De lonen in België stijgen in 2027 langs drie wegen: de automatische indexering, de baremieke verhogingen uit de sectorcao en, als er ruimte is, de loonnorm voor 2027-2028. De eerste twee zijn gegarandeerd. De derde ligt op 25 oktober 2026 nog niet vast: de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven moet zijn verslag nog maken en de sociale partners hebben wettelijk tot 15 januari 2027 om een akkoord te sluiten. Voor 2025-2026 was de norm 0%. Wie een werknemer in 2027 opslag wil geven bovenop de index, moet dus weten wat meetelt en wat niet.
Loonsverhoging 2027: wat stijgt automatisch en wat niet
De loonnormwet van 26 juli 1996 legt om de twee jaar vast hoeveel de loonkosten in de privésector maximaal mogen stijgen. Artikel 6, § 4 zegt het zonder voorbehoud: "De indexeringen en baremieke verhogingen zijn steeds gegarandeerd." Alles daarbovenop moet binnen de norm passen, tenzij artikel 10 het uitzondert. Deze tabel zet de bouwstenen van een loonsverhoging in 2027 naast elkaar.
| Bouwsteen | Telt mee voor de loonnorm? | Wat ligt vast op 25 oktober 2026 |
|---|---|---|
| Automatische indexering | nee, gegarandeerd | datum en formule per comité; de percentages van januari 2027 niet |
| Baremieke verhoging (anciënniteit, leeftijd, normale bevordering volgens cao) | nee, gegarandeerd | de barema's per comité |
| GGMMI (minimumloon) | de stijging met de index niet | € 2.233,61 per maand sinds 1 juli 2026 |
| Individuele opslag of eenmalige brutopremie | ja | norm 2027-2028 nog niet vastgelegd |
| Cao 90-bonus | nee | plafond 2026 € 4.255, plafond 2027 nog niet gepubliceerd |
| Winstpremie | nee | voorwaarden van de participatiewet |
| Hogere maaltijdcheque (werkgeversdeel tot € 2 meer) | nee als toegekend tot 31 december 2026, daarna ja | maximum werkgeversdeel € 8,91 |
| Bijdragen voor een aanvullend pensioen | nee | voorwaarden van de wet op de aanvullende pensioenen |
De norm wordt gemeten per werkgever, per juridische entiteit, en geldt ook voor individuele afspraken. Een opslag voor één werknemer telt dus mee.
De index in 2027: per comité een ander moment en een andere formule
Volgens de FOD Werkgelegenheid bestaat er geen algemene Belgische wet die bepaalt dat alle lonen automatisch geïndexeerd moeten worden. De indexering staat in de cao's van de paritaire comités, en elk comité heeft een eigen formule. In de meeste comités met een januari-index stijgen de lonen op 1 januari 2027, maar het percentage verschilt:
- November tegenover november. De horeca (PC 302), de voedingsnijverheid en het wegvervoer vergelijken november 2026 met november 2025. Hun percentage is te berekenen zodra Statbel op 27 november 2026 de index van november publiceert.
- Het gemiddelde van november en december. Het aanvullend comité voor de bedienden (PC 200) neemt het gemiddelde van twee maanden. Dat percentage volgt na de index van december op 23 december 2026. De handel in voedingswaren (PC 119) werkt met een referte-index die op dezelfde maanden steunt.
- Meer dan één stap per jaar. De schoonmaak (PC 121) indexeert in januari en juli, de bouw (PC 124) elk kwartaal. Hun januaristap is daardoor kleiner.
Het volledige overzicht per comité, met de formule uit de cao en de datum waarop het percentage te berekenen is, staat in onze gids over de indexering van januari 2027. Andere comités indexeren op een ander moment, zoals de metaal in juli. Welk comité voor uw werknemers geldt, zoekt u op met paritair comité opzoeken.
Voor lonen boven € 4.000 bruto per maand geldt sinds 1 juni 2026 de centenindex: de eerste 2% index telt alleen op € 4.000. Daarna gaat de index weer op het volledige loon. Hoe dat per werknemer uitvalt en welke bijdrage u intussen aan de RSZ betaalt, leest u in ons stuk over de centenindex.
De loonnorm 2027-2028: hoe ze tot stand komt
Sinds de hervorming van 19 maart 2017 volgt de loonnorm een vaste procedure met wettelijke termijnen.
