← Gidsen
Gids

Paritair comité 304: loongroepen, index en premie 2026

Door Gepubliceerd 15 min leestijd

Cijfers gecontroleerd op

minimale eindejaarspremie, voltijds
€ 1.760
minimale eindejaarspremie, voltijds
startloon loongroep A, podiumkunsten
€ 3.211,86
startloon loongroep A, podiumkunsten
laatste indexering
1 augustus 2026
laatste indexering

Paritair comité 304 is het comité voor het vermakelijkheidsbedrijf: theater, dans, muziektheater, festivals, kunstencentra, orkesten en iedereen die meewerkt aan een voorstelling. Op 1 augustus 2026 stegen de lonen met 2%. Een werknemer in loongroep A van de Vlaamse podiumkunsten start nu op € 3.211,86 bruto per maand. Bij een werkgever met Vlaamse subsidie is de eindejaarspremie minstens € 1.760.

Wie valt onder paritair comité 304?

PC 304 geldt voor werknemers die voor publiek optreden, ongeacht waar en in welke omstandigheden: wie een schouwspel of kermisvoorstelling geeft, of individueel of in groep een kunst beoefent zoals muziek, zang, dans, het gesproken woord, mime, behendigheids- of krachtoefeningen. Ook wie in eender welke functie meewerkt aan de voorstelling zelf, of aan de voorbereiding en de organisatie ervan, valt eronder. Denk aan de podiumtechnicus, de kleedster, de productieleider en de medewerker aan de kassa.

Binnen het comité gelden drie aparte regelingen. Welke voor u geldt, hangt af van uw zetel, uw taalrol bij de RSZ en de aard van uw werk:

SituatieRegeling
Theater, dansgezelschap, kunstencentrum of festival met zetel in Vlaanderen, of in Brussel met de Nederlandse taalrolPC 304, cao podiumkunsten Nederlands taalgebied
Gezelschap met zetel in Wallonië, of in Brussel met de Franse of Duitstalige taalrolPC 304, cao podiumtoneelvoorstellingen
Werkgever die musici of zangers in dienst neemt, rechtstreeks of via een tussenpersoonPC 304, cao voor de musici
Personeel voor de activiteiten van een hotelPC 302
Betaalde sportersPC 223
FilmproductiePC 303
Bedienden in de audiovisuele sectorPC 227

Een Nederlandstalige werkgever die voor zijn hoofdactiviteit onder een ander comité valt, past voor de artiesten die hij inzet toch de loonschalen van PC 304 toe. Het omgekeerde geldt ook: hoort het hotelgedeelte van uw onderneming bij PC 302, dan blijft dat personeel daar. Twijfelt u, lees dan eerst wat een paritair comité is en hoe u uw paritair comité opzoekt. Een vzw met een sociaal-culturele werking zonder voorstellingen valt vaak elders, bijvoorbeeld onder het aanvullend paritair comité 337.

Barema's en looncategorieën in paritair comité 304

De barema's zijn minimumlonen. U mag altijd meer betalen. Hieronder staan de kerncijfers; de volledige tabellen per anciënniteitsjaar vindt u op de baremapagina's.

Podiumkunsten Vlaanderen: loongroepen A tot D

De cao van 19 december 2016 (138114/CO/304) deelt elke functie in een van vijf loongroepen in. Loongroep A omvat onder meer de artiest, de regisseur, de choreograaf, de dramaturg, de ontwerper en de productieleider van een grotere productie. Loongroep B omvat de assistent van de regisseur, de coördinator podiumtechniek, de educatief medewerker en de productieleider van een kleine productie. C+ geldt voor de gespecialiseerde podiumtechnicus, de rekwisiteur en de chauffeur met rijbewijs CE of D, C voor de assistent-podiumtechnicus, de kleedster, de grimeur en de kassamedewerker, en D voor onthaal, schoonmaak, kantine en portier.

Bruto per maand, voltijds 38 uur per week, voor een contract van 4 maanden of langer:

LoongroepStartNa 10 jaarNa 20 jaar
A€ 3.211,86€ 3.989,98€ 4.928,36
B€ 3.211,86€ 3.595,10€ 4.166,65
C+€ 2.818,28€ 3.183,83€ 3.750,88
C€ 2.424,69€ 2.772,55€ 3.331,62
D€ 2.405,34€ 2.669,01€ 2.972,39

Voor een contract korter dan 4 maanden gelden hogere maandlonen: loongroep A start op € 3.346,69, loongroep D op € 2.506,31. Alle bedragen per jaar anciënniteit staan op de pagina barema podiumkunsten PC 304.

