Van bruto naar netto gaat in België in vier stappen: u trekt de persoonlijke RSZ van 13,07% af, verlaagd met de werkbonus bij lage lonen, daarna de bedrijfsvoorheffing en tot slot de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid. Een voltijdse bediende met 3.000 euro bruto, alleenstaand en zonder kinderen, houdt in 2026 zo ongeveer € 2.261 netto over.
Van bruto naar netto in vier stappen
| Stap | Wat | Waarop |
|---|---|---|
| 1 | Persoonlijke RSZ: 13,07% | het brutoloon, voor een arbeider op 108% |
| 2 | Werkbonus: vermindering van die RSZ | alleen bij een maandloon tot € 3.403,62 |
| 3 | Bedrijfsvoorheffing | het belastbaar loon, na de RSZ |
| 4 | Bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid | het kwartaalloon, hoogstens € 60,94 per maand |
Wat overblijft, is het nettoloon. Maaltijdcheques, onkostenvergoedingen en een voordeel alle aard staan daar los van op de loonbrief. Hoe ze het netto beïnvloeden, leest u verderop.
Rekenvoorbeeld: 3.000 euro van bruto naar netto
Een voltijdse bediende verdient 3.000 euro bruto per maand. Hij is alleenstaand, heeft geen kinderen ten laste, geen bedrijfswagen en geen maaltijdcheques.
| Bedrag per maand | |
|---|---|
| Brutoloon | € 3.000,00 |
| RSZ 13,07% | € 392,10 |
| Werkbonus, luik A | € 110,54 |
| Persoonlijke RSZ na de werkbonus | € 281,56 |
| Belastbaar loon | € 2.718,44 |
| Bedrijfsvoorheffing, na de fiscale werkbonus van € 36,63 | € 438, afgerond |
| Bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid | € 19,24 |
| Nettoloon | € 2.261, afgerond |
Van de 3.000 euro bruto blijft dus ongeveer drie kwart netto over. De werkgever betaalt bovenop het brutoloon nog zijn eigen bijdragen: voor dit loon samen ongeveer € 3.585 per maand. Dat werken we verderop uit.
Bruto netto bij 2.500, 3.000, 3.500 en 4.000 euro
Met dezelfde methode ziet u hoe het netto meegroeit met het brutoloon. Telkens voor een voltijdse bediende, alleenstaand, zonder kinderen ten laste, bedrijfswagen of maaltijdcheques, met de bedragen die sinds september 2026 gelden:
| Brutoloon per maand | Nettoloon per maand, afgerond |
|---|---|
| € 2.500 | € 2.176 |
| € 3.000 | € 2.261 |
| € 3.500 | € 2.400 |
| € 4.000 | € 2.614 |
Wat opvalt: van 2.500 naar 3.000 euro bruto stijgt het netto maar met een kleine 90 euro. Dat komt doordat de werkbonus in die zone afbouwt. Elke euro bruto extra kost dan ook een stuk werkbonus, bovenop de gewone RSZ en de hogere voorheffing. Boven € 3.403,62 is de werkbonus helemaal weg en groeit het netto weer regelmatiger mee.
Deze bedragen zijn rekenvoorbeelden. Op een echte loonbrief kunnen ze enkele euro's verschillen door afrondingen, premies of een ander arbeidsregime. Met kinderen ten laste of een partner zonder inkomen ligt het netto hoger.
Stap 1: de persoonlijke RSZ van 13,07%
Elke werknemer betaalt een persoonlijke bijdrage voor de sociale zekerheid van 13,07%. Voor een bediende berekent u die op het brutoloon zelf. Voor een arbeider op 108% van het brutoloon.
De RSZ gaat ook af van de meeste premies, zoals een eindejaarspremie. Op het dubbel vakantiegeld van een bediende geldt een aparte bijzondere bijdrage in plaats van de gewone RSZ. Dat staat in onze gids over het vakantiegeld 2026.
Stap 2: de werkbonus verlaagt de RSZ bij lage lonen
De werkbonus is een korting op de persoonlijke RSZ voor wie weinig verdient. Hij bestaat uit twee luiken:
- Luik B, zeer lage lonen: maximaal € 171,99 per maand tot een refertemaandloon van € 2.300,62, daarna afbouwend tot nul bij € 2.937,93.
- Luik A, lage lonen: maximaal € 127,54 per maand tot € 2.937,93, daarna afbouwend met 0,27 per euro tot nul bij € 3.403,62.
Bij 3.000 euro bruto valt alleen luik A nog toe: € 127,54 min 0,27 x (3.000 min € 2.937,93) = € 110,54. Op het minimumloon schrapt de werkbonus de persoonlijke RSZ zelfs helemaal, zoals onze gids over het minimumloon in België toont. Hoe de bedragen in 2026 vier keer veranderden, leest u in ons stuk over de werkbonus 2026.
Een deel van de werkbonus komt ook terug in de bedrijfsvoorheffing: 33,14% van luik A en 63% van luik B. Dat heet de fiscale werkbonus.
Stap 3: de bedrijfsvoorheffing volgens de sleutelformule
De bedrijfsvoorheffing is een voorschot op de personenbelasting. De werkgever houdt ze elke maand in en stort ze door aan de FOD Financiën. Het bedrag volgt uit een vaste rekenmethode, de sleutelformule, die elk jaar wordt aangepast:
- Het belastbaar maandloon wordt omgerekend naar een jaarbedrag.
- Daarvan gaan de forfaitaire beroepskosten af: 30% van het bruto jaarinkomen, met een maximum van € 6.070.
- Op het resultaat past u de basisschaal toe, met tarieven van 26,75% tot 53,50%, de gemeentebelasting van 7% inbegrepen. De schijven lopen tot € 16.710, € 29.500 en € 51.050.
