Paritair comité 322 is het comité van de uitzendarbeid en, via subcomité 322.01, van de dienstencheque-ondernemingen. Een uitzendkracht krijgt geen eigen sectorbarema, maar het loon van uw vaste werknemers. Het Sociaal Fonds betaalt hem een eindejaarspremie van 8,33% van zijn brutoloon. In 322.01 begint het barema bij € 15,26 per uur.
Wie valt onder paritair comité 322?
PC 322 is bevoegd voor de uitzendbureaus en hun uitzendkrachten, arbeiders en bedienden, in welke sector ze ook werken. Een uitzendkracht in uw magazijn valt dus onder PC 322, niet onder uw comité, ook al krijgt hij uw loon. Subcomité 322.01 geldt voor de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren: de dienstencheque-ondernemingen en hun huishoudhulpen.
| Situatie | Comité |
|---|---|
| Uitzendkracht, arbeider of bediende, via een erkend uitzendbureau | PC 322 |
| Uw vaste werknemers naast die uitzendkracht | uw eigen comité, bv. PC 119, PC 124 of PC 200 |
| Huishoudhulp bij gezinnen die met dienstencheques betalen | PSC 322.01 |
| Schoonmaak in bedrijven, zonder dienstencheques | PC 121 |
| Eigen werknemer die u uitleent aan een ander bedrijf | geen uitzendarbeid: ter beschikking stellen is in principe verboden |
Poetst uw onderneming kantoren voor bedrijven, dan geldt het comité voor de schoonmaak, PC 121, en niet 322.01.
Uitzendkantoor of gebruiker: wie is de werkgever?
Bij uitzendarbeid zijn er drie partijen. Het uitzendbureau sluit de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid en is de juridische werkgever. U bent de gebruiker: de uitzendkracht werkt in uw onderneming en onder uw gezag, en u betaalt het bureau een factuur op basis van een commerciële overeenkomst.
| Taak | Uitzendbureau | Gebruiker |
|---|---|---|
| Arbeidsovereenkomst, loon en loonfiche | ja | nee |
| Dimona en RSZ-aangifte | ja | nee |
| Werkinstructies, uurrooster, arbeidsduur, feestdagen en nachtarbeid | nee | ja |
| Veiligheid op de werkplek en werkpostfiche | geeft de informatie door | ja |
| Loon en voordelen van uw vaste werknemers doorgeven | nee | ja |
| RSZ-bijdrage op opeenvolgende dagcontracten | nee | ja |
| Eindejaarspremie | via het Sociaal Fonds | nee |
Artikel 19 van de wet van 24 juli 1987 maakt u verantwoordelijk voor de regels op de werkplek: arbeidsduur, feestdagen, zondagsrust, nachtarbeid, arbeidsreglement en welzijn. Het bureau betaalt, u organiseert het werk. In de werkpostfiche beschrijft u de functie, de risico's en de vereiste kwalificatie, zodat het bureau de juiste persoon stuurt en hem vooraf informeert.
Is er een loonbarema in paritair comité 322?
Nee. Sinds 1 oktober 2009 geldt in PC 322 geen cao over minimumlonen. Artikel 10 van de wet maakt dat overbodig: het loon van een uitzendkracht mag niet lager zijn dan wat hij zou krijgen als u hem onder dezelfde voorwaarden vast had aangeworven. Hij volgt dus het barema, de anciënniteitsregels en de toeslagen van uw comité en uw onderneming. Betaalt u uw vaste magazijniers boven het barema, dan geldt dat hogere loon ook voor hem.
| Comité van de gebruiker | Functie | Minimumuurloon |
|---|---|---|
| PC 119, handel in voedingswaren | categorie 2, onderneming met 10 tot 49 werknemers | € 16,03 |
| PSC 140.03, wegvervoer en logistiek | niet-rijdend personeel, klasse 1 | € 15,65 |
| PC 124, bouw | categorie I, sinds 1 oktober 2026 | € 18,75 |
| PC 302, horeca | categorie II, zonder functiejaren | € 15,21 |
De volledige barema's staan in onze gidsen over PC 119, PC 140, PC 124 en PC 302. De absolute bodem is het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen: € 2.233,61 voltijds, sinds 1 juli 2026.