Drie regels uit de cao bepalen het loon vaak meer dan de tabel zelf:

  • Anciënniteit uit de hele sector telt. Ook korte contracten bij andere werkgevers in PC 304 tellen mee, en werk in dezelfde functie buiten de sector, in om het even welk statuut.
  • Hogere loongroep, minder anciënniteit. Wie naar een hogere loongroep gaat, verliest 1/3 van zijn anciënniteit, behalve bij de overstap van D naar C of als u samen iets gunstigers afspreekt.
  • Loongroep A zonder diploma. Die werknemer moet eerst 4 jaar relevante ervaring bewijzen. Tot dan is de inschaling vrij te onderhandelen.

Een organisatie zonder Vlaamse subsidie, of met een kleine subsidie onder een grens uit de cao, mag loongroep A op schaal C betalen en alle andere werknemers op schaal D. Bij een coproductie geldt voor de contracten van die coproductie de hoogste schaal van de partners.

Podiumtoneelvoorstellingen in Wallonië en Brussel: groepen 1 tot 6

Franstalige en Duitstalige werkgevers volgen de cao van 21 november 2018 (149470/CO/304). Die kent zes beroepengroepen. Voor de artiesten en voor technisch en administratief personeel telt de ervaring na de leerplicht: onder 12 jaar valt iemand in subgroep a, daarboven in subgroep b. Een artiest in groep 1a verdient minstens € 2.917,02, in groep 1b € 3.443,82. Een technicus of administratief medewerker met eindverantwoordelijkheid in groep 2a start op € 2.759,49. De bedragen per groep staan op de pagina barema podiumtoneel PC 304.

Musici: per dienst of per maand

Voor orkesten, muziekgroepen en koren bestaan dienstvergoedingen. Een concertdienst brengt minstens € 143,69 op, een repetitiedienst € 95,20, en een koorzanger krijgt € 129,32 per concertdienst. Voor Nederlandstalige werkgevers is een dienst een aaneengesloten periode van 3,50 uur, met een verplichte pauze van een half uur. Werkt de muzikant meer dan 54 dagen in drie maanden, of vier weken na elkaar, dan schakelt hij over naar een maandloon: in loongroep A minstens € 3.172,20 bij de start. Alle dienstvergoedingen en maandlonen staan op de pagina barema musici PC 304.

Valt uw onderneming voor haar hoofdactiviteit onder een ander comité en neemt u musici of zangers in dienst, dan gelden voor hen alleen de bepalingen over podiumartiesten.

Indexering in paritair comité 304 in 2026

Alle lonen in PC 304, de minimumlonen en de lonen die u werkelijk betaalt, volgen de afgevlakte gezondheidsindex volgens cao 144378/CO/304. Telkens de index een spilindex bereikt, stijgen ze met 2%, vanaf de eerste dag van de tweede maand daarna. De databank minimumlonen drukt het barema uit als een basisloon maal een coëfficiënt. Voor de podiumkunsten en de musici is dat sinds augustus 1,81, voor de Franstalige podiumtoneelvoorstellingen 1,40.

IndexeringStijging
1 augustus 20262%
1 februari 20262%
1 maart 20252%
1 juni 20242%
1 december 20232%

In 2026 kreeg de sector dus twee indexeringen. De index van augustus was de eerste sinds de start van de centenindex op 1 juni 2026. Voor een voltijds referteloon boven € 4.000 per maand wordt de eerste 2% index alleen op de grens berekend. In PC 304 raakt dat vooral loongroep A, die na twintig jaar al op € 4.928,36 ligt. Hoe u het verschil berekent, leest u in ons stuk over de centenindex. Het algemene verloop van de index dit jaar staat in indexering van de lonen in 2026.

Rekent u met uurlonen, gebruik dan de formule van de sector: maandloon maal 3, gedeeld door 13 en daarna door 38. Een maandloon van € 3.211,86 geeft zo 3.211,86 x 3 / 13 / 38 = € 19,51 per uur.

