- Klasse 1 tot 3: vaste, herhaalde taken onder toezicht, zonder of met een korte opleiding. Elke fout is meteen zichtbaar.
- Klasse 4 tot 7: wisselende taken binnen een domein, vanaf klasse 6 met een lager secundaire technische opleiding. In klasse 7 werkt de arbeider zonder begeleiding.
- Klasse 8 tot 11: hoger secundaire technische opleiding, zelf machines instellen en bijregelen op basis van tekeningen. In klasse 10 en 11 komen onvoorziene taken en mondelinge instructies erbij.
Een lasser die zelf zijn machine instelt volgens werktekening, zit niet in klasse 5. Het verschil tussen klasse 5 en klasse 9 is € 17,87 tegenover € 19,74 per uur, of ongeveer 307 euro bruto per maand. Een arbeider die zich te laag ingedeeld voelt, kan dat verschil met terugwerkende kracht vorderen, binnen de wettelijke verjaringstermijnen.
Welke index geldt in 2026 in paritair comité 111?
De lonen in PC 111 stijgen elk jaar op 1 juli. De sector indexeert de minimumlonen en de werkelijk betaalde lonen, ook als die boven het barema liggen.
| Indexering op 1 juli | Percentage |
|---|---|
| 2026 | 2,81% |
| 2025 | 2,72% |
| 2024 | 3,34% |
| 2023 | 6,05% |
Op 1 januari 2026 steeg het nationale minimumuurloon ook met € 0,26. De provinciale minima gingen alleen omhoog waar ze anders onder dat nationale minimum zouden vallen. Een algemene loonsverhoging bovenop de index is er niet: de loonnorm voor 2025 en 2026 staat op 0%, en de onderhandelingen over een nieuw sectorakkoord voor die periode leverden niets op.
Rekenvoorbeeld. Een plaatbewerker in klasse 6 verdiende in juni 2026 17,80 euro per uur. Op 1 juli wordt dat 17,80 x 1,0281 = 18,30 euro, het nieuwe barema van € 18,30. Voor een voltijdse maand is dat ongeveer 82 euro bruto meer.
De centenindex bijt in PC 111 al in 2026. Sinds 1 juni 2026 wordt de index beperkt voor een referteloon boven € 4.000 per maand. Voor een uurloon rekent u dat referteloon zo uit: uurloon x 38 x 13 / 3, of uurloon x 164,67. De grens ligt dus bij € 24,29 per uur. Omdat PC 111 in juli indexeert, is de index van 2026 de eerste in de sector waarop de beperking geldt.
Neem een meestergast met 26,00 euro per uur in juni 2026. Zijn referteloon is 26,00 x 38 x 13 / 3 = 4.281,33 euro. Volledig geïndexeerd zou dat 4.401,64 euro worden. Met de centenindex krijgt hij 2% op 4.000 euro, of 80,00 euro, plus 0,81% op 4.281,33 euro, of 34,68 euro. Zijn nieuwe referteloon is 4.396,01 euro, wat neerkomt op 26,6964 euro per uur in plaats van 26,7306 euro. Over wat u bespaart, betaalt u een bijzondere loonmatigingsbijdrage aan de RSZ. De volledige regeling staat in ons stuk over de centenindex en de kalender per sector in indexering lonen 2026.
De eindejaarspremie in paritair comité 111 in Oost-Vlaanderen
De eindejaarspremie in PC 111 is per provincie geregeld. In Oost-Vlaanderen geldt de provinciale cao van 2017, met enkele grote bedrijven als uitzondering.
Wie heeft recht? De arbeider moet minstens 60 werkdagen effectief gewerkt hebben in de referteperiode, die loopt van 1 december tot 30 november. Werkt hij geen vijfdagenweek, dan wordt die drempel naar verhouding herrekend. Dagen arbeidsduurvermindering en inhaalrust voor overuren tellen als gewerkt.
Hoeveel? De premie is een aantal uren: wekelijkse arbeidsduur x 52 / 12. Bij 38 uur per week zijn dat 164,67 uren. U vermenigvuldigt die uren met het individuele basisuurloon van 30 november, plus de eventuele productiepremie. U betaalt de premie uiterlijk de laatste werkdag voor Kerstmis.
