Het minimumloon in België bedraagt sinds 1 juli 2026 € 2.233,61 bruto per maand voor een voltijdse werknemer van 18 jaar of ouder, of € 13,56 per uur in een 38-urenweek. Dat bedrag heet het GGMMI, het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen. Jongeren en studenten krijgen een percentage ervan, en in bijna elke sector ligt het barema van het paritair comité hoger. Dat barema gaat dan voor.
Minimumloon België 2026 in een oogopslag
| Situatie | Minimumloon sinds 1 juli 2026 |
|---|---|
| Voltijds, per maand, 18 jaar of ouder | € 2.233,61 |
| Per uur in een 38-urenweek | € 13,56 |
| Per uur in een 40-urenweek | € 12,89 |
| Halftijds, per maand | € 1.116,81 |
| Twaalf maanden aan dit bedrag | € 26.803,32 |
Het GGMMI is een bodem voor alle sectoren. Het komt uit cao nr. 43 van de Nationale Arbeidsraad en geldt voor wie normaal voltijds werkt. Een deeltijdse werknemer krijgt het in verhouding tot zijn arbeidsduur. Het jaarbedrag hierboven is een rekenhulp: het bevat geen eindejaarspremie of vakantiegeld, en in 2026 zelf lag het GGMMI tot eind juni lager.
Het minimumloon steeg in 2026 drie keer: in januari door de index, in april met € 35,70 door het sociaal akkoord en in juli opnieuw door de index. Hoe die stappen verliepen en wat ze voor uw lonen betekenden, leest u in ons nieuwsbericht over het GGMMI 2026.
Minimumloon per maand en per uur berekenen
Het GGMMI is een maandbedrag. Betaalt u per uur, dan rekent u het om met de gewone formule voor een maandloon: maandbedrag x 3 / (13 x uren per week). Drie maanden tellen samen dertien weken.
- 38 uur per week: € 2.233,61 x 3 / (13 x 38) = € 13,56 per uur.
- 40 uur per week: € 2.233,61 x 3 / (13 x 40) = € 12,89 per uur.
Een kortere voltijdse week verhoogt dus het minimum per uur. Kijk daarom altijd naar het stelsel dat in de arbeidsovereenkomst en het arbeidsreglement staat.
Voor een deeltijdse werknemer telt de verhouding. Een halftijdse werknemer verdient minstens € 1.116,81 bruto per maand. Wie vier vijfde werkt, minstens vier vijfde van het voltijdse bedrag.
Minimumloon 18 jaar en ouder: bediende of arbeider
Vanaf 18 jaar geldt hetzelfde GGMMI van € 2.233,61 voor bedienden en arbeiders. Het statuut verandert het minimum niet, wel de manier waarop u het nakijkt. Een bediende heeft meestal een vast maandloon dat u rechtstreeks naast het GGMMI legt. Een arbeider krijgt vaak een uurloon: reken dat om naar een maandloon met uurloon x uren per week x 13 / 3 en leg het resultaat naast het GGMMI.
Voor de werknemer is het verschil vooral netto zichtbaar. Een arbeider betaalt zijn RSZ op 108% van zijn brutoloon, een bediende op 100%. Op het minimumloon maakt dat voor de RSZ geen verschil, zoals de tabel verderop toont, omdat de werkbonus de bijdrage in beide gevallen wegwerkt.
Minimumloon voor jongeren en studenten in 2026
Het GGMMI van cao nr. 43 geldt vanaf 18 jaar, maar niet voor studenten van 18 tot 20 jaar met een studentenovereenkomst. Voor jongere werknemers en voor die studenten geldt een percentage van het bedrag voor 18 jaar:
| Werknemer | Deel van het GGMMI | Per maand, voltijds | Per uur, 38-urenweek |
|---|---|---|---|
| 16 jaar of jonger | 67% | € 1.496,52 | € 9,09 |
| 17 jaar | 73% | € 1.630,54 | € 9,90 |
| Student van 18 jaar | 79% | € 1.764,55 | € 10,72 |
| Student van 19 jaar | 85% | € 1.898,57 | € 11,53 |
| Student van 20 jaar | 90% | € 2.010,25 | € 12,21 |
| Werknemer of student vanaf 21 jaar | 100% | € 2.233,61 | € 13,56 |
Een werknemer van 18, 19 of 20 jaar zonder studentenovereenkomst krijgt het volle GGMMI. Het lagere percentage hangt dus aan de studentenovereenkomst, niet aan de leeftijd alleen.
Een jobstudent werkt meestal in een sector met een eigen barema. Sommige comités, zoals de horeca en de zelfstandige kleinhandel, hebben een eigen studentenloon. Ligt dat hoger dan de bedragen hierboven, dan betaalt u dat. Wat u verder regelt voor een student, zoals de uren onder de solidariteitsbijdrage en de Dimona, staat op onze pagina over studenten tewerkstellen.
Minimumloon netto: wat de werknemer overhoudt
Het minimumloon is een brutobedrag. Er bestaat geen wettelijk netto minimumloon, want het nettoloon hangt af van de bedrijfsvoorheffing en de gezinssituatie. Een deel van de berekening ligt wel vast.