Eindejaarspremie in paritair comité 304

PC 304 heeft geen eindejaarspremie voor de hele sector. De premie bestaat alleen voor werknemers van een rechtspersoon met zetel in Vlaanderen, of in Brussel met de Nederlandse taalrol, die in de referteperiode werken voor een werkgever met Vlaamse subsidie: onder meer via het kunstendecreet, het circusdecreet, het decreet bovenlokale cultuurwerking, het participatiedecreet, de nominatim gesubsidieerde organisaties en de structurele subsidies van Literatuur Vlaanderen. Voor de Franstalige podiumtoneelvoorstellingen en voor de musici vonden we op 24 oktober 2026 in de cao-databank geen sectorale eindejaarspremie.

De regels staan in cao 196205/CO/304 van 24 oktober 2025, een uitvoering van het Vlaams Intersectoraal Akkoord voor de kunstensector. Voor een voltijdse werknemer met een volledige referteperiode is de premie minstens € 1.760 bruto. In 2024 was dat € 1.682. Wie betaalt, hangt af van de duur van het contract:

Contract korter dan 4 maandenContract van 4 maanden of langer
Wie betaaltHet Sociaal Fonds voor de podiumkunstenU als werkgever, met een tussenkomst van het fonds
Referteperiode voor de premie van 20261 juli 2025 tot en met 30 juni 2026het kalenderjaar 2026
Wanneervolgens het fondsin december, of bij de uitdiensttreding

Opeenvolgende contracten zonder onderbreking tellen samen. Drie contracten van een maand na elkaar zijn samen nog altijd korter dan vier maanden, dus betaalt het fonds. Loopt een contract van vier maanden of langer over de jaarwisseling, dan betaalt u in december de premie voor het lopende jaar en het deel voor het nieuwe jaar bij het einde van het contract.

De regels voor de toekenning:

  • Pro rata: een onvolledige referteperiode of deeltijdse arbeid geeft een premie in verhouding tot de gewerkte dagen.
  • Gelijkgesteld: de afwezigheden die voor de jaarlijkse vakantie gelijkgesteld zijn, zoals ziekte en arbeidsongeval. Palliatief verlof en verlof voor een zwaar ziek gezins- of familielid tellen mee tot 3 maanden.
  • Niet gelijkgesteld: onbetaald verlof, tijdskrediet en de andere thematische verloven.
  • Dertiende maand: betaalt u al een volledige dertiende maand, dan mag de premie tot dat bedrag beperkt blijven. Betaalt u die als eindejaarspremie, dan legt u uw werknemers uit hoe u het bedrag uit het akkoord besteedt.
  • Rapportering: voor de premie van 2026 bezorgt u het fonds uiterlijk op 31 januari 2027 een nominatieve lijst met per werknemer het brutobedrag en de sociale bijdragen.
  • Niet verplicht voor jobstudenten (werknemerscodes 840, 841) en flexi-jobs (werknemerscodes 050, 450).

Op de premie houdt u de persoonlijke RSZ van 13,07% in, daarna bedrijfsvoorheffing volgens de schaal voor exceptionele vergoedingen. Hoe dat in de praktijk werkt, leest u in eindejaarspremie berekenen. De regeling in de andere sectoren vindt u in ons overzicht van de eindejaarspremie 2026.

Rekenvoorbeeld: eindejaarspremie van een podiumtechnicus

Dit is een voorbeeld, geen berekening voor uw situatie. Een gespecialiseerde podiumtechnicus werkt voltijds met een contract van onbepaalde duur bij een kunstencentrum met een werkingssubsidie uit het kunstendecreet. Hij zit in loongroep C+ met vijf jaar anciënniteit en verdient € 3.009 bruto per maand. Hij werkte het hele jaar.

  1. Eindejaarspremie: het minimum van € 1.760 bruto.
  2. Persoonlijke RSZ: 13,07% van € 1.760 = € 230,03.
  3. Belastbaar: € 1.760 min € 230,03 = € 1.529,97, waarop nog bedrijfsvoorheffing komt.

Een collega die op 1 juli begon en 4/5 werkt, werkte de helft van de werkdagen van het jaar. Zij krijgt 1.760 x 4/5 x 1/2 = € 704 bruto. Betaalt het kunstencentrum al een volledige dertiende maand van € 3.009, dan ligt die boven het minimum en komt er niets bij. Een acteur met een contract van zes weken in het voorjaar krijgt zijn premie niet van u maar van het fonds.

Korte contracten, Dimona en het kunstwerkattest in paritair comité 304

Korte contracten zijn in de podiumkunsten de regel, en de cao heeft er eigen loonregels voor. Bij Nederlandstalige werkgevers wordt een contract van bepaalde tijd dat geen volledige maand beslaat betaald aan 1/22 van het maandloon per repetitie- of reisdag en 1/20 per voorstellingsdag, hoe lang de prestatie ook duurt. Bij Franstalige werkgevers rekent u een onvolledige maand pro rata de gewerkte werkdagen, en telt een werkdag van minder dan vier uur altijd als vier uur.