- Het verslag van de CRB. In de even jaren brengt de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven voor 15 december 2026 een technisch verslag uit over de maximaal beschikbare marge. Het vergelijkt de verwachte loonkostenstijging in Duitsland, Frankrijk en Nederland met de verwachte indexering in België.
- Het interprofessioneel akkoord. Op basis van dat verslag leggen de sociale partners voor 15 januari 2027 de marge vast. Die komt in een cao van de Nationale Arbeidsraad, die algemeen verbindend wordt verklaard.
- Bemiddeling. Is er binnen 2 maanden na het verslag geen akkoord, dan roept de regering de sociale partners samen en doet ze een bemiddelingsvoorstel.
- Koninklijk besluit. Komt er binnen 1 maand na dat overleg geen akkoord, dan legt de regering de norm vast bij een besluit na overleg in de Ministerraad.
- Sector en onderneming. Daarna sluiten de sectoren hun cao's over de loonkostenontwikkeling, wettelijk voor 15 mei 2027, en de ondernemingen voor 30 juni 2027.
De termijnen worden niet altijd gehaald. In de vorige ronde verscheen het verslag van de CRB pas op 19 februari 2025, en de norm voor 2025-2026 kwam er via het koninklijk besluit van 12 september 2025, verschenen in het Staatsblad op 22 september 2025. Hoe de CRB toen op 0% uitkwam:
| Stap in de berekening van de CRB, marge 2025-2026 | Waarde |
|---|---|
| Verwachte loonkostenstijging in Duitsland, Frankrijk en Nederland | 6,40% |
| Min verwachte indexering in België | 5,50% |
| Min correctieterm | 0,50% |
| Min veiligheidsmarge (25% van de rest, minstens 0,50%) | 0,50% |
| Maximaal beschikbare marge | 0% |
Een hoge inflatie in België maakt de marge dus kleiner: de index slorpt de ruimte op die de buurlanden geven. De norm kan niet onder nul zakken, want de wet garandeert de geraamde indexeringen.
Wat het regeerakkoord aankondigt
Het federaal regeerakkoord van 31 januari 2025 behoudt "het principe van de loonnormwet van 2017" en het principe van de automatische indexering. Het vraagt de sociale partners wel om tegen 31 december 2026 een advies over de hervorming van de loonwet en de automatische indexering, met een nieuw ijkpunt dat een bredere definitie van loonkosten en de historische loonkostenhandicap meeneemt. Dat is een vraag, geen wetswijziging: tot er een nieuwe wet in het Staatsblad staat, geldt de procedure hierboven.
Wat buiten de loonnorm valt
Artikel 10 van de loonnormwet somt op wat niet meetelt bij de berekening van de loonkostenontwikkeling. Voor een kmo zijn dit de belangrijkste:
- De winstpremie volgens de participatiewet: samen hoogstens 30% van de brutoloonmassa, met 13,07% solidariteitsbijdrage en 7% belasting bij de werknemer. Zie winstpremie voor werknemers.
- Cao 90-bonussen. De FOD Werkgelegenheid rekent collectieve bonusplannen tot de winstdeelneming. U betaalt 33% bijzondere bijdrage; in 2026 is de bonus vrij van gewone RSZ tot € 4.255. Zie onze gids over de cao 90-bonus.
- Bijdragen voor een aanvullend pensioen die voldoen aan de wet op de aanvullende pensioenen.
- Meer personeel. Een hogere loonmassa omdat u meer voltijdse equivalenten tewerkstelt, telt niet mee.
- Eenmalige innovatiepremies en de eenmalige koopkrachtpremie uit de loonronde 2023-2024.
- De maaltijdcheque-uitzondering. De wet van 19 november 2025 houdt een hoger werkgeversdeel, met hoogstens € 2, buiten de norm als het wordt toegekend tussen 1 januari 2026 en 31 december 2026. In 2027 telt het mee; zie maaltijdcheques 2027.
Een gewone eenmalige brutopremie staat niet in die lijst en telt dus mee. Voordelen die u de voorbije twee jaar al gaf, mag u volgens de FOD Werkgelegenheid blijven geven, eventueel in een andere vorm, maar zonder verhoging. Lees dat na voor u een cafetariaplan invoert.