Rekenvoorbeeld. Een arbeider in klasse 6 met het minimumbarema, voltijds in een 38-urenweek, het hele jaar gewerkt: (38 x 52 / 12) x 18,3003 = 3.013,45 euro bruto. Dat is precies een maandloon.
Wat telt mee, wat niet:
- Arbeidsongeval en beroepsziekte: gelijkgesteld tot 365 kalenderdagen per ongeval.
- Ziekte: de eerste twee periodes met gewaarborgd loon, samen hoogstens 6 maanden.
- Vakantie, feestdagen, klein verlet, tijdelijke werkloosheid (behalve door staking), zwangerschapsrust: volledig gelijkgesteld.
- Ongewettigde afwezigheid: 8 uur aftrek per dag in een 40-urenweek, naar verhouding in andere regimes.
Bij vertrek krijgt de arbeider die de drempel van gewerkte dagen haalt een twaalfde per gewerkte maand, ook als hij zelf ontslag neemt, bij een contract van bepaalde duur, bij pensioen en bij medische overmacht. Alleen ontslag om dringende reden doet het recht vervallen. Wie in de eerste helft van een maand start of in de tweede helft vertrekt, krijgt die maand volledig.
Sinds 2023 mag u tot 50% van de premie omzetten in vrije dagen of een fietslease. Dat vraagt een ondernemingscao en het individuele akkoord van de arbeider, en de omzetting moet kostenneutraal zijn. Een volledige vergelijking per sector vindt u in eindejaarspremie berekenen.
Ecocheques, ploegenpremie en extra verlof in PC 111
Ecocheques. Een voltijdse arbeider krijgt € 250 per jaar aan ecocheques, in 2025 en in 2026. Alleen ondernemingen die onder de vroegere sectorcao's al voor een ander gelijkwaardig voordeel kozen, mogen dat behouden. Een nationale afschaffing is er niet, zie ecocheques in 2026.
Ploegenpremie in Oost-Vlaanderen. Werkt u in opeenvolgende ploegen, dan is de toeslag minstens 10% voor de dagploegen en 20% voor de nachtploeg. Betaalde rustpauzes tellen mee in dat percentage. Een verschoven uurrooster geeft op zich geen recht op de toeslag.
Land van Waas. Bedrijven uit de industriële metaalverwerking in Beveren, Kruibeke, Lokeren, Sint-Gillis-Waas, Sint-Niklaas, Stekene en Temse geven hun arbeiders 5 extra verlofdagen per jaar, met uitzondering van enkele scheepswerven.
Woon-werkverkeer en mobiliteitsvergoeding in PC 111
De sectorcao van november 2023 regelt het woon-werkverkeer naar de vaste werkplaats:
| Vervoer | Wat u betaalt |
|---|---|
| Trein, tram, bus | de nationale tussenkomst plus 12,50% |
| Fiets, ook elektrisch | € 0,27 per km, maximaal € 10,80 per dag |
| Wagen of ander vervoer | € 0,08 per km heen en terug, minstens € 1,69 per dag, hoogstens € 9,20 per dag |
Mobiliteitsvergoeding naar de werf. Arbeiders die van thuis of van de ophaalplaats naar een werf rijden, krijgen € 0,16 per kilometer, met elk vervoermiddel, ook in een bestelwagen van het bedrijf. Een monteur die 30 kilometer van de werf woont, rijdt 60 kilometer heen en terug: 60 x 0,1579 = 9,47 euro per dag, of 189,48 euro voor twintig werfdagen. Een bestaande, gunstigere regeling in uw bedrijf blijft gelden.
Sectorfondsen: FBZ Metaal en sectorpensioen
Bovenop de RSZ betaalt u bijdragen aan het Fonds voor Bestaanszekerheid van de Metaalverwerkende Nijverheid (FBZ) en aan Pensioenfonds Metaal.
| Bijdrage, Oost-Vlaanderen | Percentage |
|---|---|
| FBZ, opleidingsfonds Mtech+ en andere fondsen | 2,39% |
| Sectorpensioen, inclusief RSZ en solidariteit | 2,59% |
| Totaal | 4,98% |
Het sectorpensioen zelf is 2,29% van het brutoloon in Vlaanderen, plus 0,10% voor het solidariteitsluik. Vrijgesteld zijn alleen ondernemingen met een eigen pensioenplan uit een ondernemingsakkoord van uiterlijk 31 december 1999, goedgekeurd door het FBZ.
