Glijdende uren laten een werknemer zelf kiezen wanneer hij begint, stopt en pauzeert, binnen een kader dat u vastlegt. Sinds artikel 20ter van de arbeidswet is dat een wettig regime met duidelijke grenzen: een stamtijd waarin iedereen aanwezig is, glijtijd daarrond, hoogstens 9 uur per dag en 45 uur per week, een referteperiode van standaard 3 maanden waarin het gemiddelde gehaald moet worden, en een saldo van maximaal 12 uur dat naar de volgende periode mag. U voert het in via een cao of het arbeidsreglement en u moet de tijd van elke werknemer registreren. Hieronder staat hoe u het correct opzet, met een rekenvoorbeeld van het saldo.
Wat zijn glijdende uren?
Een glijdend uurrooster verdeelt de werkdag in twee soorten periodes:
- Stamtijd: vaste uren waarin de werknemer verplicht aanwezig en ter beschikking is, bijvoorbeeld van 9.30 tot 12 uur en van 13.30 tot 16 uur.
- Glijtijd: variabele periodes waarin de werknemer zelf zijn aankomst, vertrek en pauzes kiest, bijvoorbeeld tussen 7 en 9.30 uur en tussen 16 en 19 uur.
Over een referteperiode moet de werknemer gemiddeld de wekelijkse arbeidsduur van uw onderneming halen, bijvoorbeeld 38 uur. Op de ene dag werkt hij langer, op de andere korter. De wet laat dat toe zonder dat die schommelingen overuren worden, zolang de grenzen van het rooster gerespecteerd worden.
Voor 2017 werkten veel bedrijven al met glijdende uren, maar zonder wettelijk kader. De wet van 5 maart 2017 over werkbaar en wendbaar werk voerde artikel 20ter in de arbeidswet in en maakte het regime rechtszeker, met verplichte vermeldingen en een verplichte tijdsregistratie.
Glijdende uren wetgeving: de grenzen uit artikel 20ter
| Begrip | Wettelijke regel | Wat u vastlegt |
|---|---|---|
| Referteperiode | Standaard 3 kalendermaanden, hoogstens 1 jaar via cao of reglement | De duur van uw periode |
| Gemiddelde wekelijkse arbeidsduur | Moet gemiddeld gehaald worden over de referteperiode | Bijvoorbeeld 38 uur |
| Stamtijd | Verplichte aanwezigheid | De uren |
| Glijtijd | Werknemer kiest aankomst, vertrek en pauzes | De uren |
| Maximum per dag | 9 uur | Eventueel lager |
| Maximum per week | 45 uur | Hoeveel uur onder of boven het gemiddelde mag |
| Saldo naar de volgende periode | Hoogstens 12 uur, meer via cao | Het toegelaten saldo |
| Inhalen na overmacht | Binnen 3 maanden na het einde van de periode |
Feestdagen en periodes van schorsing, zoals ziekte of vakantie, tellen mee als arbeidsduur voor de berekening van het gemiddelde. U rekent ze aan de gemiddelde dagelijkse arbeidsduur uit het reglement.
Glijdende uren in het arbeidsreglement
Een glijdend uurrooster kan alleen bestaan via een cao of het arbeidsreglement. Het reglement vermeldt minstens:
- de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur en de referteperiode;
- de stamtijd;
- de glijtijd;
- het aantal uren dat de werknemer onder of boven het gemiddelde mag werken, binnen 45 uur per week;
- het saldo dat op het einde van de periode mag worden overgedragen.
Ontbreken die vermeldingen, dan is dat volgens artikel 201 van het Sociaal Strafwetboek een inbreuk van niveau 1. Voert u glijdende uren in of past u ze aan, dan volgt u de procedure om het reglement te wijzigen, met 15 dagen voor de opmerkingen van de werknemers. Hoe dat gaat, staat in arbeidsreglement opstellen. Een volledig voorbeeld vindt u in ons voorbeeld van een arbeidsreglement.
Glijdende uren en tijdsregistratie
Bij een glijdend uurrooster moet u een systeem van tijdsopvolging hebben (artikel 20ter, paragraaf 5). Dat systeem houdt per werknemer bij:
- de identiteit van de werknemer;
- per dag de duur van zijn prestaties;
- voor een deeltijdse werknemer met een vast rooster: het begin en einde van zijn prestaties en zijn pauzes.
Elke werknemer moet zijn gegevens en zijn precieze saldo van de lopende periode kunnen raadplegen. U bewaart de gegevens 5 jaar. Geen correcte tijdsopvolging is een inbreuk van niveau 2: een administratieve boete van € 250 tot € 2.500, vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers. Wat de algemene plannen rond tijdsregistratie inhouden, staat in tijdregistratie verplicht.
Rekenvoorbeeld: het saldo over een referteperiode
Een bediende werkt in een onderneming met een gemiddelde van 38 uur per week en een referteperiode van 3 maanden, 13 weken. Het reglement laat een saldo van 12 uur toe.
| Situatie | Te presteren | Gepresteerd | Saldo | Gevolg |
|---|---|---|---|---|
| Plus-uren | 13 x 38 = 494 uur | 500 uur | +6 uur | Mag naar de volgende periode, binnen 12 uur |
| Min-uren | 494 uur | 486 uur | -8 uur | Mag naar de volgende periode en wordt daar ingehaald |
| Min-uren bij vertrek | 494 uur | 486 uur | -8 uur, contract eindigt | Te veel betaald loon mag worden ingehouden, binnen 20% van het netto per betaling |
| Te veel uren op een dag | Maximum 9 uur | 10 uur op vraag van de werkgever | Het uur boven de grens volgt de regels voor overuren |
Feestdagen en ziektedagen in de periode tellen mee als gepresteerd, aan de gemiddelde dagduur uit het reglement. De loonbeschermingswet laat de inhouding van te veel betaald loon voor niet ingehaalde min-uren uitdrukkelijk toe (artikel 23, 6°).