Het minimumloon in 2027: wat al vastligt
Het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) voor een voltijdse werknemer van 18 jaar of ouder is € 2.233,61 bruto per maand sinds 1 juli 2026. Het stijgt met 2% telkens de spilindex wordt overschreden. Statbel legt de volgende spilindex voor uitkeringen en overheidswedden vast op 102,29 punten; wanneer die bereikt wordt, is op 25 oktober 2026 niet bekend.
Een verhoging buiten de index is voor 2027 niet vastgelegd. De laatste was de stap van € 35,70 in april 2026, de derde en laatste uit de afspraak van 2021. Het regeerakkoord kondigt "in 2028" een nieuwe, gelijkaardige stap aan van € 35 bruto. Dat is een aankondiging: er bestaat nog geen cao van de Nationale Arbeidsraad die ze vastlegt.
Het GGMMI is een bodem; de meeste sectorbarema's liggen hoger. Bedragen per leeftijd en per uur staan in minimumloon België 2026, de stappen van dit jaar in GGMMI 2026.
Baremieke verhogingen en anciënniteit
De wet omschrijft een baremieke verhoging als "de bestaande loonsverhoging wegens dienstanciënniteit, leeftijd, normale bevorderingen of individuele categorieveranderingen, bij collectieve arbeidsovereenkomsten vastgelegd". Twee voorwaarden dus: de verhoging moet in een cao staan, en ze moet al bestaan. Een loonschaal die u zonder cao zelf invoert, is geen baremieke verhoging in de zin van de wet.
Een voorbeeld uit het aanvullend comité voor de bedienden: in schaal I, klasse B, is het minimummaandloon € 2.336,26 zonder ervaring en € 2.349,65 na een jaar. Een bediende die in 2027 een ervaringsjaar bijkomt, schuift op naar het hogere bedrag, ongeacht de loonnorm. De barema's per comité staan in ons overzicht van de barema's, de regels van PC 200 in onze gids over paritair comité 200.
Een anciënniteitspremie bij een dienstjubileum is iets anders, met eigen regels voor RSZ en belasting.
Beslishulp: mag u in 2027 opslag geven bovenop de index?
| Wat u wilt geven | Mag het in 2027? | Telt het voor de loonnorm? |
|---|---|---|
| De index volgens uw sectorcao | Moet, op de datum van de cao | Nee |
| Een volgende trap in het sectorbarema (ervaring, leeftijd, categorie) | Moet, volgens de cao | Nee |
| Een promotie naar een hogere functiecategorie volgens de cao | Ja | Nee, als de cao ze voorziet |
| Een individuele opslag, bijvoorbeeld € 50 bruto per maand | Ja, binnen de norm 2027-2028 | Ja |
| Een eenmalige brutopremie | Ja, binnen de norm | Ja |
| Een collectieve bonus op meetbare doelen | Ja, met een cao 90-plan | Nee |
| Een deel van de winst | Ja, met een winstpremie | Nee |
| Een hoger werkgeversdeel in de maaltijdcheque | Ja, tot € 8,91 | Ja, behalve als toegekend tot 31 december 2026 |
| Een bijdrage voor een aanvullend pensioen | Ja, volgens de wet op de aanvullende pensioenen | Nee |
Het moeilijkste geval is de individuele opslag in de eerste maanden van 2027. De norm geldt voor de twee jaren 2027 en 2028 samen, ook als ze pas later wordt vastgelegd. Zegt u in januari een opslag toe en komt de norm daarna op nul uit, dan zit u erboven. Een opslag in december 2026 is geen uitweg: dan telt hij voor de norm van 2025-2026, en die is 0%.
Wat u wel kunt doen: de opslag pas vastleggen zodra de norm bekend is, een resultaatsgebonden bonus kiezen via een cao 90-plan, of nog in 2026 de maaltijdcheques optrekken. Voor een cao 90-plan met een eerste referteperiode van januari tot maart 2027 is de uiterste neerlegging 31 januari 2027, voor een plan over heel 2027 30 april 2027.