Rekenvoorbeeld. Een acteur in loongroep A zonder anciënniteit repeteert vier dagen en speelt drie voorstellingen. Het maandloon voor een contract korter dan vier maanden is € 3.346,69. Repetities: 4 x 3.346,69 / 22 = € 608,49. Voorstellingen: 3 x 3.346,69 / 20 = € 502,00. Samen € 1.110,49 bruto.

Elk contract, ook een van een dag, vraagt een Dimona voor de eerste werkdag. De Dimona-verplichting geldt ook voor artiesten zonder arbeidsovereenkomst. Hoe u ze indient en wat een vergeten aangifte kost, staat in onze gids over de Dimona-aangifte. Wie contracten van bepaalde duur aan elkaar rijgt, kijkt best ook naar de regels voor opeenvolgende contracten van bepaalde duur.

Kunstwerkattest en artikel 1bis. Een kunstenaar met een kunstwerkattest, dat de Kunstwerkcommissie toekent, kan ook zonder arbeidsovereenkomst onder de sociale zekerheid voor werknemers vallen. Dat is het zogenaamde kunstwerkcontract onder artikel 1bis van de wet van 27 juni 1969. U bent dan als opdrachtgever de werkgever: u betaalt de RSZ en minstens het loon voor dezelfde functie, nooit minder dan het GGMMI. In de DmfA geeft u een artiest aan met werknemerscode 046. Ook die prestaties tellen mee voor de eindejaarspremie.

Taakloon. Betaalt u een artiest per opdracht in plaats van per uur, dan moet het contract dat sinds 1 september 2019 uitdrukkelijk vermelden, met de artistieke opdracht erbij. Op het C4-document vinkt u bij het einde dan "per taak" of "onderworpen krachtens artikel 1bis" aan. Doet u dat niet, dan rekent de RVA de uitkering van uw artiest op een andere manier.

Amateurkunstenvergoeding. Sinds 1 januari 2024 vervangt de amateurkunstenvergoeding de vroegere kleine vergoedingsregeling. Ze bedraagt hoogstens € 81,90 per dag, voor maximaal 30 dagen per jaar bij alle opdrachtgevers samen. Ze is bedoeld voor amateurs, niet voor wie u voor hetzelfde werk met een arbeidsovereenkomst of onder artikel 1bis betaalt.

Arbeidsduur, verlof en vergoedingen in paritair comité 304

De normale arbeidsduur is 38 uur per week, maar de sector werkt met ruime afwijkingen die in uw arbeidsreglement moeten staan:

  • Per dag: tot 12 uur bij generale repetities, festivals en voorstellingen.
  • Per week: bij Nederlandstalige werkgevers tot 84 uur bij generale repetities, festivals en reisvoorstellingen, bij Franstalige werkgevers tot 72 uur.
  • Overloon: bij Nederlandstalige werkgevers 75% overloon of inhaalrust voor elk uur boven tien uur per dag. U kiest de vorm.
  • Reeksen: hoogstens 10 werkdagen na elkaar in repetitie- of tourneeperiodes. Werkt iemand op zondag, dan krijgt hij een andere rustdag.

Zet die regimes in het arbeidsreglement voor u ze toepast. Hoe u dat aanpast, staat in onze gids over het arbeidsreglement opstellen.

Extra vakantie. Bij Vlaams gesubsidieerde werkgevers krijgen artistieke en technisch-artistieke medewerkers met een contract van vier maanden of langer 10 extra vakantiedagen per jaar in een vijfdagenweek. Betaalt u een volledige dertiende maand, dan kan dat in akkoord met de werknemer één week worden. Niet opgenomen dagen betaalt u bij het einde van het contract uit als premie: 4% van het brutoloon voor twee weken.

Vergoedingen op verplaatsing. Op reis in België betaalt u een forfait van € 6 voor een lichte maaltijd en € 18 voor een hoofdmaaltijd. Bij Franstalige werkgevers is het maximum € 24 per dag. Kan een werknemer met een kort contract geen abonnement kopen, dan betaalt u bij Nederlandstalige werkgevers 75% van een treinticket tweede klas, welk vervoermiddel hij ook neemt.