Glijdende uren tegenover andere regelingen
| Glijdende uren | Kleine flexibiliteit | Overuren | Vast uurrooster | |
|---|---|---|---|---|
| Wie kiest de uren | De werknemer, binnen stam- en glijtijd | De werkgever, volgens roosters uit het reglement | De werkgever, voor een buitengewone reden | Vast in het reglement |
| Grenzen | 9 uur per dag, 45 per week | Volgens de roosters in het reglement | Eigen grenzen en overloon | Het rooster |
| Overloon | Nee, binnen de grenzen | Nee, binnen de grenzen | Ja, 50% op weekdag | Niet van toepassing |
| Tijdsregistratie | Verplicht | Volgens de algemene regels | Volgens de algemene regels | Volgens de algemene regels |
Uren die u als werkgever vraagt boven de grenzen van het glijdend uurrooster, zijn overuren. Hoe overloon en inhaalrust werken, staat in overuren uitbetalen. Wilt u het rooster van een werknemer eenzijdig wijzigen, lees dan eerst mag een werkgever het uurrooster wijzigen. Voor deeltijdse werknemers gelden eigen regels over roosters: zie deeltijdse arbeidsovereenkomst.
Glijdende uren in de praktijk: vijf vragen die we vaak krijgen
Telt een pauze mee? Nee, pauzes zijn in principe geen arbeidstijd. Bij glijdende uren kiest de werknemer zijn pauze zelf binnen de glijtijd, maar de registratie moet de duur van de prestaties per dag correct weergeven. Meer daarover in moet een werkgever pauzes betalen.
Wat met een afwezigheid tijdens de stamtijd? Een werknemer die tijdens de stamtijd weg moet voor een familiegebeurtenis, valt onder de gewone regels van klein verlet. Een korte afwezigheid buiten de stamtijd regelt hij zelf binnen zijn glijtijd.
Hoe tellen ziekte en feestdagen? Ze tellen mee als arbeidsduur, aan de gemiddelde dagelijkse duur uit het reglement. Een week met een feestdag of een ziektedag verlaagt het aantal uur dat de werknemer zelf moet presteren. Hoe u een zieke werknemer verder opvolgt, staat in werknemer ziek.
Hoe verhoudt het zich tot de 38-urenweek en ADV-dagen? Het gemiddelde dat de werknemer over de referteperiode moet halen, is de arbeidsduur van uw onderneming. Werkt u met 40 uur per week en inhaalrustdagen, dan bepaalt het reglement hoe die rustdagen in het glijdend rooster vallen. Zie ADV-dagen en voor bedienden de regels van paritair comité 200.
Kan een werknemer extra uren vrijwillig presteren? Binnen de grenzen van het glijdend uurrooster is dat geen overwerk. Boven de daggrens van 9 uur of op uw vraag gelden de regels voor overuren. Sinds dit jaar bestaat er ook een nieuw stelsel van vrijwillige overuren, met eigen voorwaarden.
Glijdende uren invoeren in zes stappen
- Kies de functies die met glijdende uren kunnen werken. Ploegen, winkels met vaste openingsuren en productielijnen lenen zich er minder voor.
- Leg stamtijd en glijtijd vast in functie van de werking: wanneer moet iedereen er zijn voor overleg of klanten?
- Bepaal de referteperiode en het saldo: standaard 3 maanden en 12 uur, of anders via cao of reglement.
- Kies een systeem van tijdsopvolging dat de duur per dag registreert, dat de werknemer zijn saldo laat zien en dat de gegevens 5 jaar bewaart.
- Pas het arbeidsreglement aan met de verplichte vermeldingen en volg de wijzigingsprocedure.
- Volg op: controleer de saldi op het einde van elke periode, spreek werknemers met grote min- of plus-saldi aan, en zorg dat de grenzen per dag en per week gerespecteerd worden.
Telewerken uw werknemers ook, combineer de afspraken dan met het telewerkbeleid: zie structureel telewerk. En leg vast hoe het zit met bereikbaarheid buiten de glijtijd in uw afspraken over het recht op deconnectie.
Fouten die we vaak zien
- Glijdende uren zonder vermelding in het reglement. Dan gelden de vaste uren uit het reglement, en elk uur daarbuiten kan een overuur zijn.
- Geen tijdsregistratie, of een systeem dat de werknemer zijn saldo niet laat zien.
- De grens van 9 uur per dag overschrijden omdat het systeem het toelaat.
- Saldi opstapelen boven 12 uur zonder cao die dat toelaat.
- Min-uren bij vertrek volledig inhouden zonder de grens van 20% van het netto per betaling.
- Feestdagen of ziektedagen niet meetellen als gepresteerd in het gemiddelde.
Wat Business Centrum hierin voor u doet
Wij schrijven de regels voor glijdende uren in uw arbeidsreglement, met stamtijd, glijtijd, referteperiode en saldo, en begeleiden de wijzigingsprocedure tot de neerlegging. In de loonverwerking verwerken we de prestaties uit uw tijdsregistratie, de overuren boven de grenzen van het rooster en, bij een vertrek, de verrekening van een min-saldo binnen de wettelijke grens, samen met Acerta. Meer over onze hulp bij contracten en reglementen staat bij arbeidsovereenkomsten. Twijfelt u over uw opzet, laat het nakijken voor u het invoert.