Rekenvoorbeeld: wat 50 euro opslag in 2027 kost
Rekenvoorbeeld: een bediende in PC 200 met een fictief loon van 3.000 euro
Een bediende verdient in december 2026 € 3.000 bruto per maand, onder de grens van de centenindex. Het percentage van de index van januari 2027 is nog niet bekend: we noemen het i. De werkgever wil vanaf januari € 50 bruto per maand bovenop de index geven.
| Zonder opslag | Met opslag van € 50 | |
|---|---|---|
| Maandloon december 2026 | € 3.000 | € 3.000 |
| Maandloon januari 2027 | € 3.000 x (1 + i) | € 3.000 x (1 + i) + € 50 |
| Wat meetelt voor de loonnorm | niets, de index is gegarandeerd | € 50 per maand, ongeveer 1,7% van het loon voor de index |
De extra kost van de opslag over een volledig jaar, met de werkgeversbijdragen en de premies die op het maandloon steunen:
| Onderdeel | Berekening | Kost per jaar |
|---|---|---|
| Twaalf maandlonen | 12 x € 50 | € 600 |
| Eindejaarspremie PC 200 (100% van het maandloon) | 1 x € 50 | € 50 |
| Werkgeversbijdragen RSZ (ongeveer 25%) | 25% x € 650 | € 162,50 |
| Dubbel vakantiegeld (92% van het maandloon, zonder werkgeversbijdragen) | 92% x € 50 | € 46 |
| Totaal | € 858,50 |
De opslag kost dus ongeveer € 858,50 per jaar, of zeventien keer het maandbedrag. Op het eerstvolgende indexmoment stijgt ook de opslag mee met het percentage van uw comité; vanaf dan kost ze € 858,50 x (1 + dat percentage). De werknemer houdt van € 50 bruto na 13,07% persoonlijke RSZ € 43,47 belastbaar over. Wat er na bedrijfsvoorheffing netto overblijft, hangt af van zijn loon en gezinssituatie.
De werkgeversbijdragen zijn afgerond, zonder kleine bijzondere bijdragen en verminderingen. Bij een arbeider ligt de kost anders, omdat het vakantiegeld via de vakantiekas loopt. Zie ook bedrijfsvoorheffing 2027, vakantiegeld 2027, eindejaarspremie netto berekenen en de bruto-netto calculator.
Kalender: wat u voor de loonsverhoging 2027 opvolgt
| Datum | Wat er gebeurt |
|---|---|
| 27 november 2026 | Statbel publiceert de index van november: percentage te berekenen voor de comités die met november rekenen |
| 15 december 2026 | Wettelijke termijn voor het verslag van de CRB over de marge 2027-2028 |
| 23 december 2026 | Statbel publiceert de index van december: percentage te berekenen voor onder meer PC 200 |
| 31 december 2026 | Laatste dag om het werkgeversdeel van de maaltijdcheque buiten de norm te verhogen; termijn voor het advies van de sociale partners over de loonnormwet |
| 1 januari 2027 | Indexering in de meeste comités met een januari-index |
| 15 januari 2027 | Wettelijke termijn voor het interprofessioneel akkoord over de loonnorm 2027-2028 |
| 31 januari 2027 | Uiterste neerlegging van een cao 90-plan met een eerste referteperiode van januari tot maart 2027 |
| 30 april 2027 | Uiterste neerlegging van een cao 90-plan over heel 2027 |
| 15 mei 2027 | Wettelijke termijn voor de sectorcao's over de loonkostenontwikkeling |
| 30 juni 2027 | Wettelijke termijn voor de ondernemingscao's |
Wie de loonnorm overschrijdt, riskeert een administratieve geldboete van € 250 tot € 5.000, vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers, tot 100 werknemers. Alles wat er op 1 januari 2027 voor werkgevers verandert, staat samen in wat verandert er in 2027.
Wat Business Centrum hierin voor u doet
Business Centrum voert de indexering van januari 2027 door volgens de cao van het comité van elke werknemer en past de baremieke trappen toe op de juiste datum, samen met Acerta in uw loonadministratie. Wilt u iemand opslag geven, dan rekenen we in een personeelsanalyse uit wat het u per jaar kost en of een cao 90-plan, een winstpremie of een hogere maaltijdcheque beter past dan een brutoverhoging. Zodra de loonnorm 2027-2028 vastligt, laten we u weten hoeveel ruimte er is. Laat het nakijken.