Gelijk loon gaat verder dan het uurloon: ook premies en voordelen van uw vaste werknemers tellen. Voor ecocheques zegt een cao van PC 322 het uitdrukkelijk: uitzendkrachten krijgen ze onder dezelfde voorwaarden en voor dezelfde waarde als bij de gebruiker. Stopt uw sector ermee, dan stoppen ze ook voor de uitzendkracht. In de bouw liepen de sectorale ecocheques af op 31 maart 2026.
Indexering in paritair comité 322 in 2026
PC 322 heeft geen eigen indexering. Het loon van de uitzendkracht stijgt op dezelfde dag en met hetzelfde percentage als dat van uw vaste werknemers:
| Comité van de gebruiker | Indexering 2026 |
|---|---|
| PC 119, handel in voedingswaren | 2,21% op 1 januari 2026 |
| PSC 140.03, wegvervoer en logistiek | 2,18% op 1 januari 2026 |
| PC 302, horeca | 2,19% op 1 januari 2026 |
| PC 200, bedienden | 2,21% op 1 januari 2026 |
| PC 124, bouw | per kwartaal, laatst op 1 oktober 2026 |
| PSC 322.01, dienstencheques | 2% bij elke overschrijding van de spilindex, laatst op 1 september 2026 |
Het bureau indexeert pas als het weet dat uw lonen gestegen zijn. Geeft u een indexering niet door, dan betaalt het bureau het verschil achteraf bij en rekent het dat in de regel door op uw factuur. Sinds 1 juni 2026 geldt ook de centenindex: boven een referteloon van € 4.000 per maand wordt de indexering tijdens twee matigingsperiodes beperkt tot 2% op die grens. Voor de meeste uitzendkrachten speelt dat niet. Meer in de indexering van de lonen in 2026.
Eindejaarspremie in paritair comité 322
De eindejaarspremie van een uitzendkracht komt van het Sociaal Fonds voor Uitzendkrachten, niet van u. Ze vervangt volledig de premie van uw vaste werknemers. Een uitzendkracht in PC 119 krijgt dus niet 164,66 keer zijn uurloon zoals een vaste arbeider, maar een percentage van wat hij verdiende.
- Bedrag: 8,33% van het brutoloon als uitzendkracht in de referteperiode.
- Referteperiode: van 1 juli 2025 tot 30 juni 2026 voor de premie van december 2026.
- Voorwaarde: minstens 65 dagen als uitzendkracht (78 in een zesdagenweek), of 494 uren. Hoogstens 5 dagen werkloosheid tellen mee.
- Vaste aanwerving: neemt de gebruiker hem in die periode vast in dienst, dan volstaan 60 dagen (72 in een zesdagenweek) of 456 uren.
- Betaling en verjaring: in december; een niet-betaalde premie verjaart na 3 jaar.
Rekenvoorbeeld. Een orderpicker werkt van januari tot juni 2026 via een bureau in een voedingsgroothandel van PC 119, categorie 2, met 10 tot 49 werknemers. Zijn uurloon is € 16,03, bij 38 uur per week. Over 26 weken verdient hij 26 x 38 x 16,03 = € 15.837,64 bruto. Zijn eindejaarspremie in december is 8,33% daarvan: € 1.319,28. Werkt hij net de 494 uren, 13 weken van 38 uur, dan is het 494 x 16,03 x 8,33% = € 659,64.
8,33% is een twaalfde: over een volledig jaar is dat ongeveer een maandloon, net als bij een vaste arbeider. Neemt u de uitzendkracht vast in dienst, dan volgt u voor die periode de regels van uw eigen comité, zie eindejaarspremie berekenen.