Sectorpensioen en sociale fondsen in paritair comité 304

De Nederlandstalige en de Franstalige werkgevers hebben elk hun eigen sociaal fonds. Het Sociaal Fonds voor de Podiumkunsten, voor de werkgevers met zetel in Vlaanderen of met de Nederlandse taalrol in Brussel, betaalt de eindejaarspremie bij korte contracten en is inrichter van het sectorpensioen. Het Sociaal Fonds voor de podiumkunsten van de Franse Gemeenschap bestaat sinds 1 januari 2009 en financiert vorming en tewerkstelling. De bijdragen die u betaalt:

BijdrageWieBedragInning
SectorpensioenWerkgevers met zetel in Vlaanderen of Nederlandse taalrol in Brussel1,50% van de bruto jaarwedde, RSZ en kosten inbegrepenRSZ
RisicogroepenRechtspersonen met zetel in Vlaanderen of Nederlandse taalrol in Brussel0,10% van de brutolonenRSZ
Nieuwe bijdrage vanaf 1 januari 2027Nederlandstalige bv, nv, maatschap, vof en commv zonder Vlaamse subsidie0,10% van het volledige loonRSZ

Het sectorpensioen bestaat sinds 1 januari 2006 en is vastgelegd in cao 153927/CO/304. De pensioeninstelling is Ethias. In de bijdrage van 1,50% zit de bijzondere bijdrage van 8,86% al vervat. Had uw organisatie al een eigen pensioenplan toen het sectorplan startte, dan kon ze voor opting-out kiezen; voor de extra pensioenpremie die de Vlaamse overheid voor artiesten betaalt, bestaat die mogelijkheid niet. Uw werknemers zien hun opgebouwde reserves op mypension.be. Meer over de sectorplannen in andere comités staat in onze gids over het sectoraal pensioenplan.

De nieuwe bijdrage komt uit cao 202114/CO/304 van september 2026 en treft de commerciële spelers: producenten van shows, concertorganisatoren en andere vennootschappen. Vzw's, natuurlijke personen, gesubsidieerde organisaties en productiehuizen of agenten die vooral met gesubsidieerde organisaties werken, vallen erbuiten. Op jobstudenten en flexi-jobs is ze niet verschuldigd. De partijen vroegen de algemeenverbindendverklaring aan; plan de bijdrage dus al in uw loonkost voor 2027.

Flexi-jobs en studenten in paritair comité 304

Sinds 1 juli 2026 staan flexi-jobs in principe open in bijna alle sectoren. In PC 304 blijft een belangrijke grens: artistieke, artistiek-technische en artistiek-ondersteunende functies zijn uitgesloten, zoals de wet op de Kunstwerkcommissie ze omschrijft. Een flexi-jobber kan dus geen artiest of podiumtechnicus zijn. Voor functies daarbuiten betaalt u 28% bijzondere bijdrage. Alles over de voorwaarden staat in flexijob alle sectoren en in onze gids over de flexijob regels in 2026.

Bij Nederlandstalige werkgevers mag u studenten onder 21 jaar met een studentenovereenkomst een percentage van het barema betalen, maar nooit minder dan het wettelijke minimum. Hoe dat samenhangt met het contingent en de solidariteitsbijdrage, leest u op onze pagina over jobstudenten.

Valkuilen in paritair comité 304

  1. De verkeerde cao door de taalrol. Een Brusselse werkgever met de Franse taalrol volgt de groepen 1 tot 6, met de Nederlandse taalrol de loongroepen A tot D. Een verkeerde inschrijving geeft een verkeerd barema en een verkeerde eindejaarspremie.
  2. Een kort contract op het maandbarema. Contracten korter dan vier maanden hebben bij Nederlandstalige werkgevers een eigen, hoger barema.
  3. Anciënniteit uit andere producties vergeten. Korte contracten bij andere werkgevers in de sector tellen mee voor de inschaling.
  4. De premie zelf betalen voor een kort contract. Onder vier maanden betaalt het fonds. Geeft u ze toch, dan staat ze niet in de regeling van de cao.
  5. De rapportering vergeten. Zonder lijst aan het fonds tegen 31 januari 2027 loopt uw tussenkomst gevaar.
  6. Taakloon zonder vermelding. Een cachet zonder de vermeldingen van de cao wordt als gewoon loon behandeld, met gevolgen voor de uitkering van uw artiest.
  7. Een flexi-jobber op de scène. Artistieke en artistiek-technische functies zijn uitgesloten, ook na de uitbreiding.