Het fonds betaalt uw arbeiders ook iets terug. Bij tijdelijke werkloosheid krijgt een voltijdse arbeider € 14,15 per dag, plus een verhoogde tussenkomst van € 5,41 per dag. Er zijn ook aanvullende vergoedingen bij ziekte, volledige werkloosheid en tijdskrediet.
Opzeg en flexi-jobs in paritair comité 111
PC 111 heeft geen eigen opzegtermijnen meer. Sinds het eenheidsstatuut gelden voor arbeiders de wettelijke termijnen. Alleen voor anciënniteit van voor 2014 kan een oude sectorale regeling meetellen. Voor contracten die starten vanaf 1 augustus 2026 is de opzeg in de eerste zes maanden 1 week, na een jaar 8 weken. Voor contracten vanaf 1 juni 2026 geldt een plafond van 52 weken. De volledige tabel staat in opzegtermijn werkgever.
Sinds 1 juli 2026 mogen flexi-jobs in principe in de hele privésector, en PC 111 staat niet bij de uitgesloten comités. Het flexiloon is minstens het barema van de functie en hoogstens 150% ervan. Daarbovenop komt 7,67% flexivakantiegeld, en u betaalt een bijzondere bijdrage van 28%. Wie de flexi-jobber mag zijn, leest u in flexi-jobs in alle sectoren.
Rekenvoorbeeld: wat kost een lasser in klasse 6 in Oost-Vlaanderen?
Een voltijdse lasser, klasse 6, aan het minimumbarema van € 18,30 per uur, in een bedrijf in Oost-Vlaanderen dat bij het sectorpensioen is aangesloten. Gemiddelde maandkost in de tweede helft van 2026:
| Post | Berekening | Bedrag |
|---|---|---|
| Brutoloon | 18,3003 x 38 x 13 / 3 | 3.013,45 euro |
| RSZ werkgever | 25% op 108% (3.254,53) | 813,63 euro |
| Vakantiebijdrage | 15,84% op 3.254,53 | 515,52 euro |
| Sectorfondsen | 4,98% op 3.013,45 | 150,16 euro |
| Eindejaarspremie | 3.013,45 / 12 | 251,12 euro |
| RSZ op de eindejaarspremie | 25% op 251,12 | 62,78 euro |
| Ecocheques | 250 / 12 | 20,83 euro |
| Totaal per maand | 4.827,49 euro |
Voor een brutoloon van ruim 3.000 euro rekent u dus op bijna 4.830 euro per maand. De structurele vermindering, de verzekering arbeidsongevallen, de externe preventiedienst en het woon-werkverkeer zitten er niet in. Werkt de lasser op werven, tel dan de mobiliteitsvergoeding erbij.
Fouten die we in PC 111 vaak zien
- Het nationale minimum toepassen in Oost-Vlaanderen. Wie in Gent of Aalst alleen het nationale minimum betaalt, zit voor klasse 3 en hoger onder het provinciale barema.
- Te lage klasse. Arbeiders groeien in hun job, de klasse op de loonfiche groeit niet mee.
- Reële lonen niet geïndexeerd. In PC 111 indexeert u ook wat u boven het barema betaalt, behalve het deel dat sinds juli 2026 onder de centenindex valt.
- Eindejaarspremie op het verkeerde uurloon. In Oost-Vlaanderen telt het uurloon van 30 november, inclusief productiepremie, en bij vertrek het loon van de eerste dag van de maand van uitdiensttreding.
- Mobiliteitsvergoeding vergeten. Arbeiders die rechtstreeks naar de werf rijden, ook met een bedrijfswagen, hebben recht op de kilometervergoeding.
Wat Business Centrum voor u doet
Business Centrum verwerkt voor metaalbedrijven in Oost-Vlaanderen de lonen van arbeiders in PC 111 en bedienden in PC 209 in één loonadministratie, samen met Acerta. We delen uw arbeiders in de juiste klasse in, passen de index van juli en de centenindex correct toe en berekenen de eindejaarspremie volgens de provinciale cao. Ook voor bedrijven die tussen metaal en bouw zitten, bekijken we welk comité klopt. Meer over onze aanpak voor de bouwsector.