Andere voordelen: werkloosheid, ziekte, pensioen en vorming
Drie cao's van PC 322 lopen van 1 juli 2026 tot 30 juni 2027. Het bureau of het Sociaal Fonds betaalt ze, niet u. Het bureau verrekent ze wel in zijn tarief.
- Tijdelijke werkloosheid: € 5 per niet-gewerkte werkdag, tot het einde van het lopende contract. Niet voor arbeiders van bureaus die in de bouw (PC 124) erkend zijn.
- Langdurige ziekte: 40% van de bruto-uitkering van het ziekenfonds, vanaf de tweede maand ziekte en voor hoogstens 3 maanden. Voorwaarde: 2 maanden anciënniteit in de sector over 4 maanden.
- Pensioenpremie: in sectoren met een sectoraal pensioen verhoogt het bureau het brutoloon, apart op de loonfiche. Voor arbeiders in de bouw is dat 1,25%, in PSC 140.03 1,17% en voor arbeiders in de horeca 0,76%. PC 119 en PC 200 staan niet op de lijst. Studenten onder de solidariteitsbijdrage krijgen de premie niet.
- Vorming: minstens 3,50 opleidingsdagen per voltijdse uitzendkracht in 2026 en 4 vanaf 2027. Het bureau betaalt daarvoor 0,40% op het loon aan het Sociaal Fonds.
Een magazijnier in PSC 140.03, klasse 1, verdient € 15,65 per uur, of 15,6465 x 38 x 13 / 3 = € 2.576,46 per maand. Zijn pensioenpremie van 1,17% komt daar bovenop: € 30,14 per maand.
Woon-werkverkeer in paritair comité 322
De uitzendkracht volgt eerst de regeling van uw sector of uw onderneming. Hebt u geen regeling voor eigen vervoer, dan betaalt het bureau volgens een aanvullende cao van PC 322 een vergoeding volgens een vast barema, vanaf een enkele afstand van 2 kilometer en ongeacht het vervoermiddel. Voor het openbaar vervoer is dat minstens 80% van het abonnement. Een derdebetalersregeling voor de trein bij u geldt ook voor uitzendkrachten.
Wanneer mag u een uitzendkracht inzetten?
Uitzendarbeid mag alleen voor een motief dat de wet toelaat, elk met een maximumduur:
| Motief | Maximumduur |
|---|---|
| Vervanging tijdens een schorsing (ziekte, verlof) | zolang de schorsing duurt |
| Vervanging na het einde van het contract van een vaste werknemer | 6 maanden, verlengbaar met 6 maanden |
| Tijdelijke vermeerdering van werk, zonder vakbondsafvaardiging | 6 maanden, twee keer verlengbaar, samen hoogstens 18 maanden |
| Uitzonderlijk werk | in de regel 3 maanden; inventarissen en balansen 7 dagen per jaar |
| Instroom (een vaste functie invullen) | 1 week tot 6 maanden per poging, hoogstens 3 pogingen en 9 maanden per vacature |
| Bouw, tijdelijke vermeerdering | hoogstens 6 maanden in hetzelfde bouwbedrijf |
Met een vakbondsafvaardiging hebt u voor vervanging na een ontslag en voor tijdelijke vermeerdering haar voorafgaand akkoord nodig. Zonder afvaardiging loopt de tweede verlenging bij tijdelijke vermeerdering via de Commissie van Goede Diensten: de vakbonden hebben 3 weken om te reageren, en wie zwijgt, stemt in.
De commerciële overeenkomst moet schriftelijk vastliggen binnen 7 werkdagen na de start. Ze vermeldt onder meer uw paritair comité, het motief, de arbeidsregeling en het loon van een vaste werknemer met dezelfde kwalificatie. De uitzendkracht krijgt die gegevens binnen 2 werkdagen.
Opeenvolgende dagcontracten: wat kost het de gebruiker?