Checklist voor een nieuwe medewerker in paritair comité 304

  1. Bepaal uw regeling: zetel, taalrol bij de RSZ en of u musici inzet.
  2. Kijk na of uw organisatie Vlaamse subsidie krijgt: dat bepaalt het barema voor niet-gesubsidieerden, de eindejaarspremie en de extra vakantie.
  3. Deel de functie in de juiste loongroep of beroepengroep in en reken de anciënniteit uit de hele sector mee.
  4. Kies het barema voor een contract langer of korter dan vier maanden.
  5. Leg een taakloon of een kunstwerkcontract onder artikel 1bis schriftelijk vast.
  6. Doe de Dimona voor de eerste werkdag.
  7. Zet de afwijkende arbeidsduur in het arbeidsreglement.
  8. Plan de eindejaarspremie in december en de lijst voor het fonds in januari.

Wat Business Centrum hierin voor u doet

Business Centrum verzorgt de loonadministratie van theaters, gezelschappen, festivals en organisatoren in PC 304, samen met Acerta. We bepalen welke van de drie regelingen voor u geldt, schalen elke medewerker in met de anciënniteit uit de sector, doen de Dimona voor elk kort contract en berekenen de eindejaarspremie volgens de cao. Werkt u als vzw, lees dan ook hoe we een sociaal secretariaat voor vzw's invullen.

Paritair comité 304: veelgestelde vragen

Wat verdient een werknemer in loongroep A of B van paritair comité 304?

In de Vlaamse podiumkunsten start een voltijdse werknemer met een contract van 4 maanden of langer in loongroep A en B op 3.211,86 euro bruto per maand, sinds de index van 1 augustus 2026. Na tien jaar is dat 3.989,98 euro in groep A en 3.595,10 euro in groep B. Voor contracten korter dan 4 maanden gelden hogere maandlonen: in groep A 3.346,69 euro bij de start.

Hoeveel bedraagt de eindejaarspremie in PC 304?

Bij werkgevers die subsidie krijgen van de Vlaamse overheid minstens 1.760 euro bruto voor een voltijdse werknemer die het hele jaar werkte, volgens de cao van 24 oktober 2025. Wie deeltijds of een deel van het jaar werkte, krijgt een premie in verhouding. Betaalt u al een volledige dertiende maand, dan mag de premie tot dat bedrag beperkt blijven.

Wie betaalt de eindejaarspremie bij een contract korter dan 4 maanden?

Het Sociaal Fonds voor de podiumkunsten, met als referteperiode 1 juli van het vorige jaar tot en met 30 juni. Voor contracten van 4 maanden of langer betaalt u zelf, in december of bij de uitdiensttreding, en u krijgt daarvoor een tussenkomst van het fonds.

Wanneer worden de lonen in PC 304 geïndexeerd?

Telkens de afgevlakte gezondheidsindex een spilindex bereikt: de lonen stijgen dan met 2%, vanaf de eerste dag van de tweede maand daarna. In 2026 gebeurde dat op 1 februari en op 1 augustus. De minimumlonen en de lonen die u werkelijk betaalt, stijgen allebei mee.

Mag ik flexi-jobbers inzetten in paritair comité 304?

Alleen buiten de artistieke, artistiek-technische en artistiek-ondersteunende functies. Die blijven uitgesloten, ook nu flexi-jobs sinds 1 juli 2026 in bijna alle sectoren openstaan. U betaalt 28% bijzondere bijdrage, en de sectorale eindejaarspremie is voor flexi-jobbers niet verplicht.

Geldt voor een Franstalig theater in Brussel dezelfde cao als voor een Vlaams gezelschap?

Nee. Beide vallen onder PC 304, maar de taalrol bij de RSZ bepaalt welke cao geldt. Met de Franse taalrol volgt u de cao podiumtoneelvoorstellingen met groepen 1 tot 6, bijvoorbeeld 2.917,02 euro voor een artiest met minder dan 12 jaar ervaring. De Vlaamse eindejaarspremie van 1.760 euro geldt daar niet.

Lees ook

Bronnen

Elk bedrag en elke termijn op deze pagina is getoetst aan deze officiële bronnen, laatst geraadpleegd op .

Hoe wij controleren

Paritair comité 304

Liever dat iemand het voor u nakijkt?

Uw vast aanspreekpunt bij Business Centrum bekijkt het voor uw situatie, samen met Acerta.