- Van die belasting gaat € 2.987,98 af, de belasting op de belastingvrije som van € 11.170.
- Daarna volgen de verminderingen voor de gezinssituatie, zoals kinderen ten laste.
- Het jaarbedrag gaat terug naar een maandbedrag, min de fiscale werkbonus.
In het voorbeeld van 3.000 euro bruto komt dat neer op ongeveer € 438 per maand. Wat de bedrijfsvoorheffing precies is, wanneer u ze aangeeft en betaalt, leest u in ons stuk wat is bedrijfsvoorheffing.
Stap 4: de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid
De laatste inhouding is de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid. Ze hangt af van het kwartaalloon en van het gezin. Een alleenstaande betaalt niets onder een kwartaalloon van € 5.836,14. Daarboven loopt ze op volgens een schaal van de RSZ. Per maand is de inhouding hoogstens € 60,94.
In het voorbeeld ligt het kwartaalloon op 9.000 euro, wat € 19,24 per maand geeft. De inhouding op het loon is een voorschot: de definitieve bijdrage volgt bij de personenbelasting. Meer uitleg vindt u in ons stuk over de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid.
Wat het verschil tussen bruto en netto groter of kleiner maakt
Twee werknemers met hetzelfde brutoloon hebben niet altijd hetzelfde netto. Dit zijn de grootste verschillen:
- Kinderen ten laste. Ze verlagen de bedrijfsvoorheffing met een vast bedrag per jaar, dat stijgt met elk kind. Een alleenstaande ouder krijgt er nog een vermindering bij.
- Een partner zonder inkomen. Dan geldt het huwelijksquotiënt: een deel van het inkomen, tot een maximum per jaar, wordt aan de partner toegerekend. Dat verlaagt de voorheffing.
- Een bedrijfswagen. Het voordeel alle aard telt mee in het belastbaar loon. Het netto daalt, ook al krijgt de werknemer geen extra geld.
- Maaltijdcheques. Ze staan buiten het nettoloon. De werkgever betaalt per cheque hoogstens € 8,91, de werknemer minstens € 1,09, en dat eigen deel gaat van het netto af.
- Premies. Een eindejaarspremie of het dubbel vakantiegeld krijgt een eigen schaal voor de bedrijfsvoorheffing, los van het maandloon.
Netto naar bruto: terugrekenen
Wilt u weten welk brutoloon nodig is voor een bepaald netto? Dan rekent u terug. Een eenvoudige omgekeerde formule bestaat niet: de werkbonus en de schijven van de bedrijfsvoorheffing veranderen mee met het loon. Wie 100 euro meer netto wil geven, moet daarom meer dan 100 euro extra bruto voorzien, en hoeveel meer hangt af van het loonniveau.
De snelste manier is proberen. Vul in de bruto-netto calculator een brutoloon in, kijk naar het netto en pas het bruto aan tot u het gewenste bedrag ziet. Voor een aanbod aan een kandidaat raden we aan het definitieve bedrag na te laten rekenen met de echte gezinssituatie.
Bruto netto voor arbeiders, deeltijdsen en bedrijfsleiders
Arbeiders. De stappen zijn dezelfde, maar de RSZ geldt op 108% van het brutoloon en de werkbonus kent eigen, hogere bedragen. Het refertemaandloon voor die werkbonus is wel het loon aan 100%. Een arbeider en een bediende met hetzelfde brutoloon hebben daardoor niet exact hetzelfde netto. Onze calculator rekent voor een bediende; voor een arbeider rekenen we het netto graag voor u na.
Deeltijdse werknemers. De inhoudingen gelden op het deeltijdse loon. Voor de werkbonus zet de RSZ het deeltijdse loon eerst om naar een voltijds refertemaandloon: het loon per aangegeven uur maal de uren van een voltijdse maand. Daarna wordt de korting aangepast aan de prestaties.
Bedrijfsleiders en zelfstandigen. Deze gids gaat over werknemers met een arbeidsovereenkomst. Voor een zaakvoerder met een mandaat gelden andere regels. Die staan op onze pagina over het statuut van de zaakvoerder.
Van bruto naar werkgeverskost
Het brutoloon is niet wat een werknemer de werkgever kost. Bovenop het bruto betaalt u werkgeversbijdragen: een basisbijdrage van 25%, verminderd met de structurele vermindering voor lagere lonen. Voor de bediende van 3.000 euro bruto komt de kost voor de werkgever zo op ongeveer € 3.585 per maand, zonder maaltijdcheques, vakantiegeld en eindejaarspremie.
De structurele vermindering is het grootst bij lage lonen en verdwijnt naarmate het loon stijgt. De RSZ berekent ze per kwartaal, op het refertekwartaalloon. Bij een hoger loon betaalt u dus bijna de volle basisbijdrage.
Het verschil tussen wat u betaalt en wat de werknemer netto krijgt, is daardoor groter dan het verschil tussen bruto en netto. Bij de bediende van 3.000 euro bruto kost hij u ongeveer € 3.585 en krijgt hij ongeveer € 2.261. Wie een loonsverhoging overweegt, rekent het best beide kanten door: wat het u extra kost, en wat de werknemer er netto van overhoudt.
Wat Business Centrum hierin voor u doet
Business Centrum berekent elke maand de lonen van uw werknemers samen met Acerta, met de juiste RSZ, werkbonus, bedrijfsvoorheffing en bijzondere bijdrage voor hun gezinssituatie. Overweegt u een aanwerving of een loonsverhoging, dan rekenen we het bruto, het netto en uw kost voor u door. Laat u terugbellen.