Opeenvolgende dagcontracten zijn contracten van telkens een dag bij dezelfde gebruiker, die elkaar zonder onderbreking opvolgen. Ze mogen alleen als u de nood aan flexibiliteit bewijst, met cijfers over uw activiteit en de alternatieven die u onderzocht. Lukt dat niet, dan is het bureau de uitzendkracht 2 weken loon extra verschuldigd. Voor instroom en in de bouw zijn dagcontracten verboden.
De RSZ rekent u als gebruiker een bijzondere bijdrage aan, per semester (januari tot juni, juli tot december) en per uitzendkracht via hetzelfde bureau. Wie een drempel haalt, betaalt het bedrag voor alle dagcontracten van dat semester:
| Opeenvolgende dagcontracten per semester | Bijdrage per dagcontract |
|---|---|
| vanaf 40 | € 10 |
| vanaf 60 | € 15 |
| vanaf 80 | € 30 |
| vanaf 100 | € 40 |
Een student met 45 dagcontracten in een semester kost u zo 45 x € 10 = € 450, bij 110 contracten 110 x € 40 = € 4.400. Gepensioneerden, flexi-jobbers en gelegenheidswerkers bij gebruikers in PC 144, 145 en 302 tellen niet mee.
Proeftijd, anciënniteit en overname door de gebruiker
Tenzij anders afgesproken, zijn de eerste 3 arbeidsdagen van een uitzendcontract proeftijd. Opeenvolgende proeftijden voor dezelfde functie bij dezelfde gebruiker zijn verboden. Voor de anciënniteit bij het bureau tellen opdrachten samen als ze alleen onderbroken zijn door 1 week inactiviteit of minder.
Neemt u een uitzendkracht direct na zijn opdracht vast in dienst voor dezelfde functie, dan telt zijn periode als uitzendkracht mee voor de anciënniteit, met een maximum van 1 jaar. Dat speelt bij een latere opzegtermijn. Wanneer overnemen goedkoper wordt dan interim, rekenen we uit in wat een interimkantoor u kost.
Flexijob en studenten in paritair comité 322
Sinds 1 juli 2026 staan flexi-jobs in principe open voor de hele private en publieke sector. Sinds 1 juli 2026 mag een uitzendkracht ook als flexi-jobber werken via het bureau waar hij al uitzendkracht is, zolang het bureau hem niet aan dezelfde gebruiker uitleent in beide rollen. De gewone voorwaarden blijven:
- elders minstens 4/5 van een voltijdse job in het referentiekwartaal; prestaties bij datzelfde bureau tellen niet mee;
- 7,67% flexivakantiegeld bovenop het flexiloon;
- een bijzondere werkgeversbijdrage van 28%;
- via een uitzendkantoor is geen raamovereenkomst nodig.
In de bouw sluit een cao van PC 124 van 16 juli 2026 flexiwerk als arbeider op de bouwplaats uit. In de dienstencheques kan een flexi-job alleen in de eerste 3 maanden na de eerste Dimona bij de onderneming. Zie ook flexi-job kosten voor de werkgever.
Studenten via een bureau hebben een contingent van 650 uren per kalenderjaar met solidariteitsbijdrage, bij alle werkgevers samen. Hun uitzendcontract bevat ook de vermeldingen van een studentenovereenkomst. Meer over studenten aanwerven.
Paritair comité 322.01: barema en index 2026 voor dienstencheques
PSC 322.01 heeft wel een eigen barema, voor 38 uur per week. Er is geen gebruiker: de dienstencheque-onderneming is werkgever, het gezin is klant. Het uurloon hangt alleen af van de anciënniteit in de sector.
| Anciënniteit in de sector | Sinds 1 september 2026 | Daarvoor, sinds 1 maart 2026 |
|---|---|---|
| Minder dan 1 jaar | € 15,26 | € 14,96 |
| Minstens 1 jaar | € 15,81 | € 15,50 |
| Minstens 2 jaar | € 15,99 | € 15,68 |
| Minstens 3 jaar | € 16,16 | € 15,84 |
Indexering in 322.01. Telkens de spilindex overschreden wordt, stijgen de minimumlonen en de reële lonen met 2%, vanaf de eerste dag van de tweede maand daarna. Dat gebeurde op 1 januari 2024, 1 juni 2024, 1 maart 2025, 1 maart 2026 en 1 september 2026. Op 1 juli 2025 kwam er € 0,77 bruto per uur bij. Het ritme volgt de inflatie, niet de kalender.