Op het GGMMI betaalt een voltijdse werknemer in de praktijk geen persoonlijke RSZ. Die bijdrage van 13,07% wordt helemaal weggewerkt door de werkbonus, die bij lage lonen de werknemersbijdrage vermindert:
| Bediende | Arbeider | |
|---|---|---|
| RSZ op het GGMMI, voor de werkbonus | € 291,93 (13,07% op 100%) | € 315,29 (13,07% op 108%) |
| Maximale werkbonus, luik A plus B | € 299,53 | € 323,49 |
| Persoonlijke RSZ na de werkbonus | € 0 | € 0 |
Een bediende met een refertemaandloon tot € 2.300,62 krijgt beide luiken van de werkbonus volledig: € 127,54 in luik A en € 171,99 in luik B. Voor een arbeider zijn dat € 137,74 en € 185,75. Het GGMMI ligt onder die grens, dus op het minimumloon zijn beide luiken maximaal.
De werkbonus mag de persoonlijke bijdrage nooit overschrijden, dus de RSZ zakt naar nul en niet lager. Wat overblijft is de bedrijfsvoorheffing, eventueel verminderd met de fiscale werkbonus, en de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid. Hoe de werkbonus in 2026 veranderde, leest u in ons stuk over de werkbonus 2026.
Minimumloon per sector: het barema van uw comité gaat voor
Het GGMMI is het minimum voor de hele privésector. Bijna elk paritair comité heeft daarboven een eigen barema per functie, ervaring of leeftijd. U betaalt altijd het hoogste van de twee. Enkele voorbeelden van het laagste sectorminimum:
| Sector | Laagste minimum in het barema |
|---|---|
| PC 200, bedienden, klasse A, 0 jaar ervaring | € 2.242,80 per maand |
| PC 140.03, wegvervoer, rijdend personeel niveau 1 | € 14,93 per uur |
| PC 302, horeca, categorie I | € 15,21 per uur |
| PC 124, bouw, categorie I | € 18,75 per uur |
In PC 200 ligt het laagste barema amper boven het GGMMI. Wie daar onder het barema betaalt, zakt al snel ook onder het minimumloon. In de bouw en het wegvervoer ligt het sectorminimum per uur ruim boven € 13,56.
Het volledige barema per comité vindt u in ons overzicht van de barema's per paritair comité, met de bedragen zoals de FOD Werkgelegenheid ze publiceert en de datum waarop ze ingingen. Weet u niet onder welk comité uw werknemer valt? Onze gids paritair comité opzoeken legt uit hoe u het vindt.
Flexijob en studentenjob: welk minimumloon geldt er?
Ook een flexijobber heeft een minimumloon, maar het volgt eigen regels. In de horeca is het minimum flexiloon € 12,11 per uur, met het flexivakantiegeld daarbovenop. In de andere sectoren is het minimum het barema van de functie, of het GGMMI omgezet naar een uurloon als er geen barema is. Het flexibasisloon mag daar hoogstens 150% van dat minimum bedragen. Alle regels staan in onze gids over de flexijob in 2026.
Voor een jobstudent geldt het percentage uit de tabel hierboven, of het studentenloon van zijn sector als dat hoger ligt. Het minimum per uur hangt dus af van zijn leeftijd en van het comité.
Wat telt mee voor het minimumloon?
Het GGMMI is een gemiddelde. Het telt het loon voor de normale prestaties, niet alleen het vaste maandloon.
- Telt mee: het vaste en het veranderlijke loon, in geld of in natura, en premies voor normale prestaties.
- Telt niet mee: overloon voor overuren, het enkel en dubbel vakantiegeld en kostenvergoedingen.
- Premies over meer dan een maand: een eindejaarspremie telt mee voor de periode die ze dekt, als u ze binnen 12 maanden betaalt. Blijft het totaal onder het GGMMI van die periode, dan betaalt u het verschil bij.
Een maandloon onder het GGMMI is dus pas in orde als een premie het tekort over de periode dekt en u dat afrekent.
Wat riskeert u onder het minimumloon?
Te weinig loon betalen is een inbreuk van niveau 3 in het Sociaal Strafwetboek. De administratieve boete bedraagt € 1.000 tot € 10.000, per betrokken werknemer. Het loon dat u te weinig betaalde, blijft verschuldigd, met interest. Het korte antwoord op de vraag of het minimumloon verplicht is, met de bron, vindt u bij is het minimumloon verplicht?.
Wat u nu controleert
- Leg elk voltijds maandloon van een werknemer vanaf 18 jaar naast € 2.233,61, en elk deeltijds loon naast het deel dat bij zijn arbeidsduur hoort.
- Zoek het barema van elk comité op en betaal het hoogste van barema en GGMMI.
- Controleer de lonen van jongeren en studenten met de percentages hierboven en met het studentenloon van de sector.
- Rekent u op een eindejaarspremie om het minimum te halen, maak dan bij de betaling de afrekening per periode.
- Kijk bij elke indexering opnieuw na: het GGMMI stijgt met 2% telkens de spilindex wordt overschreden.
Wat Business Centrum hierin voor u doet
Business Centrum verwerkt uw lonen samen met Acerta en legt daarbij elk loon naast het GGMMI en het barema van uw paritair comité. Bij een indexering passen we de lonen aan en signaleren we wie onder het minimum dreigt te zakken. U hebt één vast aanspreekpunt in Gent dat uw dossier kent. Wilt u dat we uw lonen eens naast het minimum leggen? Laat u terugbellen.