Anciënniteit. Die telt vanaf het eerste contract bij een werkgever van 322.01, ook bij een andere dienstencheque-onderneming en inclusief opeenvolgende contracten van bepaalde duur. Vraag bij de aanwerving naar ervaring in de sector en naar bewijzen. Wie een huishoudhulp met drie jaar ervaring op het startloon zet, betaalt € 15,26 in plaats van € 16,16 per uur, en dat verschil kan ze terugvorderen.
Eindejaarspremie in paritair comité 322.01
Ook hier betaalt een fonds: het Sociaal Fonds voor de Dienstencheques, in december.
- Bedrag: 4,50% van de brutolonen in de referteperiode, voor de premie van december 2026 van 1 juli 2025 tot 30 juni 2026.
- Voorwaarde: minstens 30 arbeidsdagen in de sector in die periode, en een arbeidsovereenkomst in de sector tijdens het lopende kalenderjaar.
- Gelijkgesteld: moederschapsverlof, en tijdelijke werkloosheid om economische redenen tot 26 dagen.
Rekenvoorbeeld. Een halftijdse huishoudhulp, 19 uur per week, heeft het hele refertejaar minstens twee jaar anciënniteit. Tot 1 maart 2026 verdiende ze € 15,37 per uur, daarna € 15,68. Per maand is dat 15,37 x 19 x 13 / 3 = € 1.265,46 en daarna € 1.290,99. Over de referteperiode: 8 x € 1.265,46 + 4 x € 1.290,99 = € 15.287,64. Haar eindejaarspremie is 4,50% daarvan: € 687,94.
Wat geeft u als gebruiker door aan het uitzendkantoor?
Het bureau betaalt alleen correct als u correct doorgeeft:
- Uw paritair comité, de functie en de looncategorie die een vaste werknemer zou krijgen.
- Het werkelijke loon van een vaste collega met dezelfde kwalificatie, met anciënniteit en toeslagen.
- Maaltijdcheques, ecocheques en andere voordelen. In PC 119 bijvoorbeeld steeg het werkgeversdeel van de maaltijdcheques op 1 april 2026 met € 1,50, behalve bij minder dan 20 arbeiders op 31 maart 2026.
- Het uurrooster, de arbeidsregeling en de werkpostfiche.
- Het motief, de verwachte duur en of u een vakbondsafvaardiging hebt.
- Elke indexering of loonsverhoging tijdens de opdracht, op de dag dat ze ingaat.
Fouten die we in PC 322 vaak zien
- Alleen het barema doorgeven. Gelijk loon is het loon van uw vaste collega, niet het sectorminimum.
- De index vergeten. De uitzendkracht blijft op het oude loon terwijl uw vaste ploeg al geïndexeerd is.
- Dagcontracten als gewoonte. Vanaf 40 per semester loopt de RSZ-bijdrage snel op.
- De motiefduur overschrijden. Dan riskeert u een contract van onbepaalde duur met de uitzendkracht.
- In 322.01 de anciënniteit uit een vorige onderneming vergeten. Dat is een loonachterstand vanaf de eerste dag.
Wat Business Centrum voor u doet
Werkt u met uitzendkrachten, dan zetten we samen met u de gegevens klaar die het bureau nodig heeft: uw comité, het juiste barema, de premies van uw vaste werknemers en elke indexering. We rekenen uit wanneer vast aanwerven goedkoper wordt dan interim en regelen het contract en de loonadministratie als u een uitzendkracht overneemt. Voor dienstencheque-ondernemingen volgen we het barema van 322.01 en de anciënniteit per huishoudhulp op. Business Centrum werkt daarvoor als sociaal bureau samen met Acerta.

